AMBULANTE GGZ-SECTOR HOUDT CONTACT DANKZIJ TELEFOONGESPREKKEN, CHAT EN BEELDBELLEN

IN TIJDEN VAN CORONA VINDEN THERAPEUTEN EN CLIËNTEN MEKAAR OP DE DIGITALE WEG

9 april 2020

Wie voor zijn psychische problemen een hulpverleningstraject heeft lopen bij de revalidatiecentra of de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG), kan ook tijdens de coronacrisis rekenen op begeleiding. De face-to-facebegeleidingen worden massaal ingeruild voor telefoongesprekken, chats of beeldbelsessies. “We waren hier niet op voorbereid, maar we hebben met z’n allen razendsnel de knop omgedraaid,” klinkt het in koor bij Anne Roekens, directeur van CGG Vlaams-Brabant Oost, en Frieke Van Zundert, directeur van CGG Andante.

 

Hoe druk is het in deze tijden voor de CGG?

Van Zundert: Er zijn minder aanmeldingen. Dat is logisch omdat het overgrote deel van de cliënten bij ons binnenkomt via verwijzing. Aangezien  bijvoorbeeld de scholen en CLB’s op dit moment – althans fysiek – gesloten zijn, is de toestroom verminderd. Maar de collega’s blijven druk in de weer met begeleidingen die ze nu digitaal voortzetten in plaats van face-to-face. Waar mogelijk werken we proactief. Zo contacteren we ook de mensen die nu bij ons op een wachtlijst staan. Daarnaast hebben we op onze website instructiefiches gezet waarmee onze cliënten zelf aan de slag kunnen gaan. Voor sommige van onze therapeuten is het een uitdaging om hun werk te combineren met het opvangen van hun kinderen. Het is een andere manier van werken die veel energie en aanpassingsvermogen vraagt.

Roekens: Over het algemeen is het een zegen dat we er ook tijdens deze crisis in slagen om mensen die hulp nodig hebben te bereiken. Niet alleen onze ‘lopende’ dossiers maar ook met de mensen die wachten op onze hulpverlening proberen we contact te houden. De intakegesprekken die we nu doen, zien er wel helemaal anders uit dan pakweg een maand geleden. Normaal worden nieuwe cliënten verwelkomd in een van onze gebouwen. Nu is het meer een screening van op afstand waarbij we in eerste instantie proberen handvatten aan te reiken.

 

Hoe hebben de medewerkers van de CGG de verandering in werkwijze ervaren?

Van Zundert: Had je me een maand geleden gezegd dat we nu in staat zouden zijn om een heel groot deel van onze werkzaamheden via digitale weg te doen, dan had ik je niet geloofd. Maar het moet gezegd dat iedereen in ons CGG toch heel snel de switch heeft gemaakt.

Roekens: Ook in ons CGG waren we niet voorbereid op deze radicale omslag. We hebben om te beginnen al heel weinig laptops en webcams in onze organisatie. Gelukkig konden we rekenen op een gulle gift van Krëfel (Krëfel schonk twee weken geleden 286 nieuwe tablets aan de CGG en ambulante revalidatiecentra GGZ, nvdr.).

Anne Roekens, directeur CGG Vlaams-Brabant Oost

Het is een beetje verlopen zoals in een dominospel. Het eerste blokje dat viel was de omschakeling in ingesteldheid: ‘ja, we kunnen dit aan’. Sinds het moment dat het eerste blokje viel, zijn onze therapeuten echt actief beginnen bijleren over de online methodes en gaven ze ook tips door aan mekaar. Het is opvallend dat sommige therapeuten mij zeggen dat bepaalde verhalen – ondanks de toegenomen afstand – net meer binnenkomen. Vooral onze therapeuten gespecialiseerd in forensische problematiek worden daarmee geconfronteerd. Als zij zitten te luisteren naar een bepaald trauma, dan halen ze dat bijna letterlijk binnen in hun huis.

 

Toen we voor het eerst de cliënten polsten of ze het zagen zitten om de behandeling via digitale weg voort te zetten, reageerden velen afwachtend. Tot bleek dat deze coronasituatie langer zou duren dan vermoed. Dan kwamen heel wat mensen op die beslissing terug.

-Frieke Van Zundert

 

Hoe houden jullie controle over de organisatie? Lukt het om vanuit ‘jullie kot’ leiding te geven?

Roekens: We proberen vanop afstand dichtbij te zijn. Ons CGG spreidt zich uit over vijf fysieke locaties, dus het is ook in ‘normale tijden’ niet mogelijk om altijd overal fysiek aanwezig te zijn. Maar je bent als directeur vandaag enorm veel bezig met communiceren. Intern met de medewerkers, met de raad van bestuur, met Zorgnet-Icuro,…

Van Zundert: We zijn daarbij ook permanent bezig om de richtlijnen van de overheid te vertalen naar de eigen situatie. We proberen onze collega’s zo goed mogelijk te ondersteunen zodat zij hun cliënten kunnen blijven ondersteunen. Deze crisissituatie is voor iedereen een uitdaging.

