Zorgwijzer 77 An Bael

KINDERARTS DR. AN BAEL

KINDERARTSEN VOELEN DE NOODZAAK OM MEER VOOR ZICHZELF EN DE KINDEREN OP TE KOMEN

Kinderartsen verdienen beter, zegt dr. An Bael. Ze bedoelt het figuurlijk, want het gevoel leeft dat kinderartsen als groep moeten vechten voor voldoende middelen om de kwaliteit van de kindergeneeskunde te vrijwaren. Of het nu gaat over het internistisch dagziekenhuis, de erkenning van subspecialismen of de laagvariabele zorg: kinderartsen voelen de noodzaak om meer voor zichzelf én de kinderen op te komen.

Dr. An Bael is diensthoofd pediatrie en kindernefroloog in het ZNA Paola Kinderziekenhuis, maar ze engageert zich ook als bestuurslid in de Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde (VVK) én de Beroepsvereniging Kindergeneeskunde (BK). “Dat engagement komt voort uit mijn liefde voor het beroep en uit de nood aan kwaliteit. In de praktijk botsen pediaters vaak op dingen die niet goed geregeld zijn. Kinderen worden nog al te vaak als kleine volwassenen benaderd. Ten onrechte. Neem een eenvoudige bloedprik: anders dan bij een volwassene moet je daarvoor met twee zijn bij een kind. Je kan het kind toch niet fixeren? De ouder kan een handje toesteken, maar eigenlijk is het beter als hij niet die rol op zich moet nemen. Toch gebeurt dat vaak. Ook voor gehospitaliseerde kinderen is er onvoldoende omkadering. Kinderen hebben recht op voldoende ondersteuning. Van verpleegkundigen, maar ook van een spelbegeleider die lief is en aandacht voor hen heeft. Daar ijver ik voor.”

“Mijn motivatie is niet om meer loon voor kinderartsen te versieren, wel om meer kwaliteit te kunnen bieden. De honorering van artsen is erg ongelijk en kinderartsen worden zwaar bevraagd. In tegenstelling tot andere disciplines zijn er bij ons geen spectaculaire nieuwe technologieën die het werk gemakkelijker maken. Integendeel, de medische uitdagingen worden alsmaar complexer. De overheid heeft geen geld om kinderartsen extra middelen te geven en het is niet aan ons om voor te stellen om een stukje weg te nemen bij collega’s die veel meer verdienen. Verworven rechten neem je niet zomaar af, ik begrijp dat wel. We ijveren wel voor een eerlijker en transparanter systeem, met loon naar werken voor iedereen.”

An Bael

“Ook de erkenning van subspecialismen in de pediatrie moet correcter. Endocrinologen krijgen sinds kort terecht een hoger honorarium voor een consultatie; de kinderendocrinoloog niet, want dat is bij ons geen erkende specialiteit. En zo zijn er nog veel discrepanties tussen geneeskunde voor kinderen tegenover volwassenen. Ja, daar bestaat veel frustratie over bij de kinderartsen. Zeker als de minister zelfs het advies van de Hoge Raad voor de Gezondheidszorg naast zich neerlegt, zoals voor de subspecialismen pediatrie, waaronder kinderendocrinologie, gebeurde.”

LOBBYEN TEGEN WIL EN DANK

“De Beroepsvereniging Kindergeneeskunde vertegenwoordigt de kinderartsen bij de overheid. De Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde focust zich meer op wetenschap, maar ondertussen ook op beleid. Beide organisaties werken gelukkig meer en meer samen.”

“VVK en BK zijn vandaag onder meer actief rond het uitblijven van een honorering voor het internistisch kinderdagziekenhuis en het provisoir opnemen van kinderen. Er worden steeds minder kinderen gehospitaliseerd en dat is goed. Maar als een kind op de spoeddienst komt, is het niet altijd mogelijk om in tien minuten te beslissen of een opname nodig is. Soms gebeuren daardoor onnodige opnamen. Stel dat een kind met een acute salmonellavergiftiging matig gedehydrateerd is, dan kan je het best kiezen voor een tijdelijke observatie. Valt het mee, dan kan het kind enkele uren later naar huis. Is er meer zorg nodig, dan kan een opname volgen. Vandaag hebben we die mogelijkheid niet, omdat er geen nomenclatuurnummers voor bestaan. We kunnen daarvoor dus geen verpleegkundige inzetten, behalve als het ziekenhuis daar zelf voor opdraait, wat in de praktijk gebeurt. Je kan een kind immers geen zes uur alleen laten. Maar het is wel deficitair. Enkele provisoire bedden zouden dat kunnen oplossen.”

