EUROPESE KOEPELORGANISATIE VOOR ZIEKENHUIZEN HOSPEEM

WAT WE REALISEREN IS BELANGRIJK, MAAR OOK WAT WE KUNNEN VOORKOMEN

9 december 2019

Tjitte Alkema is vicesecretaris-generaal van Hospeem, de Europese koepelorganisatie voor werkgeversorganisaties in de ziekenhuizen. “De macht van Europa in het zorgdomein is beperkt en dat willen we zo houden”, zegt hij. Tegelijk is het interessant om ook op Europees niveau een vinger in de pap te hebben. “Als erkende sociale partner is Hospeem aanwezig in het hart van Europa en speelt het wel degelijk een rol.”

Tjitte Alkema: “Hospeem werd 12 jaar geleden opgericht door leden van CEEP, een Europese koepel van werkgevers in de publieke sector. Omdat de ziekenhuizen niet helemaal in dat plaatje pasten, weerklonk de roep naar een eigen organisatie. Hospeem buigt zich over thema’s op het niveau van de Europese Commissie: arbeidsomstandigheden, arbeidsmarktvraagstukken, sociale regelgeving en arbeidsverhoudingen. Europa spreekt zich niet uit over hoe landen hun zorgsysteem organiseren, dat valt buiten haar, en dus ook onze bevoegdheid.”

“Wat Hospeem realiseert, is niet altijd zichtbaar. Onze grootste successen bestaan immers vaak uit het tegenhouden van weinig wenselijke ideeën: daar zie je dus nooit iets van, en gelukkig maar. De minimale juridische opleidingsvereisten voor verzorgenden (European Common Training Framework voor Health Care Assistants) is een recent voorbeeld. Iemand had het onzalige idee om een juridisch kader te maken voor die ondersteunende functie. Wij hebben ons daartegen verzet, omdat het niets dan problemen zou opleveren. In Nederland moet je drie jaar studeren om ‘verzorgende’ te worden, in Roemenië is er een gelijkaardige functie die je na één jaar opleiding behaalt. Moeten we die mensen hetzelfde statuut geven? En daarmee ook het recht om in de verschillende lidstaten hun beroep uit te oefenen? Dat zou faliekant aflopen. Gelukkig hoor je hier niets meer over, omdat Hospeem erin geslaagd is het, in overleg met commissaris Andiukaitis van het Directoraat-Generaal SANTE, van de agenda te halen.”

Als werkgevers kunnen we van elkaar leren, zowel Europees als bilateraal. En ook de vakbonden van andere lidstaten kunnen vaak dingen in beweging krijgen.

“Een ander voorbeeld is de herziening van de richtlijn op elektromagnetische straling. Het gaat onder meer over richtlijnen voor de MRI-toestellen. De industrie wou de grenswaarden verlagen. Dat zou betekenen dat veel ziekenhuizen op korte termijn hun huidige MRI’s moesten vervangen door de nieuwste toestellen. Dat zou leiden tot hoge kosten, zonder aantoonbare meerwaarde voor de bescherming van medewerkers. De richtlijn op elektromagnetische straling is er, maar we hebben een uitzondering bekomen voor de ziekenhuizen.”

“Een realisatie van Hospeem die wél zichtbaar is, is de richtlijn over prikincidenten. Om het aantal incidenten terug te dringen, was er tien jaar geleden het plan om de bestaande naaldsystemen te verbieden. Samen met de vakbonden hebben we dat voorstel grondig bestudeerd en al snel bleek dat de voorgestelde oplossing niet zou werken. Het gaat immers niet alleen om het materiaal, maar ook over opleiding, risicoanalyse, context en cultuur. Daarom hebben we toen samen met de vakbonden zelf het initiatief genomen voor een alternatief plan dat rekening houdt met alle elementen. We zijn er als sociale partners in geslaagd om die Europese richtlijn naar onze hand te zetten.”

Tjitte Alkema

ARBEIDSMIGRATIE

“Hospeem heeft niet de ambitie om zich in te laten met arbeidsvoorwaarden: die willen we nationaal houden. Wat wel expliciet tot ons domein behoort zijn deze drie actuele thema’s: arbeidsmigratie, het voorkomen van uitval van medewerkers en de ontwikkeling van een visie op het zorgberoep.”

“Arbeidsmigratie is zeer actueel. Zo hebben de Baltische staten grote problemen om zorgprofessionals op te leiden en dat kost handenvol geld. Maar eenmaal opgeleid trekken deze professionals dikwijls naar de Scandinavische landen of naar Engeland, voor een hoger loon en betere arbeidsomstandigheden. De grote investering leidt dus alleen tot een braindrain. Dat is een complex vraagstuk, zeker nu we op een Brexit afstevenen. Engeland is immers de grootste afnemer van zorgprofessionals uit andere Europese landen. Binnen Hospeem kunnen we hierover overleggen met het Engelse National Health Service (NHS). Maar wat na de Brexit? Wij hopen alvast dat de NHS in Hospeem blijft.”

“Nog voor de Wereldgezondheidsorganisatie zich uitsprak, had Hospeem al een gedragscode over arbeidsmigratie om onethische praktijken te voorkomen. Wij zijn niet gekant tegen het vrij verkeer van personen, maar het moet op een correcte manier gebeuren en met de nodige afspraken. Als werkgevers pleiten we ervoor dat elk land minimaal zoveel mensen opleidt als het zelf professionals nodig heeft. Dat moet de ambitie zijn.”

“Wat het tweede domein betreft, het voorkomen van uitval, hebben we een tweejarig programma, waarbij we per land de good practices inventariseren. We hebben zowel oog voor fysieke arbeidsbelasting, bijvoorbeeld door onverstandig tillen, als voor psychosociale belasting. Hospeem wil niets dwingend opleggen, maar zoveel mogelijk hulpmiddelen aanreiken voor wie er werk van wil maken. De good practices hebben onder meer aandacht voor hiërarchie, autonomie, protocollering. We zien op dat vlak grote verschillen tussen landen en tussen voorzieningen binnen een land. Het is een kwestie van cultuur. Maar de kosten van verzuim liggen vandaag heel hoog en we hebben alle handen nodig.”

“Voor het domein professionele ontwikkeling hebben we een revolutionaire afspraak met de vakbonden gemaakt. Overleg met de vakbonden kan tot mooie resultaten leiden, met een win-winsituatie voor beide partners. We spraken af dat de werkgevers verantwoordelijk zijn voor de financiering, de infrastructuur en het aanbod van opleidingen voor alle zorgprofessionals. De vakbonden nemen de verantwoordelijkheid op zich dat werknemers gebruikmaken van die opleidingen en dat ze via levenslang leren hun eigen professionele ontwikkeling scherp houden. Die afspraak is in het bijzonder voor België belangrijk, want de Belgische vakbonden kijken heel erg in de richting van de werkgever als het over opleidingen gaat, zonder enige verplichting daartegenover van de werknemer. Zo werkt het natuurlijk niet. Ondanks het verzet van de Belgische vakbonden zijn we erin geslaagd om tot een vergelijk te komen met de vakbonden op Europees niveau.”

“Zo gaat het wel vaker: dat het ene land op een bepaald vlak vooruit- of achteruitloopt, maar dat we op Europees niveau toch tot goede afspraken komen. Als werkgevers kunnen we leren van elkaar, zowel Europees als bilateraal. En ook de vakbonden van andere lidstaten kunnen vaak dingen in beweging krijgen. Dat is een strategie die trouwens ook de vakbonden geregeld gebruiken en waar niets mis mee is, integendeel.”

MEERWAARDE

“De macht van Europa in het zorgdomein is beperkt en dat willen we zo houden. Hospeem is een erkende sociale partner in het hart van Europa. Dat betekent dat de Europese Commissie ons moet consulteren bij belangrijke veranderingen. We hebben altijd een vinger in de pap. Zo is ook in de discussie over de wetgeving op de arbeidstijden onze stem gehoord. Voorlopig blijft op dat vlak alles bij het oude. Niemand wil er momenteel zijn vingers aan verbranden. De vakbonden en de werkgevers staan te ver uit elkaar om op korte termijn tot een vergelijk te komen.”

Dat er spanningen zijn met de vakbonden, lijkt voor een werkgeversorganisatie normaal. Maar valt het mee om de nationale werkgeverskoepels allemaal op één lijn te krijgen? “Toen Hospeem nog maar pas actief was bepaalde vooral de Europese Commissie de agenda. Sinds een achttal jaar bepalen we die zelf. We starten met een inventaris bij de nationale koepels die lid zijn van Hospeem. Met die inventarisatie start meteen ook een overleg, onderling, maar ook met de vakbonden. Kan een thema het best Euro­pees worden behandeld, dan tillen we het op Europees niveau. Maar we zoeken vooraf altijd verbinding. Wat onze leden niet willen agenderen op Europees niveau, komt ook niet op Europees niveau. We vertrekken altijd bottom-up: wat leeft er bij de leden? Daarnaast zijn er uiteraard altijd onderlinge contacten mogelijk over inhoudelijke thema’s.”

Tjitte Alkema is naast vice-secretaris-­generaal van Hospeem ook Manager Arbeid & Opleiding bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Hoe ervaart hij de contacten met zijn Belgische collega’s? “We zouden nog meer samen kunnen doen”, vertelt hij. “Er zijn thema’s die ons binden. Ik denk aan de erkenning van de verpleegkundige opleiding HBO5. In Nederland zijn we bezig met een modularisering van de professionele vervolgopleidingen. Bilaterale en Europese samenwerking is zinvol als er een meerwaarde is voor de eigen leden. Is die meerwaarde er niet, dan heeft het geen zin om er veel energie in te stoppen. Liever een smalle agenda met resultaat, dan een heel uitgebreide zonder concrete meerwaarde.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE