marnix meys

CRUCIALE SCHAKEL IN GGZ-NETWERKEN

PSYCHIATRISCHE DAGBEHANDELING

Patiënten zo dicht mogelijk bij hun eigen thuiscontext helpen en residentiële opnames zo beperkt en zo kort mogelijk houden. Dat is in een notendop waar de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) op aanstuurt. De mobiele teams hebben hun plek in de GGZ-netwerken ondertussen veroverd. Maar het aanbod dagbehandeling blijft vaak nog wat onderbelicht. Toch spelen ook de dagcentra een cruciale rol in de vermaatschappelijking. Al botsen ze daarbij wel op rigide wettelijke kaders. Wij staken ons licht op bij drie dagcentra in Sint-Niklaas, elk met hun eigen invalshoek en aanpak: Moderato en Largo van PC Hiëronymus en Dagziekenhuis Beveren van APZ Sint-Lucia.

Deeltijdbehandeling, dagziekenhuis of dagcentrum: het is een zorgvorm in volle ontwikkeling. Bedden worden afgebouwd in de psychiatrie en veel aandacht gaat naar de mobiele teams die mensen in hun thuiscontext helpen. De mogelijkheden van deeltijdbehandeling zijn minder bekend. Nochtans heeft ook die zorgvorm als schakel in het globale aanbod specifieke troeven. De ‘Contactgroep Psychiatrische Deeltijdbehandeling’ van Zorgnet-Icuro werkte daarom aan een gezamenlijke visietekst. Daarin pleiten de dagcentra vooral voor meer flexibiliteit in het wetgevend kader en een ruimere bekendheid van de mogelijkheden bij verwijzers en patiënten.

Bram Van Hoyweghen, Marnix Mys en Bea Fouquaert maken deel uit van de contactgroep die de visietekst maakte. Wij gingen even bij hen aankloppen en maakten meteen ook kennis met de grote diversiteit onder de dagcentra. Dagcentrum Moderato en Largo zijn beide verbonden met het PC Sint-Hiëronymus, maar terwijl Moderato integraal deel uitmaakt van het ziekenhuis, staat Largo deels erbuiten. Het Dagziekenhuis Beveren staat zelfs helemaal los van het moederziekenhuis APZ Sint-Lucia. Alle drie de dagcentra hebben hun eigen verhaal.

MODERATO

“Dagcentrum Moderato maakt deel uit van het ruimere zorgprogramma Verslaving en Persoonlijkheidsstoornissen”, zegt hoofdverpleegkundige Bram Van Hoyweghen. “Sommige patiënten worden rechtstreeks naar hier verwezen, voor anderen is het een onderdeel van een langer traject, bijvoorbeeld na een opname in de residentiële afdeling Da Capo. De cliënt krijgt trouwens inspraak. Voor sommige mensen is een opname geen optie, omdat er kinderen zijn, voor het werk of gewoon omdat ze dat niet zien zitten. Er hoeft dus niet altijd een residentiële opname aan de dagbehandeling vooraf te gaan. Een geheel vrije keuze is dat natuurlijk niet: afhankelijk van de ernst van de situatie zijn de opties beperkt.”

“Belangrijk in ons aanbod is de hoge continuïteit over het hele zorgprogramma. Het therapeutisch programma, gebaseerd op de dialectische gedragstherapie, is hetzelfde. Ook de artsen zijn dezelfde in Moderato en Da Capo. De psychologen, de ergotherapeuten… iedereen zit op één lijn. Die continuïteit vormt de kracht van ons aanbod.”

“Het programma in het dagcentrum loopt doorgaans over vier dagen, telkens van 8.30 uur tot 15.30 uur. Zeven uur per dag is een wettelijke vereiste. En daar botsen we op de realiteit en op de echte noden van de mensen. We hebben meer flexibiliteit nodig. Aan het einde van een traject is het goed om geleidelijk af te bouwen, in plaats van bruusk te stoppen. Maar voor de letter van de wet mag dat niet. Daarnaast zijn niet alle mensen gebaat bij hetzelfde programma. Beter zou zijn als we bepaalde trainingen als aparte modules konden aanbieden. Meer differentiatie dus, op maat van de cliënt en voor uiteenlopende doelgroepen. Mensen die minder zorg nodig hebben, moeten toch niet per se vier dagen per week zeven uur per dag komen.”

“Daarnaast streven we naar een betere bekendheid van de mogelijkheden van het dagcentrum. Huisartsen, psychologen, centra geestelijke gezondheidszorg (CGG) en andere verwijzers denken nog te snel aan een residentiële opname als enige optie. Maar vandaag bestaat er een grote diversiteit aan mogelijkheden en kunnen we meer op maat van de context en de noden en de wensen van de cliënt werken. Zo zouden wij de CGG kunnen ontlasten, zodat de wachtlijsten verdwijnen. Zeker als we meer flexibiliteit krijgen, zijn de mogelijkheden groot. Onbekend is onbemind. Daar willen we iets aan veranderen.”

LARGO

“Largo is een dagcentrum voor herstelgerichte zorg. Onze doelgroep zijn mensen met een psychosegevoeligheid en mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA)”, vertelt diensthoofd Marnix Mys. “Specifiek aan onze aanpak is dat we uitsluitend individuele therapie geven, geen groepstherapie. We tellen een 45-tal patiënten, elk met hun eigen programma op maat. De problematieken gaan ruimer dan geestelijke gezondheid. Mensen met een ernstige, langdurige aandoening worstelen met veel verlieservaringen: ze zijn hun werk kwijt, hun vriendenkring krimpt, ze hebben financiële problemen, ze moeten op zoek naar huisvestiging… Daarom werken we nauw samen met partners zoals de mobiele teams of de reguliere thuishulp.

Bea Fouquaert: “De klein­schaligheid van ons dag­centrum maakt het niet alleen laagdrempeliger voor patiënten, maar komt ook de werking ten goede.”

De combinatie dagcentrum en mobiel team geeft goede resultaten. Er is een duidelijke afbakening, maar we overleggen continu met elkaar en met andere instanties binnen en buiten de zorg. Uit die samenwerking ontstaan ook nieuwe initiatieven. Zo hebben we met enkele partners BOTS opgestart: een plek waar mensen met een psychosegevoeligheid laagdrempelig kunnen binnenstappen, zowel voor therapie als voor recreatieve activiteiten. BOTS is gehuisvest in een pand op een halve kilometer van het ziekenhuis, in een interieurwinkel. Die context maakt een enorm verschil. Er ontstaan meer en meer tussenvormen. Een patiënt van het dagcentrum die toch even wat meer ondersteuning nodig heeft, kan tijdelijk even opgenomen worden. Die continuïteit proberen we vorm te geven met partners binnen en buiten het ziekenhuis.”

“Die nieuwe aanpak vergt een flexibele inzet van mensen en middelen en een intensief overleg. Vandaag botsen we daarbij op het wettelijk kader. Largo heeft een erkenning voor 25 ‘stoelen’. In principe zouden we dus 25 patiënten moeten helpen die elk vier of vijf dagen per week zeven uur per dag komen. Maar zo gaat het niet in de realiteit. Mensen met een psychose zijn gevoelig voor prikkels; sommigen hebben er baat bij om niet tijdens de drukke spits naar hier te komen. Daarnaast moeten wij onze maatschappelijke opdracht kunnen waarmaken. Het is goed als patiënten tijd doorbrengen met hun gezin, vrijwilligerswerk doen of sociale contacten en vaardigheden ontwikkelen in een of andere werkvorm.”

“Wij gaan hier in de praktijk flexibel mee om, maar we botsen ook op onze grenzen. Omdat we maar erkend zijn voor 25 stoelen, is onze bestaffing daarop aangepast. In de praktijk helpen we echter continu 40 à 45 mensen in plaats van 25. Dat is voor iedereen beter maar de bestaffing is er niet op voorzien. Werken als hulpverlener in een dagcentrum vergt veel flexibiliteit en creativiteit, maar we kunnen het verschil maken voor de patiënt.”

DAGZIEKENHUIS BEVEREN

Het dagziekenhuis Beveren is verbonden met APZ Sint-Lucia en in associatie met AZ Nikolaas maar bevindt zich in een pand op ongeveer twaalf km van het ziekenhuis. “Dat is een bewuste keuze”, zegt hoofdverpleegkundige Bea Fouquaert. “In de regio Sint-Niklaas – Dendermonde is er een vrij groot aanbod GGZ, maar Beveren was een blinde vlek. Voor dagbehandeling zijn nabijheid en bereikbaarheid grote troeven. Het is niet toevallig dat we vlakbij het station liggen. Bovendien maakt de afstand tot het psychiatrisch ziekenhuis dit centrum heel laagdrempelig. We merken dat ook: familie, kinderen en zelfs mensen uit de buurt aarzelen niet om hier even binnen te lopen. Alleen als een patiënt plots een crisis doormaakt, speelt de afstand tot het ziekenhuis ons parten. Maar dat nadeel weegt niet op tegen de vele voordelen. Dat we hier geen ‘bedden’ ter beschikking hebben, dwingt ons om creatiever voor de dag te komen.”

“Wij werken herstelgericht. We proberen inzicht te krijgen in de sterktes en de zwaktes op diverse levensdomeinen en elke week streven we naar kleine, gerichte doelstellingen die de patiënt stapje voor stapje meer vooruitzicht bieden. Ons aanbod bestaat uit drie grote luiken: de structuurgroep biedt mensen structuur; de procesgroep gaat aan de slag met mensen die in crisis verkeren; de veranderingsgerichte groep focust op groeiprocessen. In die groepen werken we niet met vaste programma’s van zes maanden, maar helemaal op maat van elke cliënt. Doorgaans starten we met een programma van vijf dagen per week, maar we bouwen geleidelijk af tot twee of uiteindelijk maar één dag per week. Door dat maatwerk slagen we erin om geen wachtlijsten te hebben. Wie zich aanbiedt, kunnen we binnen de twee weken perspectief geven.”

“De kleinschaligheid van ons dagcentrum maakt het niet alleen laagdrempeliger voor patiënten, maar komt ook de werking ten goede. Interdisciplinaire samenwerking en transparantie zijn hier evident. Door de rigide wetgeving ligt de werkdruk wel hoog. We hebben een bestaffing voor 30 cliënten, maar dankzij ons maatwerk kunnen we veel meer mensen helpen. Dat weegt wel op de organisatie, want we hebben hier bijvoorbeeld ook ons eigen opnamebeleid, los van het ziekenhuis. Die autonomie geeft ons meer mogelijkheden en zorgt ook voor meer voldoening, maar het is hard werken.”

“Ondertussen hebben we aan onze bekendheid gewerkt. We hebben met verwijzers gepraat en een opendeurdag georganiseerd voor verenigingen en de buurt. Dat heeft geholpen. Vroeger kwam 80% van de patiënten hier op doorverwijzing vanuit het ziekenhuis of een andere organisatie, slechts 20% rechtstreeks. Vandaag komt 70% rechtstreeks naar het dagcentrum. We hebben onszelf op de kaart gezet. We staan veel dichter bij de eerste lijn nu, maar we krijgen ook verwijzingen vanuit verschillende PAAZ-diensten. De samenwerking met alle partners verloopt heel collegiaal.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER