INTERVIEW MARCEL VAN DER AUWERA VAN DE FOD VOLKSGEZONDHEID

Noodplannen ziekenhuizen hebben goed gewerkt, maar...

Oktober 2020

Hebben de ziekenhuisnoodplannen goed gewerkt tijdens de coronacrisis? Zijn de crisiscellen erin geslaagd de enorme uitdagingen gestructureerd in goede banen te leiden? Nu de eerste storm gaan liggen is, maakt elk ziekenhuis een evaluatie op. Ook op federaal niveau maakt men een stand van zaken, op basis van de feedback van de ziekenhuizen. We praten erover met Marcel Van der Auwera.

Marcel Van der Auwera is diensthoofd Dringende Geneeskundige en Psychosociale Hulpverlening bij de FOD Volksgezondheid. Hij maakt deel uit van het Hospital &Transport Surge Capacity Comité (HTSC-comité) dat begin maart 2020 werd opgericht om de coronacrisis te coördineren. In het HTSC-comité zijn naast de FOD ook de regio’s en hun administraties, de koepelorganisaties (waaronder Zorgnet-Icuro), Defensie, het Wetenschappelijk Comité en experten vertegenwoordigd.

“De teneur bij de ziekenhuizen is over het algemeen vrij positief,” zegt Marcel Van der Auwera. “Dankzij de noodplannen konden zij van bij aanvang van de crisis gestructureerd en snel schakelen. De FOD Volksgezondheid heeft enkele jaren geleden, in nauwe samenwerking met de deelstaten, een template voor zo’n noodplan aangereikt. De ziekenhuizen zijn daarmee aan de slag gegaan en dat heeft geloond.”

“Eén discussie drijft boven in de feedback: moet er aan het noodplan een hoofdstuk ‘pandemie’ toegevoegd worden, of maken we beter een hoofdstuk voor ‘langdurige crisissen’ in het algemeen? Want dat er behoefte is aan een uitbreiding, is wel duidelijk. Vandaag beperkt het noodplan zich tot crisissen van beperkte duur: een zware brand, een terreuraanslag… allemaal ernstige incidenten, maar die duren slechts één of enkele dagen. De eerste golf van de coronacrisis duurde verschillende maanden. Wat wél in het noodplan zat, en wat zeker geholpen heeft, was de organisatie van gescheiden circuits in het ziekenhuis. Het noodplan behandelt dat aspect in het hoofdstuk over chemische, biologische, radiologische of nucleaire (CBRN) rampen.”

“Eén discussie drijft boven in de feedback: moet er aan het noodplan een hoofdstuk ‘pandemie’ toegevoegd worden, of maken we beter een hoofdstuk voor ‘langdurige crisissen’ in het algemeen?”

“Het grote verschil tussen een korte en een langdurende ramp is de organisatie van de reguliere zorg. Na een vliegtuigramp zal het programma van het operatiekwartier allicht één of twee dagen overhoop gehaald worden en hetzelfde geldt voor intensieve zorgen en de acute afdelingen. Maar na enkele dagen keren we dan terug naar de gewone werking. Zo’n incident, hoe zwaar ook, verstoort nauwelijks de planbare ingrepen of consultaties. Bij een langdurende crisis is dat wel het geval. En de oplossing hiervoor stond in geen enkel noodplan.”

“Vraag is of je hiervoor veel concrete oplossingen kan bieden. Elk scenario zal een andere aanpak vergen. Generiek zou je kunnen opteren om zeer gespecialiseerde ingrepen waar mogelijk uit te stellen. Bijvoorbeeld in de neurochirurgie. Maar dergelijke beslissingen zullen sowieso altijd per ziekenhuis en per context op het moment zelf genomen moeten worden. De beroepsgroep van de urologen heeft al een aanzet gegeven voor zo’n oefening. Zij hebben een lijst opgesteld met ingrepen die wél en niet uitgesteld kunnen worden. Maar dan nog blijft de finale beslissing afhankelijk van de situatie in het ziekenhuis en de individuele evaluatie van de toestand van de patiënt.”

Reguliere zorgverlening behouden

“Waarover ook een consensus bestaat, is dat we zelfs bij langdurende crisissen de reguliere zorgverlening zo lang mogelijk moeten behouden. Zoals we dat nu in de tweede coronagolf doen. We werken voor Covid-19 nu met verschillende fasen: afhankelijk van het aantal Covid-patiënten komt het ziekenhuis in een andere fase, met bijhorende maatregelen. Een voorbeeld van een maatregel die aan een bepaalde fase is verbonden, is om een deel van de dienst intensieve zorgen voor Covid-patiënten voor te behouden.”

“In de huidige tweede golf blijven we zo lang mogelijk in Fase 0. Als één ziekenhuis te veel Covid-patiënten krijgt, moet het netwerk een spreiding van die patiënten organiseren. Op die manier kunnen alle ziekenhuizen zo lang mogelijk de routinezorg blijven aanbieden. Met die spreiding wordt idealiter niet gewacht tot er in een ziekenhuisnetwerk zou het mogelijk moeten zijn om ook als het nog niet strikt nodig is, toch al Covid-patiënten te spreiden. Zo vermijden we dat een ziekenhuis naar een hogere fase moet overschakelen terwijl er elders wel nog voldoende ruimte is.”

Betekent dit dat de ziekenhuisnoodplannen in de toekomst op het niveau van de netwerken zullen worden opgemaakt? Of eventueel zelfs per eerstelijnszone, om ook de afspraken met woonzorgcentra en de eerste lijn te integreren? Marcel Van der Auwera: “Dat is een piste. In elk geval zien we dat netwerken die al een goede synergie hebben, sterker staan tijdens de crisis. Er zijn trouwens binnen een netwerk verschillende afspraken mogelijk. In contrast met wat ik daarnet zei, zou een netwerk ook kunnen opteren om alle Covid-patiënten op één site van het netwerk onder te brengen. Zo houd je alle andere ziekenhuizen van het netwerk vrij van het coronavirus. De infrastructurele mogelijkheden moeten meezitten hiervoor. AZ West in Veurne is onlangs verhuisd, maar de oude campus kon tijdens de eerste golf nog perfect aangewend worden voor cohortering. Ook in Luik deed zich zo’n opportuniteit voor. Heb je die infrastructurele mogelijkheden niet, dan wordt het moeilijker. Bovendien moet je rekening houden met de afstand. Als je alle Covid-patiënten binnen een netwerk op één locatie onderbrengt, dan kan dat een hele afstand betekenen voor de familie. Er zitten altijd vele facetten aan dit verhaal.”

“Of we de noodplannen moeten enten op de eerstelijnszones, is een politiek geladen vraag. Weet je, als we de burger en de patiënt centraal stellen, dan maakt het niet uit wie wat doet. Als de nodige zorgverlening er maar is. Met het HTSC-comité zijn we erin geslaagd de muurtjes te overstijgen. We zitten met alle betrokkenen samen en durven de dingen benoemen. We doen wat nodig is, los van de vraag welk niveau nu juist bevoegd is. En ja, er zijn momenten van frictie geweest. Niet zozeer in het comité zelf, maar veeleer op politiek niveau in de marge van het comité. We moeten altijd het belang van de mensen vooropstellen. Het ziekenhuisnoodplan is nu trouwens geen federale materie meer. Toch vervullen we onze coördinerende opdracht. En dat werkt.”

“Met het HTSC-comité zijn we erin geslaagd de muurtjes te overstijgen. We zitten met alle betrokkenen samen en durven de dingen benoemen. We doen wat nodig is, los van de vraag welk niveau nu juist bevoegd is.”

Buffer voor personeel

“Een ander sterk punt uit de bevraging van de ziekenhuizen, is de heldere aansturing van de crisiscel. Er is dankzij de crisiscel eenheid van commando. Ook voor de communicatie. De crisiscel is het aanspreekpunt, intern en extern, en heeft altijd de meest recente informatie. Natuurlijk zijn er nog leerpunten. De kwestie van het materiaal bijvoorbeeld. In het noodplan moeten we vastleggen welke periode elk ziekenhuis sowieso moet kunnen overbruggen, los van de strategische voorraad die de overheid moet voorzien.”

“Specifiek voor het HTSC-comité hebben we en cours de route ook al bijgestuurd. We kregen de feedback dat omzendbrieven versturen op donderdagavond of vrijdag geen goed idee is. De recentste brieven zijn op maandag of dinsdag verstuurd. Dat zijn van die kleine praktische dingen die een groot verschil maken voor de organisatie in een ziekenhuis. Dat staat los van het eigenlijke noodplan, maar we nemen het wel mee.”

“Een belangrijk punt is verder alles wat personeel en hr betreft. De corona-ervaring leert dat we rust moeten inbouwen in het noodplan wanneer een crisis lang aansleept. Als een incident maar enkele dagen aanhoudt, dan steekt iedereen een tandje bij en dat lukt. Maar weken of maanden op de tippen van je tenen lopen, houdt niemand vol. We moeten aandacht hebben voor het psychosociaal welzijn van alle medewerkers en artsen. Dit langdurig hr-beleid zit vandaag niet in het noodplan. Het is niet evident om een medewerker vakantie toe te kennen tijdens een crisissituatie, maar het kan noodzakelijk zijn. De tweede golf is heel snel gekomen, gelukkig zonder veel impact op de ziekenhuizen. Maar het had anders kunnen uitdraaien. We moeten zien of we voor de toekomst een buffer kunnen inbouwen, al besef ik goed hoe moeilijk dat is. We moeten hierover durven nadenken. Maar uiteindelijk is dat een politieke beslissing.”  

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JONATHAN RAMAEL