liesbet degrie

18 april 2017

INTERCULTURELE ZORG

DE MENS ZIEN IN ELKE PATIËNT

Hulpverleners worden meer en meer geconfronteerd met interculturele zorgverlening. Dat vergemakkelijkt de zorg­relatie op het eerste gezicht niet, maar onoverkomelijk is zo’n interculturele zorgontmoeting evenmin. Liesbet Degrie doctoreert op dit thema. Haar eerste bevindingen zijn duidelijk. “Patiënten ervaren een interculturele zorgrelatie positief als de zorgverlener handelt als een skilled companion, oog heeft voor de culturele verschillen en respect toont voor de mens achter de patiënt.”

Het onderzoek van Liesbet Degrie behelst onder meer een grootschalige literatuurstudie. Ze voert ook gesprekken met moslimmama’s en met hulpverleners in Vlaamse ziekenhuizen. Het doel is om inzicht te verwerven in de ervaringen van de interculturele zorgontmoeting in een ziekenhuiscontext, vanuit het perspectief van de patiënten. Het proefschrift wordt onder meer begeleid door de professoren Yvonne Denier en Chris Gastmans, beiden stafmedewerker ethiek bij Zorgnet-Icuro en als onderzoeker en docent verbonden aan de KU Leuven.

“Culturele verschillen hoeven helemaal niet voor grote spanning te zorgen. Veel patiënten zijn het erover eens: als je mij kunt zien als mens, dan zijn culturele verschillen te overbruggen.”

“Als antropologe heb ik een grote belangstelling voor minderheden en migratie”, vertelt Liesbet Degrie. “Het leek me boeiend om na te gaan hoe patiënten van overal ter wereld in ziekenhuizen de interculturele zorgontmoeting beleven. Kenmerkend voor ziekenhuizen is dat de zorg vaak acuut en onvermijdelijk is. Dat maakt de spanning in de interculturele beleving alleen maar groter. Beslissingen moeten snel worden genomen en patiënt en zorgverleners hebben niet de tijd om rustig een band op te bouwen, zoals in een relatie tussen patiënt en huisarts vaak wel mogelijk is.”

VERWACHTINGEN EN ERVARINGEN

“Voor mijn onderzoek heb ik alle internationale literatuur sinds 2000 bestudeerd, vanuit het oogpunt van patiënten. Hun ervaringen staan centraal in mijn onderzoek. Een eerste element dat opvalt, is dat de resultaten van al die onderzoeken – of het nu gaat over minderheden of migranten in Amerika, Canada of Europa – gelijklopend zijn. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen, maar al die patiënten participeren op een actieve manier in de zorg. Ze ondergaan de zorg dus niet zomaar. Cruciaal zijn de relaties die ze daarbij aangaan op diverse momenten in het zorgproces. Soms lopen die relaties goed en betekenisvol, soms ook niet. En dat maakt uiteraard een enorm verschil voor de beleving van de zorg.”

“Een eerste element dat meespeelt in de beleving is dat een patiënt onvermijdelijk zijn of haar eigen culturele visies, verwachtingen en waarden meeneemt naar het ziekenhuis. Maar ook het ziekenhuis heeft zijn eigen culturele waarden, waar we ons niet altijd ten volle van bewust zijn. Patiënten zoeken actief naar een evenwicht tussen beide zorgcontexten. Patiënten willen ‘normaal’ zijn in het bevreemdende ziekenhuis, maar willen ook graag eigen tradities behouden die een belangrijke rol spelen in hun zorgbeleving. Zo hechten we hier in België bijvoorbeeld veel belang aan het snel ‘terug op de been’ zijn. In andere culturen kan het net belangrijk zijn om een lange herstelperiode te hebben.”

“Daarnaast hebben patiënten ook herinneringen aan vroegere zorgervaringen die hun verwachtingen over de zorg in de nieuwe setting kleuren. Om een voorbeeld te geven: een Somalische vrouw die in haar thuisland het woord ‘keizersnede’ hoort, denkt meteen aan ‘sterven’. Voor de Somalische vrouw wordt haar beleving mee bepaald en gekleurd door haar ervaringen en haar verwachtingen. Bij ons daarentegen is een keizersnede een standaardprocedure. Hoe de arts of zorgmedewerker hierop reageert, is belangrijk voor het vestigen van een goede zorgrelatie. Artsen doen er daarom goed aan om expliciet te vragen naar de achtergrond van die patiënten, naar hun beleving en hun verwachtingen. Door daar goed op in te spelen, zal de relatie zorgverlener-patiënt veel beter worden. En zal ook de beleving van de patiënt – én van de zorgverlener – een stuk positiever zijn.”

“Een deel van de zorgverwachtingen van de patiënten uit etnisch-culturele minderheden is cultureel en/of religieus bepaald. Het maakt voor hun beleving een groot verschil of ze die culturele en religieuze aspecten een plaats kunnen geven in de zorgrelatie of niet. Dat betekent niet dat alle gewoonten strikt moeten kunnen worden toegepast; de meeste mensen zijn best bereid om zich aan te passen. Het is wel noodzakelijk om respect en empathie te tonen.”

DESKUNDIGE ZORGZAAMHEID

“Voor een goede relatie moeten artsen skilled companions zijn. Of zoals prof. Yvonne Denier het zo mooi zegt: ze moeten ‘deskundige zorgzaamheid’ aan de dag leggen. Professioneel handelen, maar tegelijk ook een metgezel durven te zijn. Medemenselijkheid blijkt in hoge mate de kwaliteit van de zorgrelatie te bepalen. Beschouw elke patiënt in de eerste plaats als een medemens en neem de culturele verschillen mee in het zorgproces.”

“Naast de individuele zorgverleners hebben ook ziekenhuizen hier een belangrijke rol te spelen. Hulpverleners moeten de tijd krijgen om een relatie met hun patiënten op te bouwen. Het moet sowieso al snel gaan in acute situaties, maar vertrouwen heeft tijd nodig om te groeien. Het helpt bijvoorbeeld al als een patiënt niet iedere keer andere verpleegkundigen en artsen ziet, maar vaker dezelfde mensen. Zo hoeft de relatie niet telkens vanaf nul te worden begonnen en kan er een band ontstaan. Continuïteit in de zorg is belangrijk. De cultuur in het ziekenhuis bepaalt hier veel.”

“Natuurlijk zijn ook communicatie en taal een aandachtspunt. Het is zeer moeilijk om tot een betekenisvolle zorgrelatie te komen als de patiënt de taal niet of zeer gebrekkig beheerst. Dat leidt vaak tot wederzijdse onrust, stress of frustratie. Goede informatie en communicatie zijn essentieel in een zorgrelatie. Toch is het niet zo simpel als het lijkt. Twee mensen die elkaars taal niet spreken, kunnen elkaar toch begrijpen. En omgekeerd kunnen twee mensen die wel dezelfde taal delen, compleet naast elkaar heen praten. Het gaat vooral over cultuursensitieve communicatie. Ben je bereid om verbinding te maken? Zie je de patiënt als een mens, als een sociaal wezen? Dat heeft een grote impact op de medische en de verpleegkundige zorg. Het vergt soms wat meer tijd, maar het loont de moeite.”

“Ook de rol van de familie is betekenisvol. Kunnen de familie en de naaste omgeving een actieve rol opnemen in het proces van het balanceren tussen twee culturele zorgcontexten? Zijn zij ook partner in de zorg? Kunnen ze betekenisvol deel uitmaken van het zorggebeuren? Kunnen er goede afspraken worden gemaakt? Uit de studie blijkt dat familie en naasten wel degelijk een grote ondersteunende rol kunnen spelen.”

“Wat mij persoonlijk verrast heeft, is dat de culturele verschillen helemaal niet voor grote spanning hoeven te zorgen. Veel patiënten zijn het erover eens: als je mij kunt zien als mens, dan zijn culturele verschillen te overbruggen. Ook al begrijp je me niet, als je maar probeert om met mij als medemens te praten, dan lukt het wel. Het proberen verbinding te maken, is op zich al een teken van respect. Een signaal ook dat je bekommerd bent om de gezondheid van de patiënt.”

“Hoe ziekenhuizen daarmee concreet aan de slag kunnen? Het belangrijkste is het besef dat interculturaliteit niet iets is dat ‘tussen de soep en de patatten’ kan gebeuren. Men kan ook geen lijstje maken met dingen die men moet weten om ‘snel’ om te gaan met een bepaalde cultuur in het ziekenhuis. Het vraagt een andere soort aandacht en alertheid van de hulpverleners en het ziekenhuisbeleid – een actieve en proactieve bereidheid om antwoord te kunnen geven aan de patiënt met zijn unieke wensen, noden en verwachtingen. Geen beperkte aandacht voor het fysieke aspect in de zorg, maar aandacht voor de totale patiënt: daarmee komen we al een eind ver.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS