OP ZOEK NAAR BETROUWBARE INFORMATIE OVER GEZONDHEID

WEBSITE GEZONDHEID-EN-WETENSCHAP BIEDT HOUVAST

Naar schatting 75% van de mensen gebruikt de media om kennis over gezondheid te krijgen. Naast zeer nuttige informatie over medisch-wetenschappelijk onderzoek verschijnen er ook minder correcte commentaren en soms ronduit verkeerde adviezen. Mensen weten vaak niet wat ze nog moeten geloven. In opdracht van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkelde het Centrum voor Evidence-Based Medicine (Cebam) de onafhankelijke website ‘Gezondheid en Wetenschap’. Volgens de initiatiefnemers is er nood aan een betrouwbare en toegankelijke informatiebron over gezondheid, gebaseerd op degelijk wetenschappelijk onderzoek of Evidence-Based Medicine (EBM).

Media zijn de belangrijkste bron voor gezondheidsinformatie. Kranten, magazines, radio, televisie en social media verspreiden dagelijks nieuws over gezondheid. Wie zelf vragen heeft, zoekt vaak antwoorden op internet. Dokter Google wint snel aan populariteit, zeker bij de jongere generaties die met internet zijn opgegroeid. Achter de schermen wordt ons Googlegedrag nauwgezet bestudeerd. Daaruit kan men bijvoorbeeld afleiden dat mensen vooral op maandagen naar gezondheidsinformatie googelen. Daarom worden campagnes om gezond gedrag te promoten bij voorkeur op maandagen gelanceerd (bv. Euromelanoma Monday, het screeningsprogramma voor huidkanker). Op basis van ons zoekgedrag kan ook iedere winter zeer precies de griepepidemie worden voorspeld. Analyse van big data toont de enorme interesse in voeding en gezondheid. Vragen over voeding staan in de top drie van de meest gegoogelde gezondheid-gerelateerde onderwerpen. In de groep voedingsvragen scoren vermageren en kanker dan weer zeer hoog. 

In België heeft 85% van de bevolking permanent toegang tot het internet: snel en makkelijk voor al je vragen. Het internet vervangt de degelijke bronnen van vroeger, zoals de medische encyclopedie, brochures, tijdschriften en meer en meer zelfs de huisarts en apotheker. Internet en andere mediakanalen zijn helaas bronnen met veel ruis op. 

SLORDIGE COMMUNICATIE

Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van alle gezondheidsinformatie in de media fout wordt weergegeven. Vaak worden resultaten van nieuwe studies overdreven voorgesteld en daardoor verkeerd geïnterpreteerd. Een toevallig verband wordt bijvoorbeeld uitgelegd als een oorzaak-gevolgrelatie. Eten hoogopgeleide mensen toevallig meer chocolade dan minder hoogopgeleide (Amerikaanse observationele studie), dan luidt de krantenkop: Van chocolade word je slimmer. Resultaten uit dierexperimenten worden zomaar getransponeerd naar de mens: werd het alzheimerbrein een stukje verder ontrafeld in genetisch getransformeerde muizen, dan luidt de kop in de krant Grote doorbraak voor de ziekte van Alzheimer. Terwijl meer dan 60% van alle resultaten uit dieronderzoek niet reproduceerbaar is bij de mens. Met voedingsonderzoek is het vaak nog erger gesteld. De ene keer mag je alle dagen een ei eten en een maand later staat in de krant dat uit een nieuwe studie blijkt dat één ei per dag dodelijk is. Eén alcoholconsumptie is de ene keer dodelijk en de andere keer vermindert het je risico op dementie.

“Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van alle gezondheidsinformatie in de media fout wordt weergegeven. Vaak worden resultaten van nieuwe studies overdreven voorgesteld en daardoor verkeerd geïnterpreteerd.”

Dat we met z’n allen overspoeld worden met gezondheidsnieuwtjes, heeft te maken met de enorme hoeveelheid aan studies die een gevolg zijn van de hoge publicatiedruk. Een academicus maakt in eigen kringen vooral indruk wanneer hij een lange publicatielijst kan voorleggen en niet omdat hij een goede docent of een schitterende arts is bijvoorbeeld. Wie wil doctoreren, maakt meer kans wanneer hij of zij al enkele publicaties achter zijn of haar naam heeft. Dat de gepubliceerde studies soms weinig om het lijf hebben of stellingen onderzoeken waar niemand beter van wordt (bv. hebben blonde mensen een lager IQ?), doet er weinig toe. Iedere studie, hoe onbenullig ook, raakt zonder probleem in een vakblad gepubliceerd. Vakbladen zijn er namelijk in overvloed. De voorbije decennia zijn gekenmerkt door een explosieve groei van wetenschappelijke tijdschriften en die moeten allemaal gevuld raken. Het gaat om honderdduizenden titels. Het internet zorgt daarbovenop voor een hele rits aan digitale vakbladen. De verdubbelingstijd van medische publicaties bedroeg in 1950 nog 50 jaar, en in 2010 slechts 3,5 jaar. 

Om de aandacht te vestigen op gepubliceerd onderzoek in de algemene pers gaan onderzoeksinstellingen en universiteiten soms in zee met professionele communicatieteams die een persbericht maken over de nieuwe studie. Zo’n perscommuniqué is een ‘opgesmukte’ tekst die wordt uitgestuurd naar persagentschappen en media, en moet concurreren met tientallen andere persberichten. Om op te vallen, wordt het nieuws overdreven en de waarheid geweld aan gedaan. Met titels als kankercellen verbruiken meer suiker, of hete thee in verband gebracht met slokdarmkanker, wordt de nieuwsgierigheid van journalisten gewekt en maakt het persbericht kans op een publicatie in de media. De hoge werkdruk bij journalisten in combinatie met het gebrek aan wetenschappelijke kennis en statistiek om de oorspronkelijke studie kritisch te lezen, zorgt ervoor dat je je ’s morgens in je koffie verslikt bij het doornemen van de krant. Krantenkoppen als Suiker maakt kanker erger of Hete thee veroorzaakt slokdarmkanker dikken het nieuws nog verder aan. Het gros van de studies die de media halen, zijn observationele studies, die wel verbanden aantonen, maar dat zijn zelden causale verbanden. 

Kranten en media willen lezers lokken en gezondheidsberichten dienen vaak als lokaas of clickbait (letterlijk klikaas) op internet. 

VOEDINGSWETENSCHAP

Voedingsnieuws trekt de meeste aandacht, want eten doen we allemaal. Voedingswetenschap is zeer complex omdat je met heel veel factoren moet rekening houden. Ook voedingsmiddelen zijn heel complex. Ze bestaan uit een mix van voedingsstoffen waarvan sommige een negatief effect hebben op de gezondheid (zout in brood) en andere een positief effect (vezels in brood). Bovendien bestaat onze voeding ook weer uit een mix van voedingsmiddelen met hun positieve en negatieve effecten. Niet alleen wat je eet, maar ook hoeveel je ervan eet, zal het uiteindelijke effect op je gezondheid bepalen. Dat de effecten van voeding op de gezondheid vaak pas na vele jaren duidelijk worden, maakt het nog moeilijker om het verband tussen beide te onderzoeken. Het hoeft dus niet te verwonderen dat het onmogelijk is om op basis van één onderzoek een betrouwbaar voedingsadvies te formuleren. Toch zijn allerlei voedingsuitspraken die in de media verschijnen gebaseerd op één enkele studie. Het leidt tot schijnbare tegenstrijdigheden. Dat de media slordig omspringen met voedingsonderzoek is niet alleen de schuld van de media. Aan de bron van foute of verkeerd voorgestelde informatie liggen even vaak wetenschappers of zelfverklaarde voedingsdeskundigen die hun ideeën of studies in de kijker willen werken.

