WET OP GEDWONGEN OPNAME KLAAR VOOR ACTUALISERING

VERMAATSCHAPPELIJKING EN HERSTELVISIE LEGGEN NIEUWE KLEMTONEN

Wie het ook wordt, de nieuwe federale minister van Justitie wacht heel wat uitdagingen. Maar voor een nieuwe wet op de ‘gedwongen opname’ – voortaan liever: ‘beschermende opname’ – is gelukkig al veel voorbereidend werk verzet door een federale werkgroep onder voorzitterschap van Raf De Rycke, voorzitter van de Broeders van Liefde en het Psychiatrisch Centrum Asster. Er ligt zelfs al een rapport klaar met enkele opvallende vernieuwingen en klemtonen.

“De wet uit 1990 kan je zeker niet als slecht kwalificeren, maar vertoont vanuit praktijkervaringen een aantal lacunes”, zegt Raf De Rycke. “De werkgroep had enkele specifieke doelstellingen voor ogen. De jongste decennia heeft de geestelijke gezondheidszorg een grote evolutie doorgemaakt. De vermaatschappelijking en de herstelvisie leggen nieuwe klemtonen. De wet moet die evolutie weerspiegelen. Een andere uitdaging is het positief omschrijven wat een psychiatrische aandoening precies is. Is een verslaving bijvoorbeeld een psychiatrische aandoening? Indien niet, dan zou de wet op de beschermende opname niet van toepassing zijn op die doelgroep.”

“Verder besteedde de federale werkgroep veel aandacht aan zorgvuldigheidscriteria. De wet van 1990 legde al een ‘omstandig verslag’ als voorwaarde voor een beschermende opname op, maar in de praktijk liet dat verslag vaak te wensen over. Ook de snelheid waarmee soms over een opname wordt beslist, deed soms vragen rijzen. Meer in het algemeen streefde de werkgroep naar een grotere betrokkenheid van de patiënt en zijn so­ciale omgeving. En naar een daling van het aantal beschermende opnames. Want dat aantal stijgt nog altijd. Elke dag worden in ons land vijftien mensen gedwongen opgenomen. 6 à 7% van de opnames in een psychiatrisch ziekenhuis zijn gedwongen opnames. In sommige psychiatrische ziekenhuizen loopt dat aandeel op tot 12%. Ook het aantal minderjarigen dat gedwongen opgenomen wordt, blijft stijgen. Opvallend zijn de regionale verschillen, met Limburg dat de kroon spant. Allicht heeft dat onder meer te maken met de interpretatie van het criterium ‘gevaar’ door parket en politie.”

“De negatieve gevolgen van een gedwongen opname krijgen terecht meer aandacht. Het is een traumatische gebeurtenis, zowel voor de patiënt als voor zijn context. Er is bovendien weinig wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van de stijging van het aantal gedwongen opnames. Er zijn zelfs nauwelijks relevante data in ons land, met uitzondering van de gegevens van de Vlaamse Zorg­inspectie. Hypothesen zijn er genoeg: een verminderde tolerantie voor afwijkend gedrag, de verstedelijking, meer middelengebruik, een kortere opnameduur gekoppeld aan meer heropnames, risicovermijdend gedrag, oneigenlijk gebruik van de gedwongen opname om wachttijden te omzeilen of overlast te voorkomen … Al die hypothesen spelen ongetwijfeld een rol, maar wetenschappelijk onderzoek zou ons nog beter de weg kunnen wijzen. Zeker is dat de vermaatschappelijking met de mobiele teams nog niet heeft geleid tot minder gedwongen opnames. Al is de kans reëel dat er verschuivingen zijn: dat de mobiele teams nieuwe doelgroepen bereiken en dat er elders wel een daling is, met als resultaat een status quo of een lichte stijging.”

NIEUWE ELEMENTEN

Wat zijn nu de meest vernieuwende voorstellen in het wetsontwerp? Raf De Rycke: “Het begint al met de nieuwe naam: ‘de wet over de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening’ (WBPPA). Het begrip ‘bescherming’ legt een andere focus dan de oude term ‘gedwongen opname’. Bovendien hanteert de wet een definitie van een psychiatrische aandoening die voorkomt dat enerzijds bepaalde aandoeningen buiten de wet vallen (acute intoxicaties, persoonlijkheidsstoornissen …) en dat anderzijds bepaalde aandoeningen binnen het toepassingsgebied vallen (dementie, een niet-aangeboren hersenletsel na een verkeersongeval …). Een bijkomende voorwaarde voor een beschermende maatregel is trouwens dat er een mogelijkheid tot verbetering van de psychiatrische aandoening moet zijn, al blijft dat altijd een inspanningsverbintenis.”

“Nieuw is verder een klinische observatieprocedure van maximum 48 uur. De beschermende opname kan nog altijd via de rechter of via de procureur des Konings plaatsvinden, maar er is nu de filter van een klinische observatieperiode. Er moet een grondige psychiatrische en medisch-somatische evaluatie en diag­nostiek voorafgaan aan de opname. Die evaluatie kan residentieel gebeuren (algemeen ziekenhuis of psychiatrisch ziekenhuis) of ambulant (mobiel team, CGG …). Het punt is dat de observatie­periode moet resulteren in een uitgebreid medisch verslag, waarvoor we een standaardmodel hebben opgemaakt met zeven aandachtspunten. Niemand zal zich er nog snel kunnen van afmaken met enkele algemeenheden. Alleen (kinder)­psychiaters of huisartsen met een bijzondere accreditatie kunnen overigens zo’n medisch verslag opmaken. Ook die maatregel moet bijdragen aan meer kwaliteitszorg en zorgvuldigheid.”

“Voor personen die zich in een ernstige staat van opwinding, agressie of gevaar bevinden, beveelt de federale werkgroep aan om in algemene ziekenhuizen high level units te voorzien, waar de patiënt eerst somatisch kan stabiliseren (bijvoorbeeld bij een acute intoxicatie) om daarna psychiatrisch te worden gediagnosticeerd en te beslissen of dan al of niet de voorwaarden zijn vervuld voor een beschermende opname. We willen daarmee zaken zoals die van Jonathan Jacob voorkomen.”

“Daarnaast bevat het wetsontwerp nog enkele nieuwe elementen. Zo komt er een informatieplicht door de algemeen directeur van het psychiatrisch ziekenhuis wanneer een patiënt voor het eerst zonder begeleiding de instelling verlaat. Het is aan de vrederechter om de contactgegevens van de te informeren betrokken mensen aan de voorziening te bezorgen.”

AANBEVELINGEN

“De werkgroep doet ook een aantal aanbevelingen aan de sector geestelijke gezondheidszorg (GGZ) én aan de verschillende overheden. De GGZ-voorzieningen bevelen we aan om zoveel mogelijk te streven naar vrijwillige opnames. Dat is een good practice, die je niet zomaar in een wet kan vertalen. Verder raden we aan om, zoals in Nederland, te werken met een crisisplan. Als een patiënt een eerste keer beschermend wordt opgenomen, kunnen in dialoog afspraken worden gemaakt voor als een tweede beschermende opname volgt. Ook dat is een goede praktijk. Daarnaast pleiten we voor een specifiek netwerk voor beschermende opnames: ziekenhuizen kunnen onderling afspraken maken, zodat er altijd ergens een plek vrij is. In heel wat regio’s bestaat al zo’n netwerk, met goede resultaten. Voorts zou het goed zijn om meer dan vandaag de verschillende mogelijkheden van een beschermende maatregel in te zetten. Naast een opname in een voorziening laat de wet immers ook gedwongen verpleging in het gezin toe. In het kader van de vermaatschappelijking zou dat ook beschut wonen, een psychiatrisch verzorgingstehuis, een centrum geestelijke gezondheidszorg of een mobiel team kunnen zijn. Uiteraard moeten de toestand van de patiënt en de omstandigheden dat toelaten. Bij elke beschermende of andere vrijheidsbeperkende maatregel is goede informatie onontbeerlijk. Voorzieningen moeten streven naar zo weinig mogelijk dwang en altijd oog hebben voor het proportionaliteitsbeginsel. Daarvoor is een duidelijk ethisch kader aangewezen.”

“Het gaat om een complexe materie, waarbij justitie en gezondheidszorg op alle overheidsniveaus samenkomen. Een goede afstemming is onontbeerlijk.”

“De aanbevelingen aan de overheden zijn divers: een meer dynamische programmatie die toelaat om in te spelen op de noden, een verhoogde omkadering en voldoende aanbod, ook voor minderjarigen. Verder moeten we werk maken van goede dataregistratie om het beleid te ondersteunen en onderzoek toe te laten.”

“Het rapport van de werkgroep is klaar. Het ontwerp is breed gedragen, maar zal uiteraard verder moeten worden besproken. De maatschappelijke relevantie en de individuele impact op de patiënt en zijn omgeving zijn belangrijk genoeg voor een vervolgtraject. Het gaat om een complexe materie, waarbij justitie en gezondheidszorg op alle overheidsniveaus samenkomen. Een goede afstemming is onontbeerlijk”, besluit Raf De Rycke.


WAT VOORAFGING: EEN KLEINE HISTORIEK VAN GEDWONGEN OPNAMES

De eerste wet op de gedwongen opname dateert van 1850. De wetgever sprak toen nog in termen van de ‘behandeling van krankzinnigen’. Op een wijziging in 1873 na bleef die oorspronkelijke wet overeind tot 1990. Die eerste wet gaf veel macht aan de burgemeester, die besliste over ‘collocatie’ (gedwongen opname) op basis van een attest van een arts. Die procedure leidde soms tot misbruiken. Het gebeurde wel vaker dat ‘lastige mensen’ op vraag van de familie werden gecolloqueerd. Wie gedwongen opgenomen werd, kon bovendien niet langer het beheer uitoefenen over zijn gelden en goederen.

In 1990 vond een grondige hervorming van de wet plaats. Dat het zo lang duurde, had onder meer te maken met de discussie over wie uiteindelijk beslist bij een gedwongen opname: de rechter/burgemeester of de arts? Is het een juridische of een medische beslissing? Ligt de klemtoon op veiligheid en bescherming van de samenleving, of op goede zorg in een veilige context? Uiteindelijk werd in 1990 bepaald om de beslissing bij een rechter (vrederechter of jeugdrechter) te leggen. Tegelijk kreeg de patiënt meer rechten om zich te verdedigen en kon hij verder zijn gelden en goederen beheren.

In 2017 gaf een wetswijziging nog meer rechten aan de patiënt, met ook aandacht voor verplichte informatie aan diverse personen en instanties (bijvoorbeeld de rechter, echtgeno(o)t(e), vertrouwenspersoon …) door de algemeen directeur van het ziekenhuis waar de patiënt werd opgenomen.

Op vraag van justitieminister Koen Geens heeft een federale werkgroep nu onder leiding van Raf De Rycke een advies van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen van 2015 geconcretiseerd. De werkgroep bestond uit psychiaters, zorgaanbieders, koepelorganisaties, vrederechters, griffiers, parketmagistraten en advocaten. Als de grondige hervorming zoals voorgesteld door die werkgroep ook vorm krijgt in een nieuwe wet, dan spreken we niet langer over ‘gedwongen opnames’, maar over ‘beschermende opnames’.


 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER