INTERVIEW MET CÉDRIC VAN MOORSEL, OUDERENPSYCHIATER IN HET UNIVERSITAIR PSYCHIATRISCH CENTRUM VAN DUFFEL

Door de mazen van het: "Ouderen met psychische problemen verdienen ondersteuning op maat"

december 2020

Geestelijke gezondheidsproblemen staan meer dan ooit in de kijker. Maar de link die weinigen leggen, is dat vaak ook ouderen gebukt gaan onder psychisch lijden. Dat onderstreept de recente campagne van de Vlaamse Ouderenraad: ‘Kopzorgen verdienen zorg’. Uit onderzoek blijkt namelijk dat amper 5% van de 75-plussers met een depressie effectief psychologische hulp krijgt. Gelukkig wordt ook het aanbod geestelijke gezondheidszorg voor ouderen uitgebreid. Zo richtte het Universitair Psychiatrisch Centrum van Duffel onlangs een nieuwe afdeling op voor 75-plussers met angst- en stemmingsstoornissen. Zorgwijzer sprak hierover met afdelingspsychiater Dr. Cédric van Moorsel.

Het Universitair Psychiatrisch Centrum (UPC) van Duffel spitst zich met het ‘Zorgprogramma Ouderen’ al even toe op 60-plussers met psychische problemen. Een vijftal maand geleden gingen ze hierin nog een stap verder met de opening van een nieuwe afdeling, Sophia 4, specifiek voor 75-plussers (de zogenaamde vierde leeftijd) die kampen met angst- en stemmingsproblemen. Het gaat om kwetsbare mensen zonder cognitieve problemen.

“Hoe we als maatschappij kijken naar ouder worden, is eigenlijk absurd. Minder goed te been? Dat moet je aanvaarden. Een aftakelende gezondheid? Dat hoort bij de leeftijd. Zelfs je partner verliezen: het is erg, maar ook dat hoort erbij op je oude dag. Het is raar om te denken dat zulke zaken makkelijker te accepteren zijn wanneer je een zekere leeftijd hebt bereikt.”

“We vonden het nodig om op maat van deze doelgroep een afdeling te creëren. Oudere mensen met psychische problemen vallen te vaak tussen twee stoelen en krijgen zelden de zorg die voor hen het beste is“, aldus Cédric van Moorsel, afdelingshoofd van Sophia 4. Samen met Dr. Yamina Madani vormt hij de psychiatertandem die de zorg voor ouderen in UPC Duffel in goede banen leidt.

Verouderen is meer dan verlies en negativiteit

De cijfers over psychische problemen bij ouderen zijn stuitend. Uit de Nationale Gezondheidsenquête blijkt dat één op tien 75-plussers in het laatste jaar een depressie heeft doorgemaakt. Dat cijfer ligt maar liefst 40% hoger dan het gemiddelde voor de algemene bevolking. Bovendien worstelt één op vijf ouderen tussen 65 en 74 met zijn mentaal welzijn. Bij 75-plussers gaat het zelfs om bijna één op drie.

 

Cédric van Moorsel, ouderenpsychiater

“Hoe we als maatschappij naar ouder worden kijken, is eigenlijk absurd. Minder goed te been? Dat moet je aanvaarden. Een aftakelende gezondheid? Dat hoort bij de leeftijd. Zelfs je partner verliezen: het is erg, maar ook dat hoort er een beetje bij op je oude dag. Het is raar om te denken dat zulke zaken makkelijker te accepteren zijn wanneer je een zekere leeftijd hebt bereikt. Die beeldvorming zorgt ervoor dat mensen boven de 60 zich daarnaar zullen gedragen en al zeker niet spontaan zullen zeggen dat ze depressief zijn. Vaak komt het omfloerst tot uiting of zeggen ze het op een meer subtiele manier. ‘Het hoort erbij’ is niet zelden een indicator dat er iets scheelt. Mobiliteit, bijvoorbeeld, wordt vanaf de leeftijd van 75 een groter probleem. Maar de nodige hulp of ondersteuning ontbreekt vaak, precies omdat het zo vanzelfsprekend gevonden wordt dat ‘het erbij hoort’. Zo hou je een negatieve spiraal in stand. Die framing versterkt de kwetsbaarheid en soms zelfs een onderliggend minderwaardigheidsgevoel van ouderen. Het is vaak het sociaal netwerk dat voor die ‘vanzelfsprekende aftakelingen’ moet opdraaien”, verduidelijkt Dr. van Moorsel. Hij is  intussen al vier jaar aan de slag in het UPC van Duffel en was daarvoor als ouderenpsychiater actief in het Sint-Jan ziekenhuis in Brussel.

“We zijn nog nooit zoveel bezig geweest met ouderen en ouderenzorg, maar op vlak van geestelijke gezondheidsproblemen blijft het taboe bestaan. Als een opname zich opdringt, voelt dat voor hen nog te vaak aan als een behandeling in het ‘zothuis’. Het is goed dat vandaag in het algemeen vlotter gepraat wordt over psychische problemen, maar die vlieger gaat nog te weinig op voor mensen van de derde en vierde leeftijd.”

Een kwestie van tijd en geduld

“Het is overigens een vergissing om alle 60-plussers op eenzelfde manier te benaderen. Het is een van de voornaamste redenen waarom we niet minder dan vier afdelingen hebben in het UPC van Duffel. Mensen tussen de 60 en 75 jaar vereenzelvigen zich niet met mensen uit de vierde leeftijd, voor sommige 75-plussers zijn de drempels in het zorgaanbod dan weer hoger dan voor mensen uit de derde leeftijd.”

“We zijn nog nooit zoveel bezig geweest met ouderen en ouderenzorg, maar op vlak van geestelijke gezondheidsproblemen blijft het taboe bestaan. Als een opname zich opdringt, voelt dit voor hen nog te vaak aan als een behandeling in het ‘zothuis’.”

Een behandeling binnen de ouderenlijn van het Psychiatrisch Centrum bestaat vaak uit een traject van verschillende weken, soms maanden. “De gemiddelde doorlooptijd in onze ouderenafdeling is erg variabel. Elke afdeling is ook een opnameafdeling, wat inhoudt dat er ‘crisisopnames’ zijn met een opnameduur die varieert van drie weken tot langer. Indien nodig kunnen we trajecten van drie tot zes maanden aanbieden. Het is belangrijk om in de diepte te kunnen werken en dat vergt tijd en geduld. Geduld is heel belangrijk.”

“De profielen die we hier binnenkrijgen zijn zeer divers. Sommigen komen hier, op latere leeftijd, voor het eerst in aanraking met professionele hulp. Dat betekent niet dat er voorheen nooit problemen waren, maar wel dat die nooit de nodige aandacht kregen. Het is vaak een levensgebeurtenis die een problematiek tot uiting doet komen. Het pensioen is bijvoorbeeld zo een piekmoment voor ontluikende depressies en angststoornissen. Het wegvallen van de dagelijkse routine kan de onderliggende psychische problematiek plots doen opleven, die soms – en dat is niet te onderschatten – door alcohol, slaappillen en andere medicatie gemaskeerd werd. Op dat moment valt het kaartenhuisje in. 75-plussers die angst- en stemmingsproblemen ontwikkelen kunnen terecht in onze nieuwe Sophia 4-afdeling. Een bijzondere nadruk leggen we op het ‘frailty’-profiel, de ‘kwetsbare’ oudere. Kortweg wil dat zeggen dat hun evenwicht sneller wordt verstoord door verschillende kwetsbaarheden, van psychisch over somatisch en sociaal tot cognitief, waardoor de behandeling aangepast moet worden aan hun profiel.”

Sophia 4 in de praktijk

“In de meeste gevallen verloopt een behandelingstraject in drie stappen. De eerste fase is die van de gestructureerde en ondersteunende leefgroep. Op Sophia 4 is er in deze fase plaats voor 12 personen. Hier is het vooral van belang rustgevende technieken toe te passen en duidelijke regels te creëren rond maaltijden, therapieën, medicatie… De verpleging is in deze leefgroep zeer aanwezig. Belangrijk bij deze stap is de familiewerking: via een ‘multidisciplinair rondetafelgesprek’ zien we familie en de naaste omgeving binnen de twee weken. Na drie weken is er een eerste grote evaluatie en bespreking. Dit wordt teruggekoppeld naar de patiënt. Vervolgens is er om de vier weken een opvolgevaluatie. Als we merken dat de patiënt er klaar voor is, kunnen we doorgaan naar fase 2 van het herstelproces: de open leefgroep. Hier krijgt men meer autonomie, de therapieën zijn meer inzichtgevend en worden doorspekt met yoga en muziektherapie. Tot slot volgt de zogeheten ontslaggroep – we denken nog aan een betere benaming. Hier werken we zo individueel mogelijk en ‘testen’ de copingstrategieën van de patiënten uit. We maken een preventieplan voor herval en in  een familiemoment koppelen we nogmaals terug.”