KWALIJKE GEVOLGEN

Interesse hebben en jezelf informeren over voeding en gezondheid is positief: je steekt er altijd wat van op. Het probleem zit in de geraadpleegde bronnen: er zit te veel kaf tussen het koren. Dat schept verwarring en ongerustheid. Neem ons basisproduct brood. Een oerdegelijk voedingsmiddel, waarmee generaties zijn grootgebracht. Boterhammen, vooral de bruine en volkoren varianten, werden nimmer in vraag gesteld. Voor de huidige jonge generaties is dat veel minder evident. Aan brood kleven vandaag allerlei verdachtmakingen: het bevat gluten, het maakt dik, je wordt er moe en slap van … De negatieve pers rond brood zorgde in Vlaanderen voor een daling van de broodconsumptie met een heropflakkering van schildklierproblemen door jodiumtekort. Brood is namelijk onze belangrijkste bron voor jodium, dat wordt toegevoegd aan het bakkerszout. Nog zo’n verguisd dagelijks product is suiker, voorgesteld als het nieuwe vergif. Toegegeven, we eten met z’n allen te veel suiker, maar het helemaal van het menu schrappen, is niet nodig. Ook melk wordt vandaag in vraag gesteld, omwille van de oprukkende lactose-intolerantie, die soms moeilijk te verklaren is. Vroeger was melk goed voor elk, vandaag hanteren sommigen melk is enkel voor kalfjes. In juni 2014 overleed een baby van zeven maanden omdat zijn veganistische ouders hun kind enkel plantaardige melken hadden gegeven, wat natuurlijk ontoereikend is. De baby was danig ondervoed en kon niet meer worden gered. Foute boodschappen verspreid via de media kunnen verstrekkende gevolgen hebben. Kritischer leren kijken naar al die voedingsinformatie in de media is dus aangewezen.

DE WEBSITE GEZONDHEID-EN-WETENSCHAP BIEDT EEN HOUVAST

Om lezers, zonder specifieke opleiding rond voeding of gezondheid, te helpen de vele voedingsmythes in de media te doorprikken, richtte het Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine (Cebam) in 2013 de website www.gezondheidenwetenschap.be op. Die website, gefinancierd door de Vlaamse overheid, heeft als doel de gezondheidsvaardigheden van burgers en patiënten te verbeteren. Dat doet ze op twee manieren. De eerste manier is het dagelijks doorlichten van gezondheids- en voedingsnieuws in de media. Het team van Gezondheid-en-Wetenschap, waartoe artsen, epidemiologen en voedingsdeskundigen behoren, screenen dagelijks de media op gezondheidsnieuws. Vijf keer per week worden artikels uit de pers gefileerd aan de hand van vaste vragen: waar komt dat nieuws vandaan? Hoe moet je dat interpreteren en wat kan je daaruit concluderen? De oorspronkelijke studie wordt opgezocht, kritisch gelezen en vergeleken met bestaand onderzoek over hetzelfde onderwerp. De rode draad die we daarbij volgen, is evidence-based wetenschap. Vooraleer de analyses van het medianieuws online worden gepost, worden ze kritisch nagelezen door de vijfkoppige directie van Cebam, die haar bedenkingen uit en de tekst bijstuurt indien nodig. Na hun goedkeuring neemt een taalkundige de tekst onder handen voor de eindredactie. Snel en accuraat reageren is topprioriteit bij Gezondheid-en-Wetenschap. Gezondheidsnieuws dat vandaag in de krant staat, wordt in dezelfde week geanalyseerd op de website. Iedere vrijdag worden de nieuwe analyses samengebracht in een wekelijkse nieuwsbrief. Daarnaast staan de analyses op Facebook, Twitter en Instagram.

Een tweede manier om gezondheidsvaardigheden aan te scherpen, is alle richtlijnen van de eerste lijn die beschikbaar zijn op het EBM-platform EBPracticeNet, te hertalen naar een breed publiek en gratis ter beschikking te stellen. Die zogenaamde patiëntenrichtlijnen dragen dezelfde code als de professionele richtlijnen en sporen voortdurend inhoudelijk gelijk. Iedere update van de professionele richtlijn wordt ook opgenomen in de patiëntenrichtlijn. Is een patiënt op zoek naar betrouwbare informatie over ziekte en gezondheid, dan kan hij terecht bij Gezondheid-en-Wetenschap. 

 

TEKST: MARLEEN FINOULST