“We ijveren voor een eerlijker en transparanter systeem,
met loon naar werken voor iedereen.”

“Wat het internistisch dagziekenhuis betreft, zitten alle kosten in het Budget Financiële Middelen vervat. Als een kind nuchter binnenkomt, er bloed geprikt moet worden, er een setting voorzien wordt met een bedje en speelgoedmateriaal en halve dag bijstand, dan staat daar nul euro tegenover, met uitzondering van de 38 euro voor de consultatie bij de kinderarts. Artsen vragen ziekenhuisdirecties en de medische raad om bij te springen voor het materiaal, de spelbegeleidster, de verpleegkundige, de kamer … maar moeten wij nu echt op onze knieën gaan zitten en smeken? We horen sowieso al tot de minst verdienende artsengroep. Dat is geen comfortabel gevoel. Politiek is niet onze business. Wij willen werken aan kwaliteit, wij hebben geen zin om voortdurend te lobbyen. Maar we worden gedwongen om dat te doen. In afwachting van een oplossing kiezen ziekenhuizen soms voor een oneigenlijke opname. Financieel zit er niets anders op. De rekening is snel gemaakt. Daarom nogmaals de oproep: maak dagopname mogelijk en de echte opnamen zullen verminderen.”

CENTEN VERDELEN

“We buigen ons ook over de laagvariabele zorg. Op zich zijn we daar als kinderartsen niet tegen. Het is een vorm van solidarisering en kostenbeheersing. Maar in de laagvariabele zorg is nergens sprake van kinderen! Nochtans is een operatie aan de appendix bij een kind niet hetzelfde als bij een volwassene. Maar de enveloppe is dezelfde. Het gevolg laat zich raden: kinderartsen zullen minimaal betrokken worden, ten koste van de kwaliteit. Nu al suggereren sommige artsen om voortaan geen kinderartsen meer te betrekken. Dat komt de zorg voor het kind niet ten goede. Kinderartsen maken zich daarover zorgen. Nog een voorbeeld: bij een normale bevalling is men het kind uit het oog verloren. Als een mama op 35 weken bevalt, dan wordt het kind nu een tijdje op de neonatologie (kleine n of n*) opgevolgd. Pech! Geen afzonderlijk geld voor. Tenzij we de baby naar de gespecialiseerde neo­natologie (grote N) verhuizen. Dat kan toch allemaal niet de bedoeling zijn? Naar verluidt wordt daaraan gewerkt, maar ondanks aandringen krijgen we daarover geen uitsluitsel van de minister. De ongerustheid is groot. We hebben de indruk dat er bijzonder weinig kennis is over wat een kinderarts doet. Ik vrees dat we als groep toch te weinig op de barricaden staan; we zijn te veel begaan met de kwaliteit van ons werk en te weinig met de centen.”

“De meeste kinderartsen zien de ziekenhuisnetwerken als een opportuniteit, al moeten we erover waken dat de toegankelijkheid van de zorg gegarandeerd blijft. Kleine pediatrieën zijn mogelijk niet meer vol te houden. Maar die kleine afdelingen zouden bijvoorbeeld wel enkele provisoire bedden en internistische dagbedden kunnen behouden, die ’s avonds sluiten en indien hospitalisatie nodig is in een nabijgelegen ziekenhuis van het netwerk terechtkunnen. Dat soort oplossingen moeten we nastreven: een win-win voor de kinderen en voor de artsen.”

“Verder zie ik nog veel mogelijkheden voor kinderartsen, bijvoorbeeld op het vlak van preventie, in het kader van het korte ziekenhuisverblijf na bevallingen, in samenwerking met Kind en Gezin, samen met de huisartsen … Kansen genoeg en her en der groeien mooie projecten. Maar veel van die projecten komen quasi neer op vrijwilligerswerk. Kinderartsen engageren zich heel graag, maar eigenlijk verdienen zij en hun patiëntjes beter.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS