IN HETZELFDE SCHUITJE

Terwijl ziekenhuisartsen een steeds prominentere rol opnemen in de uitbouw van de ziekenhuisnetwerken en psychiaters zich actief engageren in de verdere ontplooiing van de netwerken geestelijke gezondheidszorg, zijn veel huisartsen volop betrokken bij het vormgeven van de eerstelijnszones. Bedrijvigheid alom in de gezondheidszorg, met een niet te onderschatten rol voor de artsen.

Op het terrein hebben de ziekenhuizen en de artsen-specialisten al een hele weg afgelegd richting de nieuwe organisatie in netwerken. Het Vlaamse en federale regeerakkoord maakten duidelijk dat de toekomst van de ziekenhuizen bij de netwerken ligt. Vandaag horen we vooral de verzuchting dat de federale overheid achterop hinkt en de Vlaamse overheid te snel wil gaan. Een goede afstemming blijft noodzakelijk, ook wat timing betreft. Als alles loopt zoals voorzien, dan hebben we tegen eind dit jaar een nieuwe federale ziekenhuiswet. Het wetsontwerp staat op de agenda van de Commissie Volksgezondheid. Wordt de wet gestemd, dan hebben artsen en ziekenhuizen – eindelijk – een wettelijk kader om op voort te bouwen. Idealiter had ook de ziekenhuis­financiering al lang bijgestuurd moeten zijn om de uitbouw van de netwerken alle kansen te geven; je kan als overheid immers niet om ‘samenwerking’ blijven vragen en daarvoor niet de aangepaste financiering voorzien. Zowel de ziekenhuizen als de artsen hebben trouwens nood aan een financieel kader dat stabiliteit garandeert tijdens de komende cruciale jaren van verandering. Niemand durft blind te springen als het erop aankomt. Ook de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg moeten gegarandeerd blijven.

Maar we kiezen opnieuw voor de weg vooruit. We nemen samen verantwoordelijkheid op. Dat geldt voor de artsen en voor de ziekenhuizen. We zitten in hetzelfde schuitje. De tijd van snuffelen en verkennen is met de nieuwe ziekenhuiswet voorbij. Het komt er nu op aan om binnen de mogelijkheden het concept van de netwerken operationeel te maken. Dat zal heel wat overleg en change­management vergen, met aandacht voor alle actoren, met hun wensen, ambities en onzekerheden.

Op veel plaatsen verloopt die noodzakelijke samenwerking tussen artsen en ziekenhuizen vrij goed. Elke verandering schuurt en piept bij momenten, maar over de grote lijnen van de richting die ze uit moeten, zijn de actoren het vaak eens. Hoe groter het wederzijdse vertrouwen tussen alle partijen, hoe sterker elk ziekenhuisnetwerk zal staan. Een patstelling is voor niemand goed.

Ongeveer alle ziekenhuisnetwerken hebben zich ondertussen geëngageerd om op uitnodiging van Vlaams minister Vandeurzen een regionaal zorgstrategisch plan te ontwikkelen. Die plannen zijn ontzettend belangrijk. Niet alleen om de zorg binnen de ziekenhuisnetwerken goed af te stemmen, maar op korte of middellange termijn ook voor een goede afstemming met de eerstelijnszones en de netwerken geestelijke gezondheidszorg.

De uitdaging waarvoor we staan is gigantisch. De noodzakelijke ondersteuning vanuit de federale overheid laat soms te wensen over. (Nogmaals: waar blijft die grondige hervorming van de financiering waar alle experten al 20 jaar op aandringen?) Maar we moeten vooruit. Samen. Artsen en ziekenhuizen. Eerste, tweede en derde lijn. Er is geen andere weg als het ons menens is met de goede, toegankelijke en efficiënte zorg die we voor alle patiënten voor ogen hebben.

Margot Cloet
Gedelegeerd bestuurder

margot cloet