Bea Cantillon

INTERVIEW PROF. DR. BEA CANTILLON

GEEN SIMPELE OPLOSSING VOOR STRUCTURELE ARMOEDE

Een recente enquête van Zorgnet-Icuro bij de Vlaamse algemene en psychiatrische ziekenhuizen toont een lichte daling van het bedrag van patiëntenfacturen dat onbetaald blijft. Ziekenhuizen zetten sterk in op preventie, en dat loont. Toch is het onderliggende probleem van de structurele armoede daarmee niet van de baan, waarschuwt prof. dr. Bea Cantillon, gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen.

De resultaten van de bevraging werden voorgesteld op een druk bijgewoonde studie­dag van Zorgnet-Icuro op 21 maart. De studiedag over onbetaalde facturen ging in op de problemen van mensen in armoede met praktijkcases en getuigenissen over een preventieve aanpak, sociale begeleiding en ethisch verantwoord invorderen. Prof. dr. Bea Cantillon plaatste de problematiek tijdens de studiedag in een groter kader.

“We moeten evolueren naar een rechtvaardiger verdeling en herverdeling.
We moeten dat erkennen en stoppen met cheap talk over armoedebestrijding.”

“Mijn belangrijkste boodschap is dat het probleem van de onbetaalde facturen in ziekenhuizen samenhangt met het onopgeloste armoedeprobleem. Dat armoede­probleem is structureel. Het is niet gemakkelijk op te lossen. Bovendien zijn de ziekenhuizen structureel onder­gefinancierd. Tel je die twee elementen samen, dan is het gevaar groot dat de meest kwetsbare mensen daarvan de dupe worden. Dat moeten we vermijden door de problematiek met zorg te benaderen.”

“Bekijken we de evolutie van de laatste 40 jaar, dan stellen we vast dat de armoede globaal gezien niet is toegenomen. Maar de armoede neemt wel toe bij laaggeschoolde mensen en gezinnen zonder werk. Onze verzorgingsstaat slaagt er niet in om de onderkant van onze samen­leving voldoende te beschermen, ondanks de inspanningen. De uitkeringen zijn te laag. Om die op een leefbaar niveau te krijgen, moeten we grote inspanningen doen. Want ook de minimumlonen zijn ontoereikend voor gezinnen met kinderen. Het vervangingsinkomen voor een persoon met een handicap bedraagt 911 euro per maand. Probeer daarvan maar eens te leven. Dat is quasi onmogelijk. Alle sociale minima zijn ontoereikend. Zeker voor mensen met extra kosten. Heel die onderste inkomenslaag moet drastisch worden opgetild. Dat lukt niet in een handomdraai. We zullen nog lang met die structurele armoede moeten leven, vrees ik. Daarom moeten zorgvoorzieningen daarmee rekening houden in hun beleid voor onbetaalde facturen.”

JOBS, JOBS, JOBS?

“De overheid doet inspanningen, dat kunnen we niet ontkennen. Maar het probleem is zo groot dat die inspanningen weinig zoden aan de dijk zetten voor de meest kwetsbare mensen. De nettolonen zijn opgetrokken, we hebben de taxshift gehad, er zijn de welvaartsenveloppen … Die maatregelen volstaan echter niet om de sociale minima naar een behoorlijk niveau op te trekken.”

Bea Cantillon

“Er spelen drie onderliggende mechanismen bij de structurele armoede. Om te beginnen, is er een ongelijke verdeling van jobs. De laaggeschoolde mensen hebben niet geprofiteerd van de extra jobs die gecreëerd zijn. Zij hebben geen of onvoldoende toegang tot die jobs. Bovendien zien we een polarisering van werk over de gezinnen. Laaggeschoolde mensen trouwen of wonen doorgaans samen met laaggeschoolde partners. Hooggeschoolde mensen hebben vaker een hoog­geschoolde partner. Het armoede­mechanisme versterkt zichzelf op die manier en de kloof tussen laaggeschoolde en hooggeschoolde gezinnen wordt groter. De mantra ”Jobs, jobs, jobs” werkt niet in de feiten.”

