GEESTIG GEZOND SPORTEN

INCLUSIEF SPORTAANBOD VOOR KINDEREN EN JONGEREN MET PSYCHISCHE KWETSBAARHEDEN

“Ik ben David Bruyninckx, 35 jaar en ik geloof enorm in sport en beweging.” En zo is toon van ons gesprek met de projectmede­werker van Geestig gezond sporten meteen gezet. Jongeren met psychische kwetsbaarheden vinden moeizaam de weg naar een sportclub. Ze zijn bang dat ze bekeken of beoordeeld worden. Ze vrezen prestatiedruk. Of ze willen niet alleen gaan. Geestig gezond sporten doorbreekt taboes rond psychische kwetsbaarheden en roept sportclubs op om aandacht te hebben voor de problematiek.

“Eén op drie jongeren heeft het psychisch moeilijk. Dat beseffen sportclubmedewerkers niet. ‘Bij ons is dat niet het geval’, zeggen ze dan. Natuurlijk wel. Maar je ziet dat niet aan de jongeren”, steekt David Bruyninckx van wal. Hij werkt al elf jaar met jongeren met gedragsproblemen, waarvan acht jaar op de forensische afdeling van het UPC KU Leuven. Dat combineert hij met een halftijdse job als projectmedewerker bij CGG PassAnt. “In het ziekenhuis koppelde ik al sport met de therapie die ik gaf. Je wil jongeren terug in de maatschappij integreren. Via de school, de jeugdbeweging … loopt dat moeilijk. Beweging is wel een manier om hen mee te krijgen. Maar de drempels zijn hoog. Ik ging vaak lopen met een van de jongeren. Hij was bang om naar een atletiekclub te gaan. Op een bepaald moment voelt hij zich sterker en stappen we samen naar de club. De trainer had nood aan ondersteuning, omdat hij wist dat de jongen hier opgenomen was. Daar sta je dan. Ik heb op hem ingepraat, we hebben afgesproken dat we samen de begeleiding gingen opnemen. En uiteindelijk liep dat fantastisch.Als nu een jongere atletiek wil doen, is hij meer dan welkom.”

“In 2016 startte CGG PassAnt in samenwerking met G-sport Vlaanderen, Parantee-Psylos en Sporta – en naar aanleiding van Rode Neuzen Dag – met het project Geestig gezond sporten. Het krijgt financiële ondersteuning van de Koning Boudewijnstichting. Vanuit mijn job en het feit dat ik zelf een fervent sporter ben, was dat een match.”

“We hebben twee vragen onderzocht. Wat houdt jongeren tegen om te sporten? En waar liggen de drempels bij de sportclubs? Uit de gesprekken met de jongeren leerden we dat ze ooit een sport geprobeerd hebben, maar slechts weinigen jongeren met een psychische kwetsbaarheid nu nog steeds sport. De rest haakt af, dat is heel veel. Een voorbeeld. In een voetbalploeg moeten twee jongeren elk de achterste helft van het veld ‘bewaken’. Een van hen heeft autisme, de andere kwam regelmatig op ‘zijn’ deel en dat veroorzaakte strubbeling, want hij had geleerd om ‘zijn’ linkse gedeelte te bewaken. In plaats van die jongen van het veld te halen, praat je dat uit.”

“Ik heb per provincie en per discipline verschillende clubs gecontacteerd om samen te zitten. Daarbij kwamen een aantal barrières bovendrijven. Vaak hebben zij een tekort aan geld, mensen, infrastructuur en opleiding. Het gaat vooral om vrijwilligers, en zij zijn in de eerste plaats bezig met het aanleren van een sport. Ik merk dat sportclubs zich onzeker voelen. Hoe moeten ze met psychisch kwetsbare jongeren omgaan? Wat bij een crisismoment? Of agressie? Bovendien zijn sportclubmedewerkers vrijwilligers, we mogen/kunnen verwachten dat ze professionele zorg bieden. Maar dat is niet aan de orde, die jongens en meisjes willen gewoon sporten, net zoals hun leeftijdgenoten. Ze willen aanvaard worden en plezier maken. Het enige dat ze nodig is hebben, is één iemand die weet wie ze zijn en hoe ze zich voelen. En als ze iets nodig hebben, kunnen ze bij die persoon terecht. Anderen hoeven dat niet te weten. Geestig gezond sporten wil de sportclubs ondersteunen, en handvatten en tools aanreiken. Moet die vertrouwenspersoon een trainer zijn? Nee. In een sportclub in Genk is dat de oma die de frieten bakt. Zij kent alle kinderen, en alle kinderen kennen haar. Het is zo stresserend om voor de eerste keer naar een sportclub te gaan. Voor ons ook. Je kent niemand. Maar wij gaan ervan uit dat we dat kunnen. Maar wat als je al jaren aan jezelf twijfelt, en je niet goed voelt in de maatschappij? Dan is zo’n vertrouwenspersoon cruciaal. En zo zijn we al meteen bij het vierde punt van het charter beland: Ook wij sporten geestig gezond.”

