INGEBORG HOFMAN (ICHO) EN RIET BREESCH (ACHG KU LEUVEN) MAKEN EERSTE BALANS OP

"Ziekenhuisstage voor huisartsen in opleiding helpt bruggen bouwen tussen eerste en tweede lijn"

Januari 2021

Huisartsen in opleiding (HAIO’s) doen sinds vorig academiejaar ook een stage van zes maanden in het ziekenhuis waarin ze meelopen met een arts-specialist. Tijd voor een eerste balans. En die is positief. “95% van de huisartsen in opleiding zou hun stageplaats in het ziekenhuis aanraden aan medestudenten, een vergelijkbaar percentage van ziekenhuisopleiders geeft aan in de stage een meerwaarde te zien”. Aan het woord zijn Ingeborg Hofman, staflid ziekenhuisopleiders bij het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO) en Riet Breesch, verantwoordelijke ziekenhuisstages aan het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde (ACHG) van de KU Leuven.

In de master-na-master huisartsgeneeskunde lopen huisartsen in opleiding drie jaar voltijds stage: 30 maanden in huisartsenpraktijken en 6 maanden in een ziekenhuis. De volgorde van die stages ligt vast: eerst één of anderhalf jaar stage in een huisartsenpraktijk, vervolgens een half jaar stage in het ziekenhuis om tot slot de stageperiode te voltooien bij een huisarts-praktijkopleider.

Vanwaar de keuze om een ziekenhuisstage op te nemen in de opleiding tot huisarts?

Ingeborg Hofman: “Huisartsen en artsen-specialisten moeten in hun carrière heel vaak samenwerken. De huisarts verwijst een patiënt door naar het ziekenhuis of een specialist stuurt een patiënt terug naar de huisarts voor opvolging na een ziekenhuisopname. Toch weten de eerste en tweede lijn nog zo weinig over elkaar. De laatste jaren was er misschien zelfs sprake van een verwijdering tussen eerste en tweede lijn. Daarvoor zijn er twee belangrijke redenen: enerzijds worden zowel ziekenhuizen als huisartsenpraktijken groter, wat de onderlinge communicatie niet bevordert. Vroeger belde de specialist vanuit het ziekenhuis naar ‘meneer doktoor’ en als hij niet zelf de telefoon opnam, dan noteerde de echtgenote de boodschap wel. Dat is verleden tijd. Anderzijds zijn er meer onderzoeken en specialistische behandelingen. Hierdoor leven we langer, maar vooral ook vaak met meerdere chronische ziekten. Dat zorgt ervoor dat patiënten steeds vaker worden opgevolgd door meer dan één specialist. En net dat maakt dat huisarts en specialisten terug meer moeten gaan samenwerken. Door huisartsen een ziekenhuisstage te laten lopen leren beide werelden elkaar opnieuw beter kennen.”

Riet Breesch: “Huisartsen en specialisten hebben hun eigen workflow in de opvolging van patiënten. Vaak begrijpen ze de redenering van de ander niet. ‘Waarom wordt deze patiënt nu pas naar mij doorverwezen?’, klinkt het soms bij artsenspecialisten. Huisartsen vragen zich dan weer af welke nabehandeling een patiënt nodig heeft na ontslag uit het ziekenhuis’. Net om die drijfveren te doorgronden en te snappen hoe in zo’n ziekenhuis of een huisartsenpraktijk gewerkt en gecommuniceerd wordt, is zo een stage heel erg nuttig. Zo sla je bruggen tussen de eerste en tweede lijn.”

Riet Breesch: “Doordat ze er al een stage in een huisartsenpraktijk hebben opzitten, beschikken HAIO’s over meer ervaring met patiënten dan artsen-specialisten in opleiding. Daardoor staan ze dikwijls ook verder op vlak van communicatie.”

Uit de eerste evaluatie blijkt dat de ziekenhuisstage een win-win is: zowel HAIO’s als ziekenhuisopleiders zijn
laaiend enthousiast.

Ingeborg Hofman: “Maar liefst 95% van de huisartsen in opleiding zou zijn stageplaats aanraden aan een medestudent. Dat toont meteen aan dat de scepsis, die er in het begin toch wel was bij sommige HAIO’s, verdwenen is. Her en der klonk de vrees door dat ze louter als stagiair zouden worden aangezien, niet als afgestudeerde arts. De ziekenhuisopleiders geven echter voldoende ruimte voor autonomie.”

Riet Breesch: “Die autonomie is echt wel nodig om te kunnen spreken van een geslaagde stage. Naast supervisie over de HAIO’s, is de mate van zelfstandigheid een van de belangrijkste criteria in onze zoektocht naar geschikte stageplaatsen in de ziekenhuizen. We willen de toekomstige huisartsen niet zomaar een stageplaats in het ziekenhuis aanbieden. Het moet een kwaliteitsvolle stage worden, met voldoende mogelijkheden om bij te leren.”

