PROEFPROJECT PATIËNTENEDUCATIE AZ SINT-DIMPNA IN GEEL

INZETTEN OP KWETSBARE DOELGROEPEN LOONT

9 december 2019

De Belgische gezondheidszorg is toegankelijk en democratisch, maar toch zijn er ook keerzijden aan de medaille. Soms wordt hulp gezocht op de verkeerde plaats, waardoor er overconsumptie is van dure tweedelijnszorg. De overbezette spoedgevallendiensten van de Belgische ziekenhuizen zijn hiervan een voorbeeld. Een ander minpunt is dat patiënt niet altijd de juiste zorg krijgen. Dat geldt vooral voor de sociaal zwakkere groepen in onze samenleving. Het Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna in Geel zette de afgelopen jaren een proefproject op de rails om hieraan te verhelpen. Het project was een succes: niet enkel waren sociaal hulpbehoevende patiënten beter op de hoogte waar ze met hun problemen precies terechtkonden, ook het aantal vermijdbare bezoeken aan de spoed en bij de arts-specialisten daalde sterk. 

ONNODIGE BEZOEKEN AAN DE SPOEDDIENSTEN

Drukbezette spoeddiensten zijn een vertrouwd beeld in vele Belgische zieken­huizen. Artsen die er werken kunnen onvoldoende tijd spenderen per patiënt, en compenseren dat met het aanvragen van dure, vaak vermijdbare technische onderzoeken. Dat fenomeen is al jaren een doorn in het oog van zowel artsen, overheid als ziekenhuizen. Het kost immers niet alleen bergen geld, maar gaat bovendien voorbij aan andere, niet-­medische problemen, waarvoor de meeste specialisten niet gepast zijn opgeleid. Denk maar aan huisvesting, geldzorgen, familiale problemen… Dat is vooral nadelig voor de sociaal zwakkeren in de maatschappij, bijvoorbeeld ouderen, eenzame personen, mensen met financiële problemen, personen met een handicap, werk- of daklozen… De cijfers staven dit: personen met een armoederisico hebben meer gezondheidsproblemen en stellen gezondheidszorgen tot vier keer meer uit. Omgekeerd is de gezondheidszorg in Vlaanderen zodanig laagdrempelig dat patiënten met welzijnsproblemen ook gemakkelijk hulp kunnen zoeken in de dure domeinen van de gezondheidszorg, meestal in de tweede lijn. Ongewenst dreigen sociaal kwetsbaren dus in een spiraal te belanden van minder efficiënte zorg. Dat heeft op zijn beurt dan weer als gevolg dat ze moeite hebben om hun ziekenhuisfactuur te betalen.

“Op amper twee jaar tijd blijkt dat de zorg op maat voor sociaal kwetsbare mensen het aantal spoed­gevallen en hospitalisaties drastisch kan doen dalen. Ook het aantal eerstelijnsconsultaties bij de specialist neemt af.“

PROEFPROJECT IN GEEL

Directie en artsen van het Algemeen Zieken­huis Sint-Dimpna in Geel besloten iets aan dat probleem te doen. Met financiële hulp van de Provincie Antwerpen en in overleg met het lokale OCMW, de huisartsen en andere lokale hulpverstrekkers zetten ze een systeem van individuele zorgbegeleiding op voor die personen die steun ontvingen van het lokale OCMW. Een sociaal assistente ging gedurende twee jaar de personen met gezondheidsproblemen actief aan huis opzoeken.

Ze kregen gericht advies over de meest gepaste hulp en werden mee begeleid naar de juiste diensten. De National Health Service (NHS) in Engeland berekende het eerder al: een zorgbemiddelaar kiezen onder de zorgende vertrouwenspersonen kan zomaar een winst van 20% tot 30% opleveren in onnodige en ongeplande spoedopnames. Tezelfdertijd werd in Geel het consultatie- en hospitalisatiepatroon geregistreerd in het lokale ziekenhuis. 

DE VERBINDINGSCOACH

Dokter Mineke Viaene, neuroloog in AZ Sint-Dimpna en medisch coördinator van het project: “Een van de essentiële voorwaarden om het project te doen slagen, was het slopen van de muurtjes tussen welzijns- en gezondheidszorg. Daarom stelden we een maatschappelijk assistent aan als verbindingscoach. Die persoon slaat de brug tussen de domeinen en fungeert als centrale figuur en coördinator. De huis­artsen, de sociale dienst en de arts-specia­listen van het AZ en de sociale dienst van het OCMW vormen de cluster die samen met de verbindingscoach de zorg opneemt. De verbindingsfiguur behartigt de indivi­duele hulpvragen, gaat bij de mensen thuis op bezoek en vergezelt de patiënt naar de aangewezen hulp- of dienstverlening. Achter­af koppelt de verbindingscoach de informatie over de ingeschakelde hulpverlening terug naar de verwijzer.”

Mineke Viaene

SPECTACULAIR MINDER BEZOEKEN AAN DE SPOED

Dr. Mineke Viaene: “Ten opzichte van wat voorspeld werd op basis van de voorgaande jaren daalde in deze groep na een jaar het aantal consultaties op de spoed­gevallendienst met 55%, de hospitalisaties met 33% en de ambulante contacten met 14%. Het saldo van de onbetaalde ziekenhuiskosten daalde met 7%. Er werd namelijk een overeenkomst gesloten tussen het OCMW en het zieken­huis. De arts-specialisten engageren zich om aan de OCMW-cliënten maximale zorg te verlenen tegen een minimale kostprijs. Patiënten met een leefloon of personen in budgetbegeleiding hoefden geen ereloonsupplementen en remgelden te betalen. Er werden voor deze groep ook geen deurwaarders ingeschakeld voor nieuwe vorderingen.” Dokter Viaene haalt ook een hinderpaal aan: “Een te strikte toepassing van de GDPR-wetgeving kan de efficiëntie van het project fnuiken. De gegevensregistratie en -deling van naam, geboortedatum, telefoonnummer en beknopte hulpvraag zijn van wezenlijk belang. Belangrijk is dat de verwijzer aan de patiënt steeds een geïnformeerde toestemming vraagt. De gegevens en de hulpvraag worden alleen gedeeld na toestemming van de patiënt.”

“De resultaten tonen aan dat vorming en begeleiding van sociaal zwakkeren de hulpverleners uit de welzijnssector en de gezondheidszorgverstrekkers dichter bij de doelgroep brengen. Tegelijkertijd resulteert het in vermijdbare, dure tweedelijnszorg. Onze bevindingen zijn gunstig. Het zou boeiend zijn om dit zorgmodel elders uit te testen, met als uiteindelijke doel de beleidsmakers te stimuleren om een beleid in te voeren dat toelaat om sociaal zwakkeren beter te betrekken in de welzijns- en gezondheidszorg en dit aan een lagere maatschappelijke kostprijs”, besluit Mineke Viaene. AZ Geel is in ieder geval tevreden met de resultaten van dit pilootproject.

Een uitgebreid verslag van dit proefproject verscheen in het Tijdschrift voor Geneeskunde, 75, nr. 21, 2019, p. 1245-1254.

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: SOPHIE NUYTTEN