YVONNE DENIER, STAFMEDEWERKER ETHIEK BIJ ZORGNET-ICURO, DAAGT SOCIALE PROFESSIONALS UIT OVER GOEDE ZORG IN NIEUW BOEK

"Kwetsbare mensen vertrouwen sociale professionals. Daar spring je niet lichtzinnig mee om"

Juni 2021

Zorgethica Yvonne Denier daagt sociale professionals uit over goede zorg. Haar ervaringen bundelde ze in een nieuw boek ‘Het pluisbloemeffect. Hoe ethiek in de zorg aanstekelijk werkt’. Sociaal.Net sprak met haar: “In sterke teams mogen medewerkers vragen stellen, twijfelen en struikelen.”

BRON: Sociaal.Net

Sociale professionals botsen voortdurend op ethische vragen. Die los je als organisatie niet op door individuele gebruikers maximale autonomie te geven. Op de werkvloer levert dat fricties op. De realiteit zit veel complexer in elkaar.

Zo zitten in de ouderenzorg bewoners, familieleden en zorgverleners niet altijd op dezelfde golflengte. Een bewoner wil niet deelnemen aan de activiteiten van animatie, maar de kinderen vragen aan zorgmedewerkers om dat toch te blijven pushen. Of twee bewoners worden verliefd op elkaar en wensen op ongestoorde momenten de kamer op slot te doen. Sommige medewerkers zien dat niet zitten omdat er ook een dementieproces in het spel is. Wat moet je daar dan mee doen?

“Menselijke waardigheid is de kern van zorg.”

In een revalidatiecentrum worden hulpverleners geconfronteerd met frustraties van patiënten die na een hersenbloeding bijvoorbeeld hun tanden niet meer goed zelf kunnen poetsen. Tijdens zo’n agressieve bui krijgt een collega een tandenborstel naar het hoofd geslingerd, waarna ook zij boos wordt. Hoever ga je dan als leidinggevende mee in die gevoelens van frustratie en onmacht bij je collega? Laat je dat passeren of ga je in gesprek?

Zorgethica Yvonne Denier voelt zich als een vis in het water bij zulke ethische kwesties. Aan de KU Leuven wijst ze als professor zorgethiek studenten de weg. Als stafmedewerker ethische thema’s bij zorgkoepel Zorgnet-Icuro daagt ze teams en organisaties uit om naar menswaardige oplossingen te zoeken. Tussendoor vond ze tijd voor een nieuw boek.

Je schrijft dat zorg niet zonder ethiek kan.

“Mensen die met hart en ziel in zorg en hulpverlening staan, werken van nature graag met mensen. Ze zoeken de ontmoeting met anderen op. De rode draad in hun werk is de keuze om betekenisvol te zijn voor iemand die kwetsbaar is.”

“In de palliatieve zorg betekent dat mee betekenis kunnen geven aan iemands laatste levensdagen. Bij iemand met dementie zoek je als professional hoe je mee kan bouwen aan een goede dag voor deze persoon. Voor een jarige bewoner met een ernstige mentale beperking doe je iets speciaal dat hem gelukkig maakt. Hulpverleners kunnen met vele kleine dingen heel wat betekenis geven aan de verschillende zorgontmoetingen van elke dag.”

Wat heeft dat met ethiek te maken?

“Ethiek gaat over de vraag naar het goede leven. Hoe kunnen we op een goede manier leven en samenleven, gegeven de context van beperkingen en mogelijkheden die er zijn? Specifiek voor de zorgrelatie is dat je zo menswaardig mogelijk probeert om te gaan met de kwetsbaarheid van iemand anders.”

“Je moet kunnen rekenen op collega’s die elkaar aanspreken op keuzes en gedrag.”

“Menselijke waardigheid zit dus in de kern van zorg en welzijn. Daarom doe je ook bij de verzorging van mensen die in coma liggen de deur toe en probeer je dit zo respectvol mogelijk te doen. Daarom isoleer je onrustige mensen met roepgedrag niet zomaar in een geluidsdichte kamer. Die optie strookt niet met de notie van menselijke waardigheid.”

Zou menswaardig omgaan met kwetsbare mensen niet evident moeten zijn in zorg en welzijn?

“Kwetsbare mensen vertrouwen sociale professionals. Daar spring je niet lichtzinnig mee om. Maar het gebeurt dat we er onder tijdsdruk soms toch doorheen fietsen. De deur blijft tijdens de verzorging dan toch openstaan. Een bewoner wordt toch gefixeerd omwille de eigen veiligheid.”

“Het is ook niet altijd duidelijk hoe je die waardigheid best invult op specifieke momenten en in heel concrete situaties. Het is begrijpelijk dat de ene collega sneller zijn geduld verliest bij een bewoner met dementie die onophoudelijk roept. Dan kan er al wel eens teruggeroepen worden. Niets menselijks is ons vreemd.”

Hoe los je dat op?

“Je moet kunnen rekenen op collega’s die elkaar aanspreken op keuzes en gedrag. Niet om met het vingertje te wijzen, wel om samen op een positieve manier te groeien in het zoeken naar menswaardige manieren om met kwetsbaarheid om te gaan.”

“Ook bij regels en reglementen, is menselijke waardigheid een belangrijke toetssteen.”

“Samen vaststellen dat terugroepen niet helpt, kan door het stellen van de juiste vragen of het aanreiken van alternatieven. Als collega’s zich vragend en kwetsbaar kunnen opstellen tegenover elkaar, creëer je meer goesting om mensen beter te helpen. Koester dus vooral je kritische vrienden-collega’s. Daar ligt een hoeksteen van goede zorg.”

Vaak moeten zorgmedewerkers wel binnen strakke regels en lijnen kleuren.

“Ook bij regels en reglementen, is menselijke waardigheid een belangrijke toetssteen. Waar dat misloopt, zijn zorgkundigen goed geplaatst om kritische vragen op de tafel van directie en bestuur te leggen: ‘Zouden jullie zelf op je oude dag ervoor kiezen om al in de vroege avond in je bed te moeten? Neen, toch? Hoe kunnen we dit dan anders organiseren?’”

Wat als die vraag weinig in beweging zet?

“Af en toe vertrouwen teleurgestelde medewerkers me toe dat in hun organisatie de deur dicht blijft voor mijn mooie verhalen en initiatieven rond groeigoesting. Ik vraag hen dan telkens wat ze zelf al geprobeerd hebben om de deur open te krijgen. Hebben ze bepaalde zaken al eens op tafel gelegd? Zochten ze al naar bondgenoten?”

“Zaken zullen slechts veranderen als je zelf probeert om het gesprek aan te gaan en grenzen te verleggen. Ethisch goede hulpverlening voltrekt zich niet vanzelf.”

‘Goede zorg realiseer je niet in je eentje.’

“Maar goede zorg realiseer je niet in je eentje. Zijn je collega’s, je management of je bestuur niet mee, dan zit je vast. Gedreven medewerkers die tegen muren blijven aanlopen, gaan eronderdoor of zoeken andere plekken op. Het is aan directies en hun bestuur om de juiste randvoorwaarden te creëren en de goesting voor ethisch goede zorg bij alle medewerkers te stimuleren.”

Maak dat eens concreet.

“Verandering groeit van onderuit. Daar geloof ik sterk in. Maar het is aan het hogere beleidsniveau om de randvoorwaarden te creëren die dat mogelijk maken. Sterke organisaties ontstaan niet vanzelf of door het pionierswerk van enkele individuen. Het vraagt om stevige investeringen en structurele aandacht voor de vraag ‘Zijn wij samen met de juiste dingen bezig?’”

“Daarom zetten we vanuit Zorgnet-Icuro ook sterk in op ethische vorming en aandachtspunten voor directies en besturen. We dagen hen uit om te zoeken naar een ethisch kompas voor hun organisatie. Hoe je als organisatie nieuwe medewerkers meeneemt in dit verhaal, spreekt vaak al boekdelen. Een directeur zei me ooit: ‘Met zorgmedewerkers heb je goud in handen. Het is mijn taak om dat goud te laten schitteren.’”

Toch verschansen managers zich soms achter hun bureau en verschijnen ze enkel tijdens het jaarlijks kerstfeest.

“Nog een quote die ik onthield uit mijn vormingen: ‘Als directeur moet je in je tent rondlopen’. Je kan moeilijk waardegedreven werken als je niet weet wat er leeft bij cliënten en medewerkers.”

‘Je moet de juiste mensen op de juiste plaats zetten.’

“Al is het ook ingewikkelder dan dat. Sommige mensen zijn straffer in planning, cijfers en getallen dan in de onvoorspelbare dynamiek van overleg met bewoners en personeel. Een slimme directeur die vanuit zichzelf meer manager is dan inspirator vult die lacune dan best op door iemand uit zijn staf dat mandaat te geven. Zo vul je elkaar aan. Samen geraak je verder.”

Dat lukt niet altijd, zo blijkt uit de talrijke kritische getuigenissen.

“Om een schip op koers te houden, moet je de juiste mensen op de juiste plaats zetten. Interesses, overtuigingen en talenten juist inzetten, is de uitdaging voor elke directeur. Maar ik erken dat er nog werk aan de winkel is, al is de afgelopen vijftien jaar het belang van waardegedreven hulpverlening en ethisch goede zorg sterk gegroeid. Al ben ik soms bezorgd, toch zie ik meer redenen om hoopvol te zijn.”

‘Al ben ik soms bezorgd, ik zie meer redenen om hoopvol te zijn.’

Zorggebruikers zijn minder hoopvol. Ze zoeken naar warmte, respect of mededogen, maar vinden die niet. In de jeugdhulp moeten jongeren nog te vaak een knuffel missen.

“Doorheen de jaren heb ik gemerkt dat de aandacht voor de kleine maar enorm betekenisvolle woorden en gebaren de kern is van de professionaliteit van hulpverleners. Zij moeten een deskundige tochtgenoot en zorgzame kompaan kunnen zijn.”

“De juiste aandacht, een knuffel, ruimte voor tranen en verdriet, natte haren kammen of een warm bad laten lopen, zijn cruciaal op die tocht. Voor gebruikers, cliënten of bewoners en hun familie zijn dat vaak mijlpalen in hun zorgtraject. Ondanks het feit dat oma gestorven is, herinner je je vooral de zorgzame hulpverlening, de warme tas koffie die je op het juiste moment aangereikt werd of de oncoloog die plots zelf heel stil werd en toch nabij bleef.”

“Er is niks mis met regels of procedures, zolang die geen schuilplaatsen zijn voor eigen onvolkomenheden en kwetsbaarheden.”

Is het zinvol dat hulpverleners op zo’n moment hun kwetsbaarheid durven tonen?

“In die kwetsbaarheid ligt een sleutel naar zorg die het verschil maakt, naar een zorg die aansluit bij de barsten in elk menselijk bestaan. Psychiater Dirk De Wachter stelt terecht dat we weg moeten van het beeld dat kwetsbaarheid iets is voor slappelingen. In een sterk team leggen hulpverleners met vertrouwen net hun eigen vragen, zoektocht en kwetsbaarheid op tafel.”

“Na de getuigenis van Laura De Houwer over mensonwaardige dwang en fixatie in de psychiatrie, reageerde onderzoeker Evi Verbeke terecht dat je dit niet oplost met meer regels en protocollen. Wil je ontspoorde zorg voorkomen, dan moet je investeren in teams waar collega’s durven tonen hoe moeilijk ze het soms hebben en hoezeer ze zelf zoekende zijn naar de inhoud van goede en menswaardige zorg. Dat gesprek samen kunnen voeren, met alle vraagtekens en emoties die daarbij horen, is een toonbeeld van professionaliteit.”

Voor nieuwe, jonge werkkrachten is dat niet vanzelfsprekend. Het vraagt enige maturiteit.

“Daarom is het belangrijk om lerende teams te ontwikkelen waar je ook mag struikelen en twijfelen en kan steunen op de ervaring van je collega’s. Er is niks mis met regels of procedures, zolang die geen schuilplaatsen zijn voor eigen onvolkomenheden en kwetsbaarheden.”

“Teamverantwoordelijken hebben een belangrijke rol om die cultuur te installeren. Als een medewerker vertelt dat hij compleet ondersteboven is van een moeilijke situatie maar vervolgens als antwoord krijgt: ‘Wen er maar aan want het zal de laatste niet zijn’, dan verlies je veel op vlak van menselijkheid van zorg. Dan zijn we echt niet goed bezig.”

“Maar ook de meer ervaren krachten zijn mee verantwoordelijk. Zij moeten kunnen tonen dat ze zelf ook geen supermensen zijn. Ook zij blijven twijfelen, struikelen en vragen stellen. In zo’n positieve organisatiecultuur zie je dat jonge krachten snel kunnen openbloeien. Want mensen leren vooral het meest van elkaar. Bij ethisch goede zorg zit het ‘m eigenlijk niet zozeer in dikke boeken en belangrijke theorieën. Het zit ‘m vooral in de concrete praktijk van elke dag. In dat opzicht is ethiek echt iets van iedereen.”

Hoe kan elke hulpverlener hierbij zichzelf blijven?

“Met enkel afstandelijkheid en zakelijkheid kan je voor kwetsbare mensen moeilijk het verschil maken. En met onbegrensde en onvoorwaardelijke nabijheid riskeer je mee te verdrinken met je cliënt.”

“Een middenweg vinden tussen afstand en nabijheid is de uitdaging.”