Riet Breesch (ACHG)

96% van de ziekenhuisopleiders evalueert de ziekenhuisstage van de HAIO’s als positief. Dat zijn knappe cijfers.

Ingeborg Hofman: “Een heel mooie score, inderdaad. En het beste bewijs dat deze ziekenhuisstage geen eenrichtingsverkeer is. Het is niet zo dat enkel huisartsen in opleiding iets opsteken van hun tijd in het ziekenhuis. Ook de artsen-specialisten die hen begeleiden leren bij. Ze kunnen professioneel pingpongen met een jonge, afgestudeerde arts die al een stage in een huisartsenpraktijk achter de rug heeft.”

Riet Breesch: “Door die stage in de huisartsenpraktijk hebben ze ook meer ervaring met patiënten dan artsen-
specialisten in opleiding. Daardoor staan ze dikwijls ook verder op vlak van communicatie, zowel met de ziekenhuisopleider als met de patiënt. 

Ik zal niet ontkennen dat er al ballonnetjes werden opgelaten over de toegevoegde waarde van een huisartsenstage voor artsen-specialisten in opleiding. Maar voor een goed begrip: dat is op dit moment nog toekomstmuziek.”

Een kleine minderheid keek minder positief terug op de stage. Wat was hun feedback?

Ingeborg Hofman: “We streefden ernaar om voor iedere HAIO een duidelijk en realistisch kader te scheppen door ook de ziekenhuisopleider goed te coachen. In enkele gevallen is dat minder goed gelukt, maar laat er geen twijfel over bestaan: veel ziekenhuisopleiders stellen de vraag om in de toekomst meer HAIO’s te mogen opleiden. Ziekenhuisopleiders met minder goede ervaringen schieten het concept van de ziekenhuisstage niet af; ze geven veeleer aan dat hun HAIO’s  iets minder gemotiveerd of gedreven waren.” 

Riet Breesch: “Er zijn HAIO’s die informatie als een spons opnemen en zoveel mogelijk uiteenlopende ervaringen willen overhouden aan hun tijd in het ziekenhuis. De 5% van de HAIO’s die de ziekenhuisstage negatief beoordeelden gaven vaak aan dat er in het ziekenhuis van hun stage niet echt een opleidingscultuur was. Doordat ze te weinig feedback kregen op hun handelen, kregen ze het gevoel er alleen voor te staan. Opleiden is altijd een evenwicht zoeken tussen autonoom laten werken en tegelijk een vinger aan de pols houden.”

Ingeborg Hofman (ICHO)

Hebben HAIO’s inspraak in de keuze van hun stageplaats?

Ingeborg Hofman: “Absoluut. Iedere huisarts in opleiding krijgt een lijst van mogelijke stageplaatsen. Ze mogen vijf positieve voorkeuren doorgeven. In 80% van de gevallen belanden ze vervolgens effectief op een van de plaatsen van hun voorkeur.”

Ingeborg Hofman: “Het is niet zo dat enkel huisartsen in opleiding iets opsteken van hun tijd in het ziekenhuis. Ook de artsen-specialisten die hen begeleiden leren bij.”

De setting ziekenhuis versus huisartsenpraktijk is wel helemaal verschillend. Wat kan een HAIO bijdragen op pakweg de afdeling neus- keel- en oorziekten (NKO) in een ziekenhuis?

Ingeborg Hofman: “Er zijn afdelingen in het ziekenhuis, bijvoorbeeld spoed of geriatrie, waar er een overlap is met de domeinen van een huisarts. Op sommige diensten worden pathologieën effectief veel meer in detail bekeken dan in een huisartsenpraktijk. In dit specifieke geval van neus- keel- en oorproblemen mag je niet vergeten dat huisartsen vaak patiënten over de vloer krijgen met verkoudheden, evenwichtsproblemen… Dat zijn allemaal zaken die terug te brengen zijn tot neus, keel en oor. HAIO’s kunnen dus veel leren van een stage op NKO.

Zijn er huisartsen in opleiding die zich na hun ziekenhuisstage toch willen specialiseren?

Ingeborg Hofman: “Heel weinig. De opleiding tot huisarts kent een heel lage uitval. De meesten zien het als een bevestiging om wel degelijk de studie af te maken en huisarts te worden.”

Een van de uitgangspunten van de ziekenhuisstage is om de basis te leggen voor een meer geïntegreerde zorg. Hoe zien jullie dat?

