griet vander velpen

31 oktober 2017

DR. GRIET VANDER VELPEN, HOOFDARTS ZIEKENHUIS OOST-LIMBURG (ZOL)

SAMENWERKING VERSTERKT HET VERTROUWEN IN ELKAAR

Artsen spelen een hoofdrol in het beleid van een ziekenhuis. Dat is zeker het geval in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL), dat sinds enkele jaren ook bewust werk maakt van een hr-beleid voor artsen. Nu de samenwerking in netwerken van zieken­huizen vorm krijgt, wint het engagement van artsen in het beleid nog aan belang. “Een arts maakt vandaag geïntegreerd deel uit van het ziekenhuisbrede beleid”, zegt hoofdarts dr. Griet Vander Velpen.

Dr. Griet Vander Velpen werkte 20 jaar als abdominaal chirurg in het Jessaziekenhuis. Gaandeweg nam ze er met de invoering van de divisies ook een aantal managementtaken op. Geboeid door die nieuwe uitdagingen, behaalde ze een master ‘Management en Beleid van de Gezondheidszorg’. Toen het Mariaziekenhuis in Overpelt in 2008 een vacature voor hoofdarts bekendmaakte, waagde dr. Vander Velpen de sprong. Vijf jaar geleden werd ze hoofdarts in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL). “Ik ben 9 jaar geleden gestopt als praktiserend arts”, vertelt ze. “Natuurlijk mis ik de chirurgie. Toch was het een weloverwogen keuze. Ik zat halfweg mijn loopbaan en wou voortbouwen op wat ik gepresteerd had. De functie van hoofdarts beschouw ik dan ook niet als een breuk, maar als een voortzetting van mijn werk. De jarenlange ervaring als arts komt me nog elke dag goed van pas.”

“Het ZOL is als derdelijnsziekenhuis een boeiende omgeving om in te werken. Al vóór er sprake was van netwerkvorming, zochten wij samenwerking en maakten we afspraken met andere ziekenhuizen, waaronder het Mariaziekenhuis en het Ziekenhuis Maas en Kempen (ZMK). Vandaag streven die ziekenhuizen samen met het MS-Centrum naar één groot netwerk in Noord-Oost-Limburg, met één zorgstrategisch plan. We werken ook samen op supraregionaal niveau met UZ Leuven, Jessa en de ziekenhuizen in de Antwerpse Kempen.”

“Ik investeer veel tijd in gesprekken met artsen om de overkoepelende samenwerking mogelijk te maken. Voor het eerst hebben we als netwerk een gezamenlijk beleidsplan opgesteld. Zo willen we proactief inspelen op nieuwe ontwikkelingen en ons medisch beleid afstemmen voor de hele regio. Om dat te kunnen realiseren ben ik met alle medische diensthoofden individueel gaan praten om te horen hoe zij de samenwerking zien. Ook mijn collega’s in de andere ziekenhuizen hebben dat gedaan. Daarna zijn we met de hoofdartsen aan tafel gegaan om de puzzel te leggen. We kennen elkaar ondertussen goed en ik ken natuurlijk ook het Mariaziekenhuis goed. Dat helpt allemaal om tot goede afspraken te komen. Wat we vandaag hebben, is echter nog maar een eerste stap: het beleid staat op papier; nu moet het nog uitgevoerd worden.”

grit vander velpen
EXPERTISE DELEN

“De samenwerking die ik voorsta is open en transparant. Het is logisch dat artsenassociaties de eigen belangen verdedigen, maar in het grotere geheel moeten we die belangen kunnen overstijgen. Elk ziekenhuis in het netwerk behoudt overigens zijn eigenheid. Met het ZOL engageren wij ons om de tweedelijnsfunctie van het ZMK te ondersteunen. Het is niet onze bedoeling om een hele patiënten­populatie naar hier te lokken. Om de artsen van de ‘kleinere’ ziekenhuizen daarvan te overtuigen, trekken we volop de kaart van ondersteuning. Onze artsen delen onze expertise met hun collega’s, we werken samen aan een kwaliteitshandboek enz. Niet de patiënten moeten in de toekomst verhuizen van zieken­huis, maar veeleer de artsen. Om hun expertise te delen met elkaar.”

“De artsen van het ZMK beseffen van hun kant ook dat de toekomst in de samenwerking met een derdelijnsziekenhuis ligt. Door gesprekken te voeren en elkaar te leren kennen, groeit het vertrouwen tussen artsen. Maar woorden alleen volstaan niet. Bepaalde speerpuntdiensten moet je ook aan andere partners durven over­laten. Zo bouwen we de diabetesconventie voor kinderen in het ZMK uit, wat betekent dat de expert van het ZOL naar het ZMK trekt om er de dienst te versterken. En er zijn nog voorbeelden: ook de kindernefrologie willen we in ZMK uitbouwen, net als andere subspecialismen, in functie van de noden.” “De samenwerking met het Mariaziekenhuis, met zijn grotere schaal en sterk uitgebouwde diensten, is enigszins anders dan met het ZMK, dat een kleiner ziekenhuis is. Maar ook met die partner lopen de gesprekken goed.”