 

In een opiniestuk op VRTNWS zegt klinisch psycholoog Stef Joos dat ongeveer 80% van de cliënten zijn begeleiding stopzet omdat ze niet online willen spreken. Strookt dat met jullie ervaringen?

Roekens: Ik heb geen precieze cijfers om die stelling te counteren, maar volgens mij is dat te veel. Mij lijkt het net dat een meerderheid van onze cliënten, zij het gedwongen door de omstandigheden, wel de stap naar online wil zetten.

Van Zundert: Toen wij voor het eerst de cliënten polsten of ze het zagen zitten om de behandeling via digitale weg voort te zetten, reageerden velen afwachtend.  Tot bleek dat deze coronasituatie langer zou duren dan eerst vermoed. Dan kwamen toch heel wat mensen op die beslissing terug. De ervaring van de collega’s nu is dat een minderheid van de cliënten liever wil wachten. Veel hangt natuurlijk ook af van de motivatie en het zelfvertrouwen van de therapeut.

 

Zijn de online begeleidingen die nu plaatsvinden suboptimaal of kunnen ze net de toekomst worden van mentale hulpverlening?

Van Zundert: Het is op dit moment de beste manier om zorgcontinuïteit te bieden aan onze cliënten. Deze crisis biedt hoe dan ook opportuniteiten, blended care (een mix van face-to-facegesprekken en onlinebegeleiding) kan in de toekomst verder worden verfijnd. Dat is goed. Maar de hulpverlening zoals we die nu kennen helemaal vervangen, nee, zo’n vaart zal het zeker niet lopen. Online begeleidingen zijn geen volwaardig alternatief voor een psychotherapeutisch proces, maar blended werken zal er hopelijk wel blijvend deel van uitmaken.

Frieke Van Zundert, directeur CGG Andante

Roekens: Het persoonlijk contact, de gesprekken face-to-face kunnen voeren zonder dat er een scherm tussenin zit, dat is en blijft het belangrijkste. Het is een deel van het therapeutische kader. Ik hoor van verschillende hulpverleners dat cliënten ernaar snakken om elkaar terug in de ogen te kunnen kijken. Het menselijke contact face-to-face moet blijven primeren in onze hulpverlening.

Maar deze nieuwe omstandigheden zetten wel aan tot nadenken. Ik herinner me dat iemand bij ons op behandeling wou komen, maar het probleem was dat ze voor het werk veel in het buitenland zat. Haar vraag was dan ook om de begeleiding online te doen. Destijds hebben we dat geweigerd. Nu ben ik ervan overtuigd dat we daar wel zouden op ingaan.

In deze periode zoeken we naar een manier om onze begeleidingen te kunnen voortzetten, en dat lukt. Maar het blijft een reddingsmiddel en een opstap naar het integreren van blended begeleidingen.

 

Klopt het dat vooral jongeren oren hebben naar onlinebegeleiding of is dat te stereotiep?

Roekens: Jongeren hebben sowieso de neiging om meer te chatten. Maar met onze begeleidingen via beeldbellen – hiervoor zoeken we nog naar het meest aangewezen platform (bv. Zoom, Whereby, Jitsi) – of telefoon bereiken we ook heel wat volwassenen en ouderen.

 

Op 9 april werd Wellweb aangekondigd: een platform dat de link legt tussen Tele-Onthaal en Awel, en de CGG. Hoe gaat dat precies in zijn werk? (Klik hier door naar het nieuwsbericht).

Roekens: Tele-Onthaal en Awel ontvangen nu veel meer oproepen dan anders. De medewerkers van Tele-Onthaal of Awel maken een  inschatting of er bij de beller sprake is van meer ernstige psychische problematiek en er dus meer gespecialiseerde hulp aangewezen is. Mits toestemming van de betrokkene noteren ze in Wellweb diens contactgegevens. Op basis van de postcode worden die gegevens dan doorgegeven aan een lokaal CGG dat vervolgens contact opneemt met de beller.

We moeten lessen trekken uit deze coronatijden. Communicatie is meer dan ooit belangrijk. “Blended hulpverlening” moet bijvoorbeeld meer dan ooit zijn plek verwerven in de opleidingen. Thuiswerk voor hulpverleners zal wellicht meer tot de mogelijkheden gaan behoren, bovendien moeten misschien ook de arbeidstijden flexibeler worden.

-Anne Roekens

Zadelt dit de druk bevraagde CGG niet op met nog meer werk? Kunnen die mensen snel geholpen worden?

Van Zundert: Dat moet lukken omdat een deel van onze collega’s nu wat minder werk heeft. Zij kunnen hiervoor ingeschakeld worden. Denk maar aan de mensen die onze suïcidecel bemannen: zij kunnen op dit moment de groepsvormingen niet geven die waren ingepland. Het moet ook wel duidelijk zijn dat wie door Tele-Onthaal wordt doorverwezen een kort traject bij ons zal lopen. Als ze nood hebben aan een langere behandeling, dan moeten we hun situatie herbekijken.

 

Dirk De Wachter voorspelt dat er na de coronacrisis een piek zal komen in de psychische klachten. Volgen jullie hem daarin of onderschatten we de veerkracht van de Vlaming?

Van Zundert: Bij Andante bereiden we ons in elk geval voor op een toestroom na deze (milde) lockdown. Als de scholen en CLB’s opnieuw op volle kracht werken, dan vrees ik voor een massale doorverwijzing naar de CGG. Dan kan er een vloedgolf op ons afkomen.

Roekens: Ook wij houden rekening met een pak extra aanmeldingen. Heel wat noden, ook zorgnoden, worden nu uitgesteld. Tegelijkertijd zitten veel mensen nu in een kleine ruimte opeengepakt. Dat kan leiden tot psychische klachten.

 

Welke elementen uit deze crisis kunnen we meenemen naar de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst?

Roekens: Ten eerste is er een mindswitch nodig: online begeleidingen met onze cliënten kunnen, dat is intussen gebleken . Die switch is nu al in grote mate gemaakt bij heel wat CGG-medewerkers. We moeten daar verder werk van maken en de stap naar blended begeleidingen, een combinatie van face-to-face en online gesprekken, mogelijk maken voor cliënten die daarvoor openstaan. Als er al een sense of urgency was voor blended hulpverlening, dan is die nu wel gebleken. Ten tweede moeten we ons vragen stellen bij de materialen en hardware die we aankopen. Onze infrastructuur moet voorzien zijn om blended te kunnen werken. Dat brengt me naadloos bij punt drie: ook de opleidingen moeten met die vorm van hulpverlening rekening houden. Blended hulpverlening moet meer dan ooit een vast onderdeel worden in de lessenpakketten. Tot slot: we moeten de arbeidsomstandigheden herdenken. Thuiswerk voor hulpverleners zal volgens mij in de toekomst zijn plaats verwerven, bovendien moeten misschien ook de arbeidstijden flexibeler worden. Als mensen na de werktijd een begeleidingssessie wensen, dan moeten we kijken om dat mogelijk te maken. Tegelijk kunnen we ons kritisch de vraag stellen: is het nog zinvol om handenvol geld uit te geven aan fysieke locaties? Of moeten we toch een deel van die middelen heroriënteren?

 

Hoe beoordelen jullie het optreden van de overheid in deze crisis? Wordt de sector voldoende ondersteund?

Van Zundert: Dat is een gemengd verhaal. Vanuit de federale overheid is de communicatie eenduidig en zijn de richtlijnen duidelijk. Ook met Zorgnet-Icuro werd er intens afgestemd waardoor we als sector met mekaar verbonden konden blijven. De Vlaamse overheid doet wat ze kan, maar het is toch een beetje wrang dat er in deze periode, waarin we alles op alles zetten, een brief in de bus valt om te bevestigen dat de besparing van 1,3% wel degelijk zal doorgaan zoals gepland. Hopelijk wordt er in de toekomst toch anders naar de zorgsector gekeken.

Roekens: De overheid wijst erop dat we ons misschien nog wat efficiënter kunnen organiseren. Dat klopt ook voor een stuk: een gesprek via beeldbellen duurt misschien minder lang dan een face-to-face contact omdat mensen het minder lang volhouden. Maar is de kwaliteit ook navenant? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat goede, kwaliteitsvolle en professionele zorg waarop psychisch kwetsbare mensen recht hebben, afglijdt naar minder dan good enough care? Het is nu geen moment om met stenen te werpen naar onze overheden. Ik heb er vertrouwen in dat ze nu ook zien hoe belangrijk goede zorg is.

 

TEKST: JENS DE WULF – BEELD: SOPHIE NUYTTEN & GEERT MARTEAU


Gerelateerde berichten

Preventie: investeren en connecteren

Margot Cloet
Editoriaal – Zorgwijzer 90

Solidariteit en verbinding als voorwaarden voor goede kwaliteit en zorg

Betrokkenheid (engagement) en samenwerking zijn twee sleutelbegrippen in het denken van prof. Jamie Anderson.

Op de goede weg

Peter Degadt
Editoriaal – Zorgwijzer 65