Riet Breesch: “De ziekenhuisstage biedt een mogelijkheid om de communication gap tussen ziekenhuis en huisartsenpraktijk te overbruggen. Ook op persoonlijk vlak: als je als huisarts in wording hebt meegedraaid in een ziekenhuis in jouw regio, dan heb je daar contacten opgebouwd. Die contacten kunnen ervoor zorgen dat de schakeltjes in de zorg nauwer aaneenklitten waardoor de patiënt ook een beter zorgtraject kan worden aangeboden. Als je kort op de bal wil spelen om een patiënt te helpen, dan is het van belang dat je elkaar kent.”

Ingeborg Hofman: “De patiënt centraal zetten, dat is zo belangrijk. Als huisarts ken je de verwachtingen van de persoon die je voor je hebt. Je weet waar hij werkt, je kent vaak zijn familiale situatie enz. Op bepaalde momenten is het belangrijk dat je die informatie kan delen met collega-specialisten. De HAIO kan navraag doen bij de huisarts waarom die persoon doorgestuurd is en wat de verwachtingen zijn. Hierdoor kan een specialist gerichter werken. Deze stage helpt dus mee om de verwachtingen van de patiënten te ontdekken.” 

Momenteel zijn er 1050 HAIO’s in Vlaanderen en Brussel. 180 daarvan starten binnenkort met een ziekenhuisstage. Zullen ze allemaal een stageplek vinden?

Ingeborg Hofman: “Daar gaan we in ieder geval voor. Op dit moment zijn er 59 ziekenhuizen die zich engageren om de stages in goede banen te leiden. Wie weet zorgt de positieve evaluatie van het eerste jaar ervoor dat nog meer ziekenhuizen zich zullen opgeven om de ziekenhuisstages te kunnen laten doorgaan.”

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: PETER DE SCHRYVER


"Een huisartsenstage voor artsen-specialisten in opleiding kan een goed idee zijn"

Dr. Joost van Dinther is neus-, keel- en oorspecialist in het European Institute for ORL-HNS, Sint-Augustinus GZA Ziekenhuis en ziekenhuisopleider bij de huisartsenstages. Hij ziet in de ziekenhuisstage voor HAIO’s een duidelijke meerwaarde: “Zowel op korte als op lange termijn is de stage voor alle partijen een win-win.”

“Op de neus-, keel- en oorafdeling werken we met heel wat assistenten. Dat zijn stuk voor stuk jonge wolven, maar ze hebben nog niet al te veel ervaring op vlak van de brede geneeskunde en het leven in het algemeen. Artsen-
specialisten (ASO) worden heel specifiek en gericht opgeleid tot ze nagenoeg alles kennen over hun vakgebied. Dat heeft het nadeel dat ASO’s soms met de mond vol tanden staan als ze geconfronteerd worden met pathologieën en diagnoses die hun domein overschrijden. Een huisarts in opleiding heeft een veel bredere algemene kennis over de geneeskundige disciplines. Als je als toekomstig neus-, keel- en oorspecialist kan samenwerken met een HAIO, dan is dat uitermate interessant en leerrijk.”

“Toekomstige huisartsen kunnen de ASO’s als het ware een spiegel voorhouden. Als je merkt dat een HAIO aan een patiënt andere en meer algemene vragen stelt dan je zelf doet, dan steek je daar iets van op. De passage van een HAIO is ook een moment van introspectie voor onze afdeling: ‘die brief voor doorverwijzing, zouden we die in het vervolg niet anders opstellen?’, ‘zouden we hiervoor niet eerst eens met de huisarts telefoneren?’ Deze voorbeelden gaan over interdisciplinaire communicatie, een domein waar HAIO’s vanwege hun poortwachtersrol van nature verder in staan dan ASO’s. Ze kunnen patiënten dus beter en gerichter doorverwijzen. Ook op langere termijn is de ziekenhuisstage interessant. Denk maar aan het netwerk dat toekomstige huisartsen kunnen uitbouwen dankzij hun ziekenhuisstage. Eerste en tweede lijn groeien door deze stage naar elkaar toe.” 

“Een huisartsenstage voor ASO’s kan zeker ook nuttig zijn. Ik heb dat destijds zelf gedaan en daar veel van opgestoken, ook al was de duur van de stage te beperkt. Vóór mijn opleiding tot NKO-arts heb ik eerst een half jaar spoedgevallen, intensieve zorgen en ziekenhuiswachten gedaan, wat een meer algemene visie vergde. Ik vind het niet logisch dat iemand die zijn geneeskundestudies afrondt bij wijze van spreken de dag nadien al aan zijn specialistenopleiding moet beginnen. Er moet ruimte zijn om ervaringen op te doen die de blik verruimen. Let wel, het niveau van de ASO’s gaat er absoluut niet op achteruit. Ze hebben nu wellicht meer vakkennis dan collega’s die jaren geleden afstudeerden.”

“Als ziekenhuisopleider moet je vooral in het begin tijd nemen om de HAIO’s wegwijs te maken, maar na een tijdje levert de stage je zelfs tijdwinst op. Eens ze hun draai gevonden hebben, kunnen ze vrij autonoom aan de slag. Er zijn bijvoorbeeld behoorlijk wat patiënten die zonder doorverwijzing naar het ziekenhuis komen. Die patiënten zijn een ideale doelgroep voor toekomstige huisartsen, aangezien ze hier de taak opnemen van de eerstelijnszorger.”

“Covid-19 heeft een impact gehad op alle assistenten op de NKO-afdeling. Tijdens de eerste golf werden ze in ons ziekenhuis allemaal ingezet op de niet-Covid-spoeddienst. Voor hun ontwikkeling was dat niet zo erg. Naast neus-, keel- en oor is het werken op de spoeddienst ook razend interessant voor huisartsen in opleiding. Tijdens de tweede golf werden de meesten regelmatig in beurtrol ingezet op de verschillende Covid-afdelingen. De ziekenhuisstage werd dus niet abrupt afgebroken, alleen ging ze soms elders in het ziekenhuis door dan oorspronkelijk gepland.”


"Huisartsen weten van weinig dingen alles, maar van heel veel dingen iets"

Robrecht Geboers is huisarts in opleiding en loopt op dit moment stage in het UZ Leuven campus Gasthuisberg. Hij koos bewust voor de afdeling Interne Geneeskunde: “Ik profiteer optimaal van de mogelijkheden om mijn ziekenhuisstage zo afwisselend mogelijk te maken.”

“Ik zit nu middenin mijn ziekenhuisstage, en heb het best naar mijn zin. Gasthuisberg is een boeiende plek om bij te leren, met een echte opleidingscultuur. Ik kan het ene moment specifieke kennis opdoen over hartziektes op de dienst cardiologie, enkele weken later kan ik dan weer op de afdeling pneumologie ervaring opdoen over astma, longkanker, bronchitis en andere longaandoeningen. Die afwisseling vind ik heel verrijkend. Bovendien zijn heel wat diagnoses die je als huisarts stelt terug te brengen tot interne geneeskunde.”

Robrecht Geboers

“Hiervoor deed ik al een jaar stage in een huisartsenpraktijk. De opeenvolging van de verschillende stages (huisartsenpraktijk-ziekenhuis-huisartsenpraktijk) is prima. In de huisartsenopleiding wordt sterk de nadruk gelegd op communicatie en een brede kijk op geneeskunde. Beide zaken heb ik vorig jaar verder kunnen aanscherpen tijdens mijn stage in een huisartsenpraktijk. Daar pluk ik nu de vruchten van. HAIO’s zijn al wat getraind in hoe je zaken best aanbrengt bij patiënten, ook slecht nieuws. Dat zit misschien net iets minder ingebakken in de opleiding tot arts-specialist. Daarnaast kunnen HAIO’s het medisch probleem van de patiënten iets breder bekijken. Als bijvoorbeeld een patiënt wordt opgenomen in het ziekenhuis, dan zullen wij als toekomstig huisarts sneller de reflex hebben om de psychosociale context van de patiënt te bevragen en mee in rekening te nemen. Daar kunnen artsen-specialisten in opleiding vaak ook wat van opsteken. En zo ontstaat een boeiende leercultuur.”

“Of de ziekenhuisstage mij aan het twijfelen heeft gezet over mijn keuze? In het prille begin misschien een beetje. Oorspronkelijk twijfelde ik tussen huisarts of spoedarts. De allereerste afdeling waar ik in het ziekenhuis meeliep, was de spoeddienst en dat beviel me. Het was voor mij een verademing om eens niet bezig te moeten zijn met corona, toch wel de hoofbezigheid van de huisartsen dezer dagen. Maar ik moet zeggen dat ik bij nader inzien toch blij ben met mijn keuze voor huisarts: je hebt net als een spoedarts veel algemene kennis nodig, maar je hebt een nauwer contact met de patiënten. Je bent ook meer je eigen baas en je kan echt wel wat betekenen op vlak van preventie.”

“Corona heeft mijn stage niet in de war gestuurd. Zelf bleef ik steeds op de non-Covid-afdelingen actief. Ik kwam dus niet met besmettelijke personen in contact. Wel kregen wij, bijvoorbeeld op de dienst pneumologie, soms patiënten toegewezen die we moesten begeleiden bij hun herstel van Covid-19. De komende twee maanden loop ik nog stage in Gasthuisberg. Vanaf april ga ik voor anderhalf jaar aan de slag in een huisartsenpraktijk voor het laatste deel van mijn stagetraject. Als alles goed verloopt, ben ik daarna huisarts. Wie weet in mijn thuisbasis in Zuid-Limburg, maar het avontuur zie ik ook wel zitten: een buitenlandse missie met Artsen Zonder Grenzen behoort zeker tot de mogelijkheden.”