“Een eigen middenweg vinden tussen die afstand en nabijheid is de uitdaging. Daar horen ook bij: verdrietig, gefrustreerd of boos zijn. Dat evenwicht is veel meer dan een dooddoener op papier. Het is een oefening die sociale professionals dagelijks moeten maken. En dat gebeurt met vallen en opstaan.”

“Authentiek zijn kan daarbij helpen. Naast kwetsbaarheid is authenticiteit een belangrijk ankerpunt van menswaardige zorg. Ook sociale professionals moeten kunnen zijn wie ze zijn, als unieke persoon tussen de medemensen, met elk zijn eigen sterke en zwakkere kanten.”

Je boek focust helemaal op het geëngageerde werk van sociale professionals. Waar zijn de cliënten, patiënten, gebruikers en mantelzorgers?

“Vanuit mijn werk ga ik vooral aan de slag met zorgaanbieders, teams en organisaties. Maar ik kies mijn kernvraag daarbij heel bewust vanuit zorgvragersperspectief: ‘Hoe zou jij je daarbij voelen, mocht je zelf cliënt of bewoner zijn?’ Want inderdaad: het is niet omdat een team het gevoel heeft dat ze menswaardige zorg verlenen, dat zorggebruikers dat ook zo ervaren.”

“Eigenlijk leer je het meest uit situaties waar je de mist inging. Wat dat betreft zijn kritische vragen en getuigenissen van zorggebruikers zeer belangrijk.  De zorg moet die getuigen dankbaar omarmen. Ze bieden de input voor goede verandering op de weg naar meer menswaardigheid.”

Over leermomenten gesproken: tijdens de coronapandemie blonken sommige organisaties uit, andere lieten steken vallen. Hoe zal de zorg deze crisis verteren?

“Het coronavirus sloeg onmenselijk hard om zich heen, niet in het minst in de ziekenhuizen en de ouderenzorg. Toch zagen we dat organisaties die al een hele tijd een eigen ethische werking hadden en een goede traditie van ethisch overleg en dialoog, veel meer buffers hadden in het zoeken naar een evenwicht in de coronastorm. Hoewel het loodzwaar en snoeihard was, liepen ze toch niet verloren in de storm die op hen afkwam. Als groep hadden ze een ethisch kompas dat hen hielp.”

“Het toont dat geïntegreerd inzetten op zorgethiek ook in crisismomenten het verschil kan maken. Hier liggen de verhalen van medewerkers die een ongeziene creativiteit en flexibiliteit toonden om een verjaardag of contacten met familie toch mogelijk te maken. Cliënten en hun familie ervaarden en waardeerden dat. Het geeft wind in de zeilen van een zorg die het verschil maakt.”

Maar het liep soms ook grondig mis.

“Deze pandemie raakt het hart van de zorg, zoals woonzorgdirecteur Naiké Costa al schreef bij het begin van de virusuitbraak. Mensen omringen en omarmen zit in het DNA van hulpverleners. Maar van de ene dag op de andere werd dat bedreigend. Hulpverleners moesten omwille van de volksgezondheid hun warme contacten in de ijskast zetten. Dat voelde heel ongewoon zwaar en ondermijnend aan. Het raakte de hulpverleners diep in hun eigen morele identiteit: ‘Hoe kan ik in godsnaam een goede hulpverlener zijn als ik dit zo moet doen?’”

“Met als dramatisch excessen dat ouders hun kinderen met een beperking wekenlang niet konden zien of sommige mensen helemaal alleen moesten sterven. Het is begrijpelijk dat mensen dan hun vertrouwen in zorg loslaten. Die ervaringen werpen een donkere schaduw op onze zorg.”

Toch kan je stellen: ethische organisaties aanvaarden zo’n excessen niet.

“Om die reden zijn er ook heel wat directies die tegen de grenzen van de maatregelen aanduwden. Ze waren niet bereid om zo diep te snijden in het ethische hart van hun teams en organisatie. Dat was een vorm van kritische vraagstelling en ongehoorzaamheid in het belang van de ethiek, die wij vanuit zorgkoepel Zorgnet-Icuro ook mee gesteund hebben. We zochten samen uit hoe we ondanks deze virusuitbraak mensen toch menswaardig kunnen laten sterven.”

“En opnieuw bleek dat organisaties sterker werden door veel te wikken en te wegen, na te denken, samen te wenen, kracht en kwetsbaarheid te tonen. Wat dat betreft levert deze pandemie voor zorgethici uniek materiaal op. Al hadden we dat natuurlijk liever anders gezien, toch houden zulke situaties ons bij de leest in de zoektocht naar een zo menswaardig mogelijke zorg in de dagelijkse praktijk.”

 

 

TEKST: PETER GORIS