PILOOTPROJECT GEÏNTEGREERDE ZORG VOOR PATIËNTEN MET CHRONISCHE AANDOENING

ZORGZAAM LEUVEN ZET STAPJES IN DE GOEDE RICHTING NAAR BETERE ZORG

In 2017 schreef de federale overheid een oproep uit om pilootprojecten geïntegreerde zorg voor chronische patiënten op het getouw te zetten. Vanuit Leuven kwam er reactie van huisarts Gijs Van Pottelbergh en apotheker Marie Van de Putte. Ze doopten hun pilootproject ‘Zorgzaam Leuven’ en bouwden een team uit. We zijn intussen twee jaar ver in het traject van hun pilootproject dat loopt tot 2021. Tijd voor een gesprek met een van de trekkers van Zorgzaam Leuven: Gijs Van Pottelbergh.

EFFICIËNTIEWINSTEN BOEKEN

Een KCE-studie van een tijd terug toonde aan dat er behoorlijk wat hiaten zitten in ons systeem om zorg voor patiënten met een chronische aandoening op een zo geïntegreerd mogelijke manier aan de man of vrouw te brengen. Vandaar het idee van de federale overheid om pilootprojecten geïntegreerde zorg op poten te zetten.

14 zorggebieden gingen in 2017 aan de slag met als doel de verschillende zorgverleners binnen een regio nauwer te laten samenwerken zodat we kunnen spreken van geïntegreerde zorg. “Ons zorgsysteem is behoorlijk versnipperd en verkokerd,” steekt Gijs Van Pottelbergh van wal. “De geselecteerde pilootprojecten nemen lokaal initiatief om te kijken waar we binnen ons zorgmodel de financiering bij kunnen sturen. Het is als het ware een actie-onderzoek: we implementeren en stellen en cours de route bij. Een van onze kerntaken is om efficiëntiewinsten te boeken. We ondervinden hierbij aan den lijve dat we niet kunnen vertrekken van een wit blad, maar we kunnen wel nuances aanbrengen om op termijn tot betere zorg te komen.”

ZORGVERLENERS DICHTER BIJ MEKAAR BRENGEN

Naast huisarts is Van Pottelbergh ook onderzoeker aan de KU Leuven en voorzitter van LMN (Lokale multidisciplinaire netwerken) in Groot-Leuven. Toch engageerde hij zich als een van trekkers van het geïntegreerde zorgproject Zorgzaam Leuven: “Naast mijn overtuiging om mij te engageren voor dit initiatief speelde ook frustratie een rol. Je kan je niet voorstellen hoe vaak wij als zorgverlener botsen op de limieten van onze ondersteuning voor een bepaalde patiënt. Ik zie heel wat artsen, kinesisten, maatschappelijk werkers… die zich dagdagelijks uitputten in het zoeken naar de beste oplossing voor een bepaalde persoon met een zorgnood, maar er toch niet in slagen om de optimale oplossing te vinden. Heel jammer. Wat we met dit pilootproject willen bereiken, is een betere samenwerking door de muurtjes zoveel mogelijk af te breken. In Zorgzaam Leuven hebben we een goede verstandhouding met de zorgverleners in de eerste lijn uit de regio: huisartsen, kinesisten, apothekers… maar we leggen ook linken met het ziekenhuis én met de welzijnswerkers. Alleen zo kan je iemand met een chronische aandoening ten volle omringen. Welzijnsactoren horen daar wat mij betreft zeer zeker bij. Zij staan ook dicht bij de gezondheid van de patiënt en bekijken de zaken vaak vanuit een ander perspectief. We mogen niet elk op ons eiland blijven. ”