TRENDBREUK

“De netwerkvorming onderstreept nog meer dan vroeger het groeiende belang van een sterk hr-beleid voor de artsen. In het verleden hadden we hiervoor te weinig aandacht. Wie hr zegt, denkt meteen aan de medewerkers in dienst. Artsen zijn zelfstandigen en daarvoor bestaat nauwelijks een hr-beleid. Toch zijn we in het ZOL al enkele jaren aan de weg aan het timmeren. Op het gebied van werving en selectie, met ‘ontwikkelings­gesprekken’, met ondersteuning van artsen als second victim… Dat zijn allemaal belangrijke aandachtspunten. Hoewel in bepaalde disciplines een schaarste aan artsen heerst, is het cruciaal om de juiste mensen aan te trekken voor je ziekenhuis. Artsen moeten vandaag ook over andere dan zuiver medische competenties beschikken. Daaraan besteden we meer en meer aandacht. We geven ook opleiding en coaching, bijvoorbeeld voor medische diensthoofden over hoe ze leiding kunnen geven, hoe ze functioneringsgesprekken kunnen voeren enz.” “De netwerken voegen hier een nieuwe dimensie aan toe. Artsen kunnen nu immers ook op netwerkniveau worden aangeworven. Ja, dat gebeurt vandaag al: je kunt als arts in het ZOL aan de slag, maar dan word je ook in het ZMK verwacht.”

“Of dat hr-beleid in het ZOL vruchten afwerpt? Ik geloof van wel. Aanvankelijk was er wat weerstand bij de artsen. Ze zijn zelfstandigen en ze staan op hun auto­nomie. Ik begrijp dat, maar op je eentje werken is vandaag totaal voorbijgestreefd. Een arts maakt vandaag geïntegreerd deel uit van het ziekenhuisbrede beleid. Daarom zijn afspraken nodig. Een arts kan niet als vroeger een eiland in het ziekenhuis zijn voor wie alles perfect wordt georganiseerd. Af en toe moeten we een trendbreuk realiseren. Zo hebben we jaren geleden het assessment ingevoerd bij elke aanstelling van een medisch diensthoofd. Dat botste ook op weerstand. Toch was ons doel niet om artsen af te wijzen, wel om een zekere reflectie erover aan te moedigen. Kan ik coachen? Kan ik luisteren? Ben ik bereid om bij te leren? Als een kandidaat diensthoofd zwakker scoort op bepaalde competenties, kijken we samen hoe we dat kunnen oplossen. Soms helpt coaching of bijscholing. Soms ook trekt de kandidaat zich terug. Op korte termijn is het houden van een assessment de normaalste zaak geworden. Niemand die dat nog in vraag stelt.”

ARTSEN ENGAGEREN ZICH

“Als hoofdarts van een derdelijnsziekenhuis als het ZOL wil ik het ziekenhuis klaarmaken voor de toekomst. De werkdomeinen zijn heel uiteenlopend: accreditatie en kwaliteit, de patiënt centraal, duidelijke afspraken maken met onze netwerkziekenhuizen, investeringen in hoogtechnologische medische apparatuur, de samenwerking met de eerste en de tweede lijn, de transfer van informatie via het EPD… noem maar op. Ook de artsen, die in de eerste plaats zijn opgeleid voor operationele taken, hebben een steeds bredere focus. Het ZOL is daarin al jaren vooruitstrevend, en dat willen we zo houden. Denk aan het patiëntenplatform, aan onze samenwerking met de universiteit van Hasselt op het gebied van onderzoek en het Limburg Clinical Research Program (LCRP), aan de integratie van het medisch departement in het hele ziekenhuis.

De artsen worden in het ZOL actief betrokken bij het ziekenhuisbeleid. Elke divisie wordt geleid door een arts én een verpleegkundig manager. Zo zijn er zeven artsen-coördinatoren, die samen mee nadenken over het ziekenhuisbeleid en die de aandacht voor het beleid ook uitdragen in hun eigen divisie. De tijd van het duale model met de directie tegenover de artsen is voorbijgestreefd. Artsen participeren meer dan ooit in het hele beleid en ze nemen dat engagement ook ter harte”, besluit dr. Vander Velpen.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: MINNE DALEMANS