CHARTER MET VIJF PIJLERS

“We hebben een charter opgesteld. Door dat als sportclub, federatie, organisatie of individu te ondertekenen, geef je aan dat het voor jou belangrijk is om alle kinderen en jongeren gelijkwaardig te behandelen ondanks hun achtergrond of psychische bagage. Het charter berust op vijf pijlers:

  • iedere sporter mag zich op zijn eigen ritme ontwikkelen
  • een warm onthaal aanbieden aan psychisch kwetsbare sporters
  • de sportclub als veilige plek voor ieder­een
  • een gemakkelijk bereikbare vertrouwenspersoon
  • de trainer heeft begrip voor de noden van alle spelers.

“Het is zo essentieel om iedereen op zijn eigen tempo te laten groeien. Een kind van zes jaar kan groot of net nog klein zijn. Kijk maar naar het verschil tussen iemand die in januari of in december geboren is. Talent zal wel bovendrijven. Zeg nooit tegen een kind dat hij iets niet kan, zeg dat hij het nog niet kan. Dat woordje ‘nog’ is zo cruciaal. Je zegt: je gaat dat kunnen, maar je moet nog een beetje oefenen, en ik ga je helpen.”

“Voor mij zijn ‘een veilige plek’ en ‘een warm welkom’ met elkaar verbonden. In een sportclub moet je je goed voelen. Dat lijkt evident, maar dat is niet altijd zo. Sporten staat gelijk aan ontspannen, terwijl de focus vaak op presteren ligt. Een veilige plek betekent dat je fouten mag maken. Ik heb genoeg voorbeelden gehoord van kinderen die meteen van het veld gehaald worden als ze de volleybal tegen het net slaan. Een warm welkom kan je gemakkelijk realiseren. Als in september de nieuwe leden starten, zorg dan voor een buddy die hen verwelkomt, en die hen zegt waar de kleedkamers zijn bijvoorbeeld.”

“Jongeren met psychische kwetsbaarheden willen gewoon sporten, net zoals hun leeftijdsgenoten. Ze willen aanvaard worden en plezier maken.”

“Over de vertrouwenspersoon heb ik al gesproken. Het laatste punt uit het charter tenslotte gaat over de begeleiding en ondersteuning van trainers in de specifieke aanpak van sporters met psychische kwetsbaarheden. Ikzelf sport graag en kan goed met kinderen overweg, maar de eerste keer dat ik voor een groep van vijftien pagadders stond, heb ik afgezien. Coachen is niet eenvoudig. Daarom hebben we een boekje voor de sportclubs gemaakt, met allerlei tips en praktijkvoorbeelden. Een daarvan: als iemand na de training rond de coach blijft hangen, dan betekent dat iets. Stuur hem/haar dan niet weg, maar vraag wat er aan de hand is.”

MENSEN VERBINDEN

“Het charter is een intentieverklaring, en wil sportclubs doen nadenken. Het maakt niet uit welke jongeren tot die één op drie psychisch kwetsbaren behoren, wees vooral alert voor psychische kwetsbaarheden. Het is net niet de bedoeling om hen anders te behandelen, zij willen gewoon meedoen. Het toeleiden van jongeren naar sportclubs moet in de eerste plaats door de clubs zelf gebeuren, maar in het algemeen vind ik wel dat we meer moeten investeren in de ondersteuning van jongeren. Zeg niet zomaar ‘ga naar de club’. Omdat het charter ook ‘hier is een plek voor jou’ zegt, kunnen jongeren het gebruiken om een geschikte sportclub te zoeken.”

“Mensen samenbrengen, daarin schuilt voor mij de kracht van sport. Ook psychiater Dirk De Wachter heeft het charter onder­tekend. Hij is niet sportief, maar gelooft in de verbinding van sport. Bewegen houdt ons gezond. Maar naast het fysieke vlak speelt ook het psychische, sociale en maatschappelijke. Volgens mij moeten sportclubs vooral op dat psychische en sociale inzetten. Niet iedereen moet topsporter worden. Maak plezier. Ontspan. We hoeven niet allemaal de grote ster zijn, maar we kunnen wel allemaal stralen.”

“Naast het promoten en verdelen van het charter wil Geestig gezond sporten ook sensibiliseren, vorming ontwikkelen en een contactpunt organiseren. Via dat meldpunt krijgen we veel vragen van sportclubs, jongeren, bestuurders en ouders.”

“Het project stopt op 1 oktober 2018, maar ik hoop dat een van de partners het verder kan opnemen in zijn werking. We hebben een mentaliteitswijziging bereikt. De jongen waarover ik in het begin sprak, sport nog steeds. En hij kreeg onlangs spikes van de club omdat hij ze niet kon betalen. Fier dat hij is. Al 1.189 personen en clubs hebben het charter ondertekend. Bijna elke federatie is vertegenwoordigd, en we zitten aan zo’n 700 sportclubs. Ook individuen kunnen het charter tekenen, minister van Sport Philippe Muyters is één van hen.”

Op www.geestiggezondsporten.be vind je heel wat filmpjes met mooie voorbeelden.

 

TEKST & BEELD: MIEKE VASSEUR