De respons onder de zorgverleners in de Leuvense regio om deel uit te maken van het geïntegreerde zorgproject is vrij groot aldus Van Pottelbergh: “Of we de helft van de zorgverleners kunnen overtuigen voor dit project? Dat is misschien nu nog te optimistisch uitgedrukt. Maar één op drie antwoordt spontaan op onze oproep om mee te werken binnen Zorgzaam Leuven. De limieten en frustraties waarmee ik geconfronteerd wordt, zijn dus herkenbaar voor vele anderen. Samen hebben we de overtuiging om de zorg voor chronisch zieken te verbeteren. We beseffen dat verandering niet zomaar zal komen, dat we proactief moeten handelen. Soms krijgen we mails van collega-zorgverleners die verbolgen zijn dat ze nog geen deel uitmaken van Zorgzaam Leuven. Aan hen geven we steevast de boodschap: kom er gerust bij! Ook de patiënt kan hierin een rol spelen. De keuze van zorgverlener is vrij in ons land, iedereen doet beroep op de mensen die men zelf wil inschakelen voor een goede zorgverlening. Als één schakel binnen het zorgteam van een pa­tiënt niet tot Zorgzaam Leuven behoort, dan kan dat onrechtstreeks een incentive zijn om toch tot ons pilootproject toe te treden. Zij hebben er tenslotte ook belang bij om deel uit te maken van een grote groep van zorgverleners die gelijkgestemd nadenken over zorgverlening. We willen zorgverstrekkers uitdrukkelijk ondersteunen in hun sociaal ondernemerschap.”

SAMEN HET VERSCHIL MAKEN

In België zijn intussen 14 pilootprojecten van start gegaan. Dat betekent echter ook dat er nog heel wat gebieden zijn waar geen geïntegreerd zorgproject loopt. Wat is nu exact het verschil voor een patiënt in Leuven tegenover iemand die niet kan genieten van een initiatief zoals Zorgzaam Leuven? Gijs Van Pottelbergh: “Mijn inziens zijn er drie klemtonen die wij binnen ons project nu al extra kunnen leggen. Ten eerste kunnen wij meer geprogrammeerde zorg geven, met een meer gestructureerde opvolging en duidelijke instructies. Ten tweede zetten wij specifiek in op wijk- en buurtwerking. Ik denk dan bijvoorbeeld aan vele kleine acties zoals wandelgroepen en lokale bijeenkomsten die via Zorgzaam Leuven ontstaan, maar ook centrale punten die worden gecreëerd. Sowieso virtueel, maar eventueel ook fysiek. Ten derde kunnen wij de zorgverstrekkers beter ondersteunen om kwaliteitsvol te werken en is er een soepelere schakeling tussen alle niveaus.”

Welzijnsactoren hebben hun plaats binnen Zorgzaam Leuven. Zij staan ook dicht bij de gezondheid van de patiënt en bekijken de zaken vanuit een ander perspectief. Zorg en welzijn mogen niet op hun eilandje blijven.

Het project is nu halfweg, maar voor een voorlopige analyse is het nog te vroeg zegt Van Pottelbergh: “We kunnen steeds duidelijker de vinger op de wonde leggen en slagen erin om de eerste veranderingen in de financiering aan te brengen, maar het is een traag proces. Als we ruimte voor verbetering zien en daarvoor acties willen ondernemen, dan krijgen we steevast de reactie van de overheid dat er -tig aantal koninklijke besluiten aangepast dienen te worden. Hierdoor duurt het enige tijd eer we die acties ook echt kunnen doorvoeren en dus een verschil kunnen maken. Ik zou graag nog een versnelling of twee hoger willen schakelen. In het buitenland zie je trouwens ook dat er dergelijke projecten lopen: in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland… maar nergens is het al gekomen tot een nationale uitrol. Ook elders worstelt men dus met de structuren. Feit is wel dat we met de andere pilootprojecten geïntegreerde zorg geregeld overleggen zodat we onze acties op mekaar kunnen afstemmen en een effect op lange termijn kunnen bekomen.”

Meer informatie op www.zorgzaamleuven.be

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: JAN LOCUS