LESSONS LEARNED: PSYCHISCH WELZIJN

"Er is veel weerbaarheid bij onze hulpverleners"

Oktober 2020

Vooraf werd gedacht dat de coronacrisis een lawine aan psychische problemen zou veroorzaken, zeker bij het zorgpersoneel. Professor Ronny Bruffaerts (psycholoog en doctor in de medische wetenschappen, UPC KU Leuven) liet duizenden hulpverleners vragenlijsten invullen tijdens de ‘eerste golf’ en zag vooral veel weerbaarheid. “Al zijn er ook aandachtspunten, zoals een goede balans tussen werk en privé.”

Waarom dit onderzoek?
“Bij de start van de Covid-19-pandemie werd vrij snel gewag gemaakt van een potentieel hoge emotionele impact bij de mensen die besmet raakten met het virus én bij de brede bevolking. Maar vooral bij de zogenaamde ‘frontlinie-werkers’: mensen uit de medische wereld die zich veel meer dan anders geconfronteerd zagen met ernstig zieke mensen én een zeer zware werklast. Veel experts voorspelden een lawine aan psychische stoornissen als angst, depressie en posttraumatische stress in die eerste maanden. In de internationale wetenschappelijke literatuur was een beetje onderzoek voorhanden, maar niet voldoende. En voor België hadden we al helemaal geen data. Dus vonden we het heel belangrijk om dit te onderzoeken.”

Hoe verliep dat onderzoek precies?
“We zijn gestart met het opstellen van een vragenlijst, in nauwe samenwerking met de UPF-universiteit in Barcelona en Harvard in de VS. Die vragenlijst moest relatief kort zijn en makkelijk af te nemen, maar toch veel informatie geven rond het ontstaan en het voortbestaan van psychische problemen. We focusten op volgende gebieden: angststoornis, depressie, posttraumatische stress-stoornis, middelengebonden stoornis (overmatig gebruik van alcohol bijvoorbeeld), paniekaanvallen en suïcidaliteit. De vragenlijsten hebben we voorgelegd aan verschillende doelgroepen uit de gezondheidszorg, in vier ziekenhuizen, vier professionele organisaties en via koepelorganisatie Zorgnet-Icuro.”

Slechts 4,5% van de deelnemers gaf aan tijdens de coronacrisis voor het eerst ernstige psychische problemen te hebben.

Wat waren de opvallendste resultaten?
“Ten eerste viel ons op dat zeer veel mensen wilden deelnemen. De studie liep 11 weken, van 21 april tot 4 juli 2020. In die periode participeerden bijna 8900 hulpverleners, van wie 6409 de volledige vragenlijst hebben ingevuld. Ongeveer 30% van de ondervraagden gaf aan dat ze in de voorbije maand één of meer van de benoemde psychische problemen hadden ondervonden. Dat lijkt misschien veel, maar bij de algemene bevolking is dat ook 14 à 15% en we weten dat het risico bij hulpverleners hoger is, los van Covid-19. Bovendien hebben we ook paniekaanvallen opgenomen, waarover 18% aangaf dat het minstens één keer was voorgevallen in de laatste maand.”

“Als we dan kijken naar de hoeveelheid hulpverleners die voor het eerst psychische problemen hadden, viel dat percentage terug tot 23%. Ook dat lijkt nog relatief hoog, maar gelukkig bleken dat meestal geen ernstige problemen te zijn. Slechts 4,5% van de deelnemers gaf tijdens de coronacrisis aan voor het eerst ernstige psychische problemen te hebben. In de meeste gevallen ging het om een ernstige angststoornis (2%) of depressie (3%). Posttraumatische stress-stoornis en/of suïcidaliteit – twee zaken waarvoor vooraf erg werd gevreesd – kwamen beide slechts bij 0,7% van de ondervraagden voor het eerst tijdens deze crisis voor.”

Welke risicofactoren spelen een rol?
“Ten eerste zagen we dat mensen die vroeger al angstig waren, een verhoogd risico hadden om door Covid-19 psychische problemen te krijgen. Dat viel ook te verwachten. Maar daarnaast ontdekten we verschillende werkgerelateerde risicofactoren. Heel wat hulpverleners moesten tijdens de eerste golf veel overuren maken, wat hun werk-privé-balans verstoorde. Sommigen moesten ook tijdelijk op een andere afdeling gaan werken, wat soms tot conflicten met collega’s leidde. Ook het tekort aan medisch materiaal – vooral mondmaskers – én aan goede opleiding bleek gelinkt aan psychische problemen. En ten slotte was het effect van sociale steun zeer groot: hulpverleners die samenwonen en/of een goed sociaal netwerk hebben, hadden tot 30% minder psychische problemen tijdens de eerste golf.”

Vonden zorgverleners met psychische problemen vlot de weg naar professionele hulp?

“Ook dat hebben we bevraagd. Ongeveer 48% van de mensen met psychische problemen was in behandeling, een cijfer dat vergelijkbaar is met schattingen over de ganse bevolking. Maar we weten dat in het begin van de coronacrisis veel (psychologische) hulpverlening is gestopt. Van de ondervraagden die in behandeling waren, is ongeveer één op de vijf daarmee gestopt na de uitbraak van Covid-19. Een jammerlijke zaak, zeker omdat het risico op extra psychische problemen voor hen toenam.”

Wat zijn de belangrijkste lessen die we uit uw onderzoek kunnen trekken?
“Ten eerste dat het belangrijk is dat mensen met psychische problemen in behandeling kunnen blijven. Intussen zijn er al grote stappen gezet, onder meer met teleconsultaties. Daarnaast moeten we ons bewust zijn van het feit dat bestaande psychische problemen – vooral angstgerelateerd – een impact hebben op het uitbreken van nieuwe psychische problemen. Dat zien we trouwens ook bij andere doelgroepen. Aan de KU Leuven doen we al lange tijd studies naar het psychisch welbevinden van studenten en bij hen zien we gelijkaardige resultaten.”

“Maar voor zorgorganisaties is het vooral belangrijk om zich hyperbewust te zijn van werkgebonden risicofactoren. Zorg dat medewerkers een goede opleiding krijgen en dat het evenwicht tussen werk en privé gerespecteerd wordt. Dat is áltijd belangrijk, maar door Covid-19 hebben we dat nu heel concreet kunnen blootleggen. Door simulaties hebben we bijvoorbeeld aangetoond dat het vrijwaren van een goede werk-privé-balans tijdens de eerste golf had kunnen leiden tot 28% minder psychische problemen. En het bieden van voldoende opleiding tot 7% minder. Allerlei kleine ingrepen samen hadden de psychische problemen kunnen inperken met 30 tot 40%.”

Komt er nog een vervolg op deze studie?
“Absoluut, dat staat gepland voor oktober-december. Ook nadien zullen we dit nog tweemaal herhalen, zodat we de resultaten over een tijdspanne van 18 maanden kunnen vergelijken. Met deze voorlopige studie hebben we enkel de kortetermijneffecten kunnen meten. Zowat 95% van de hulpverleners bleek geen of lichte psychische problemen te krijgen in de eerste Covid-19-golf.”

Maar hoe staat het met de lange termijn? Kunnen we bijvoorbeeld nog een opstoot van de post-traumatische stress-stoornis verwachten?
“In de internationale literatuur zie je twee strekkingen: de eerste zet de kwetsbaarheid van hulpverleners in de verf, de andere toont aan dat hulpverleners veel weerbaarder zijn dan we denken: ze passen zich snel aan én komen er op lange termijn zelfs beter uit. Ons onderzoek sluit voorlopig vooral aan bij de tweede strekking, maar het blijft afwachten wat de vervolgresultaten zeggen. Van de 6400 deelnemers heeft 80 tot 85% al aangegeven te willen deelnemen aan de vervolgstudie, waardoor we statistisch nog steeds een valabele basis zullen hebben. Daarnaast werken we ook aan gelijkaardige studies bij patiënten. En samen met mijn collega Patrick Luyten bereid ik een studie voor bij de algemene Belgische bevolking rond psychische stoornissen, onder andere om te bekijken welke impact Covid-19 op het psychisch welzijn van de algemene populatie had. Het belooft dus nog een boeiend jaar te worden.”

TEKST: STEFANIE VAN DEN BROECK • BEELD: JAN LOCUS