“Als je tot een echt en authentiek contact komt met je patiënt wordt er veel mogelijk en krijg je hen mee. Ouderen die hier binnenkomen zijn in zekere zin paranoïde. Dan moet je niet de dokter uithangen die hen eens zal uitleggen wat het probleem is. Ik geloof meer in het principe van de behandeling waarbij we even op de koffie komen.”

“Voor de meeste patiënten is het volledige traject voltooid na enkele maanden. Vervolgens gaan ze terug naar hun vertrouwde omgeving. In vele gevallen gaat dat gepaard met heel wat verschillende emoties: mensen zijn blij dat ze het traject goed hebben doorlopen en erkennen de impact van het geleverde werk. Maar er is ook een zekere vertwijfeling: ga ik het nu op eigen benen aankunnen? Vandaar dat het hervalpreventieplan erg belangrijk is. We bouwen na enige tijd wel een terugkeermoment in om de stand van zaken te overlopen.”

Samenwerking met woonzorgcentra stimuleren

Het Universitair Psychiatrisch Centrum (UPC) van Duffel maakt deel uit van de overkoepelende Emmaüsgroep waartoe ook woonzorgcentra behoren. Niet zelden komt Dr. van Moorsel in contact met bewoners én medewerkers uit het woonzorgcentrum. “Die samenwerking bewijst zijn nut in vele moeilijke situaties, maar we zijn nog niet vlekkeloos op elkaar ingespeeld. Als een ouder persoon ernstige gedragsproblemen vertoont, zal men vaak pas in laatste instantie bij ons komen aankloppen. Men zal er eerst alles aan doen om zorg te bieden met de middelen die in het woonzorgcentrum voorhanden zijn. Pas als het écht niet meer gaat, nemen ze contact met het UPC op. Vervolgens gaan we samen kijken waar de problemen zich stellen. Een opname op onze ouderenafdeling is dan een mogelijke oplossing, maar dat is natuurlijk nooit een gemakkelijke beslissing voor de betrokkenen. Vaak proberen we dan eerst ambulant of via de huisarts tot een oplossing te komen. Hoe sneller dat gebeurt in het proces, hoe groter de kans om een opname te vermijden.”

“De bewoner in zijn eigen context behandelen zou in vele gevallen de beste oplossing zijn, maar daar komen we nog te weinig toe. Er wordt ongelooflijk straf werk geleverd in de woonzorgcentra, zeker als je bedenkt met welke middelen ze het moeten klaarspelen. Soms vraag ik me af of het huidige concept van woonzorgcentra intussen niet voorbijgestreefd is. Ze zullen zeker nog nodig zijn in de toekomst, alleen zal het anders moeten worden uitgewerkt, denk ik. Hoe het allemaal verder moet, is voer voor discussie binnen het veld van ouderenpsychiaters en de ouderenzorg. Wat wel duidelijk is, is dat er alternatieven moeten kunnen bestaan naast de woonzorgcentra.”

Op de koffie

“Het is hoopgevend dat er meer interesse is voor het thema. Je voelt dat de maatschappij er meer aandacht aan geeft. Met de Sophia 4-afdeling tonen we dat het aanbod er is en bieden we een programma aan dat toenadering zoekt tot ouderen met psychische problemen. Wij moeten hen tegemoet komen en ervoor zorgen dat wij ons aanbod aanpassen aan hun noden, niet omgekeerd. Als je tot een echt en authentiek contact komt met je oudere patiënt, dan wordt er veel mogelijk en krijg je hen mee. Ouderen die hier binnenkomen zijn in zekere zin paranoïde. Dan moet je niet de dokter uithangen die hen eens zal uitleggen wat het probleem is. Het contact moet laagdrempeliger. Ik geloof meer in het principe van de behandeling waarbij we even op de koffie komen.”

 

TEKST: JENS DE WULF

Gerelateerde berichten

EHBP – Eerste Hulp Bij Psychische problemen

Vroegtijdige herkenning leidt tot betere hulp

Kinderen verdienen het beste

Margot Cloet
Editoriaal – Zorgwijzer 77

Communiceren over psychische problemen

Tien vuistregels om anders te spreken over geestelijke gezondheid