Wat werkt dan wel?
“Er bestaat geen eenvoudig oplossing. Het gaat om een structureel probleem dat niet alleen België treft, maar internationaal de kop opsteekt. We moeten de inspanningen opdrijven. De laagste lonen moeten omhoog, maar dat moet in Europees verband gebeuren. Daarnaast moeten we meer geld inzetten op systemen die herverdelend werken. We zouden bijvoorbeeld de belastingsbasis kunnen verbreden. Een vermogensbelasting is nodig. We moeten de nodige middelen vrijmaken voor loonstijgingen, bijvoorbeeld via een werkbonus, en voor hogere sociale minima. Tegelijk moeten we jobs creëren voor mensen die lager geschoold zijn. Ik denk dan vooral, maar niet uitsluitend, aan de sociale economie.”

Toch is prof. dr. Bea Cantillon niet somber gestemd.
“Neen, want ik zie veel bewegen. Europees is er iets aan het veranderen. De Europese pijler voor sociale rechten is ongezien in de geschiedenis. Dat biedt hefbomen en perspectief voor de toekomst. Het probleem van de armoede is echter structureel. Het hangt samen met de hele werking van de verzorgingsstaat. We moeten evolueren naar een rechtvaardiger verdeling en herverdeling. We moeten dat erkennen en stoppen met cheap talk over armoedebestrijding. We lossen de problemen niet op met maaltijden van één euro. En we laten geregeld ook mooie kansen liggen. Denk aan de hervorming van de kinderbijslag. De overheid had kunnen kiezen voor de onderkant van de samen­leving, maar ze koos voor de middenklasse. Een gemiste kans. De overheid had heel gemakkelijk de kinderbijslag wat lager kunnen zetten – bijvoorbeeld 100 euro per kind in plaats van 163 euro – zodat er meer ruimte was voor sociale toeslagen voor wie het echt nodig heeft.”

“Onze samenleving is nog niet zover dat ze armoede als een structureel probleem bekijkt. Dat is nodig om tot een nieuw sociaal contract te komen. Zolang dat niet gebeurt, blijven we aanmodderen met ontoereikende maatregelen zonder coherentie. We moeten meer solidariteit tonen met wie niet profiteert van alle maatschappelijke, economische en technologische vooruitgang. Het zijn vaak dezelfde mensen die iedere keer uit de boot vallen. Zij verdienen onze solidariteit. Om morele redenen, maar ook uit zelfbehoud. De toenemende structurele armoede zet meer en meer druk op de samenleving. De onbetaalde ziekenhuisfacturen zijn daarvan maar één voorbeeld. Je kan een kei niet stropen. Armoede zet het hele systeem onder druk. Ik vrees dat er pas echte verandering komt als die druk voor steeds meer organisaties en mensen onhoudbaar wordt. In afwachting is het de opdracht van ziekenhuizen om zorgzaam om te gaan met kwetsbare mensen.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JONATHAN RAMAEL


ENQUÊTE ONBETAALDE ZIEKENHUISFACTUREN

INZETTEN OP PREVENTIE LOONT

Zorgnet-Icuro deed een onderzoek naar onbetaalde facturen bij  de Vlaamse algemene en psychiatrische ziekenhuizen. Daaruit blijkt een lichte daling van het bedrag aan patiëntenfacturen dat onbetaald blijft. Ziekenhuizen zetten sterk in op preventie, en dat loont. Een goede begeleiding door de sociale diensten, het betrekken van het OCMW, én het actief informeren van de patiënt over de kostprijs van zijn behandeling vormen de kernelementen van een proactief beleid met aandacht voor kwetsbare patiënten.  

“Sinds 2009 houden we regelmatig een bevraging over onbetaalde ziekenhuisfacturen. Het gaat daarbij om patiënten die hun factuur – de eigen patiëntenbijdrage na tussenkomst van het ziekenfonds – niet kunnen of willen betalen, ook niet na verschillende aanmaningen”, licht stafmedewerker Annelies Verburgt toe. “Aan onze steekproef namen 59 Vlaamse ziekenhuizen deel, waarvan 41 algemene en 18 psychiatrische ziekenhuizen. Zij vertegenwoordigen 63% van het totaal van de ziekenhuizen, en 71% van het totaal aantal ziekenhuisbedden. De cijfers betreffen de bedragen van de patiëntenbijdrage die de ziekenhuizen uiteindelijk afboeken en als verlies opnemen.”

Annelies Verburgt
NIET ONDERSCHATTEN

“De vorige enquêtes toonden telkens een stijging van de afgeboekte bedragen van patiëntenfacturen versus het totaal bedrag aan patiëntenfacturen. In 2013 werd 2,3% van de openstaande facturen definitief afgeboekt, in 2015 was dat 2,5%, om in 2016 op te lopen tot 2,9%. De cijfers voor 2017 daarentegen laten een daling zien naar 2,3%. We kunnen voorzichtig concluderen dat de sector terug op het niveau zit van 2013. Toch mogen we dit probleem niet onderschatten. Het gaat om behoorlijke bedragen die de ziekenhuizen als verlies moeten opnemen. Voor alle Vlaamse ziekenhuizen samen (exclusief de psychiatrische ziekenhuizen) wordt dat geraamd op 26 miljoen euro in 2017. En dat in tijden waar de financiële marge voor de ziekenhuizen al flinterdun is. De laatste financiële analyse van Belfius toonde immers een courant resultaat voor de Belgische ziekenhuizen van maar 0,2% op de totale omzet.”

AANGEPASTE INDIVIDUELE COMMUNICATIE

“In deze enquête hebben we voor de eerste keer ook gepeild naar de acties die de ziekenhuizen ondernemen om te voorkomen dat patiënten hun factuur niet betalen: het informatieproces, de wijze van uitsturen van facturen, het versturen van reminders en de samenwerking met externe partners voor de inning. Zowel de algemene als de psychiatrische ziekenhuizen proberen intensief in te zetten op preventie, met aandacht voor de individuele situatie van de patiënt. In de psychiatrische ziekenhuizen is er door hun kleinschaligheid en de langere ligduur meer contact tussen het personeel en de patiënt. Daarom is het preventieve luik er vaak nog sterker uitgewerkt. De sociale dienst wordt er nauwer betrokken en zijn er meer contacten met OCMW’s. Verder wordt de patiënt actief geïnformeerd over de kostprijs van zijn behandeling en wordt er vaak vooraf een afbetalingsplan afgesproken. Aangepaste individuele communicatie en een verzoenende stijl maken dat meer mensen hun factuur betalen. Voor de algemene ziekenhuizen is een dergelijke preventieve aanpak echter moeilijker, gezien de veel kortere tijd dat patiënten in een algemeen ziekenhuis verblijven en de schaalgrootte. Toch is er ook daar een groeiende aandacht voor de sociale situatie van de patiënten.”

DANSEN OP EEN SLAPPE KOORD

“De Vlaamse ziekenhuizen willen toegankelijke zorg bieden, ook aan mensen die het moeilijk hebben om hun zorg te betalen. Het behoort tot hun maatschappelijke rol. Het feit dat heel wat facturen onbetaald blijven, zorgt dan weer voor financiële uitdagingen: de niet-geïnde bedragen moeten elders worden gecompenseerd. Het is dus dansen op een slappe koord om zoveel mogelijk facturen betaald te krijgen, maar er tegelijk voor te zorgen dat er geen financiële drempels zijn in de toegang tot zorg. We pleiten ervoor dat de overheid voldoende oog heeft voor het behoud van ons solidair gezondheidssysteem. Nu al is de patiëntenbijdrage in ons land hoog in vergelijking met het buitenland. Die kloof mag absoluut niet nog groter worden. Het is onze opdracht om kwetsbare patiënten zo goed mogelijk sociaal te begeleiden in hun toegang tot de gezondheidszorg.”