DOKTER KATRIEN BERVOETS MAAKT NETWERKVORMING MEE VANOP DE EERSTE RIJ

"Het succes zal mee bepaald worden door goede medische projecten"

November 2020

Hoe meer de ziekenhuisnetwerken concreet vorm krijgen, hoe meer ook artsen, medisch personeel en andere medewerkers de impact ervan zullen voelen. Op het niveau van de artsenassociaties is op vele plaatsen al overleg aan de gang en worden her en der al concrete samenwerkingen opgestart. Dat is bijvoorbeeld het geval bij GZA – ZNA, het Antwerpse ziekenhuisnetwerk dat 12 ziekenhuislocaties overkoepelt. De ruim 1000 artsen werden van bij de start nauw betrokken in dit project. We peilden naar hun ervaringen bij Katrien Bervoets, algemeen medisch directeur van ZNA. 

De samenwerking tussen de Antwerpse GZA Ziekenhuizen en ZNA werd vijf jaar geleden geïnitieerd, nog voor het proces was opgestart om in Vlaanderen 13 regionale ziekenhuisnetwerken te vormen. Katrien Bervoets: “Antwerpen telt veel ziekenhuizen op een kleine oppervlakte. De eerste concrete gesprekken tussen onze twee ziekenhuizen dateren van het najaar van 2015, toen in de bestuursorganen beslist werd om het nut en de opportuniteiten van een samenwerking te onderzoeken. Dat gebeurde meteen in nauw overleg met de artsen: de medische raden werd gevraagd of zij zo’n onderzoek nuttig en wenselijk vonden. De voorzitters van de medische raden werden ook mee in de stuurgroep betrokken.” 

Goed zes maanden later bleek dat een structurele samenwerking nuttig en interessant kon zijn, om de zorg in de Antwerpse ziekenhuizen beter te organiseren, operationele efficiëntiewinsten te halen en de kwaliteit voor de patiënt te verbeteren door doorgedreven specialisatie en concentratie van complexe zorg mogelijk te maken. “Op dat moment is opnieuw een advies gevraagd aan de medische raden, of ze akkoord konden gaan met een diepgaande studie over hoe dat juridisch en in de praktijk geregeld kon worden”, aldus dokter Bervoets. “En zo kwam men na een jaar van onderzoek en studie eind 2016 tot een groepering, waarbij een nieuwe vzw afgevaardigden uit de twee organisaties bundelt en onderzoekt wat de volgende stappen in concrete samenwerkingen zijn.” 

“Verandering van locatie of een andere teamsamenstelling heeft voor zorgverleners een emotionele impact. Als je goede zorg wil aanbieden, mag je dat niet uit het oog verliezen. Change management en people management zullen de komende jaren veel aandacht vragen in alle netwerken.”

Die samenwerking tussen GZA en ZNA wordt ook een van de Vlaamse ziekenhuisnetwerken. “Dat is het logische gevolg van het traject dat we hebben afgelegd. We staan daar als artsen ook positief tegenover. High end complexe zorg hoef je niet op 12 locaties aan te bieden. Het is beter om de kennis en ervaring samen te brengen en dat gezamenlijk te organiseren. Finaal betekent dat immers dat je expertise alleen maar groter wordt, dat je veel gerichter kan investeren en dat de middelen efficiënter ingezet worden, ten bate van de patiënt.”

Projecten vanuit de basis

De medisch directeur stelt vast dat de uitwerking van verregaande structurele samenwerking in de praktijk een zeer geleidelijk proces is: “We moeten nog verder evolueren in gedeelde aankoopdossiers, in IT-systemen die op elkaar zijn afgestemd, één elektronisch patiëntendossier… maar zulke zaken regel je niet van de ene dag op de andere. Daarom geloven wij ook sterk in het parallel ontwikkelen van projecten vanuit de basis. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de laboratoria pathologische anatomie, intussen de eerste dienst die geïntegreerd werkt. Het centraal laboratorium is nu gevestigd in het ZNA Middelheim en daarnaast zijn er nog drie hubs in andere ziekenhuizen. Door de bundeling van de teams kunnen meer onderzoeken worden uitgevoerd en is er meer ruimte voor subspecialisatie.”

 

Een ander project is het expertisecentrum voor endoscopische ingrepen. “De gastro-enterologen van beide ziekenhuizen bundelen ingrepen met hoogtechnologische technieken in de Endoscopische Vereniging Antwerpen. Dankzij het EVA-project wordt de expertise gebundeld in ZNA Jan Palfijn en de campus Sint-Augustinus van GZA Ziekenhuizen”, vertelt Katrien Bervoets. “En zo zijn er ook rond zeldzame tumoren, kinderchirurgie en cardiologie projecten die specialisaties bundelen. Ik ben ervan overtuigd dat het slagen van de netwerken in grote mate mee bepaald zal worden door het uitwerken van goede medische projecten, die gedreven worden door de onderliggende zorgstrategie van het netwerk.”

Een emotioneel geladen proces

Die eerste projecten leiden tot enthousiasme bij de betrokken artsen. Maar het vormen van ziekenhuisnetwerken blijft sowieso emotioneel geladen. “Artsen zijn mensen met een sterk engagement. Slechts weinigen wisselen tijdens hun loopbaan van ziekenhuis. Het is de plek waar ze hun praktijk uitbouwen, waar ze nauw samenwerken in team met collega’s … Een verandering van locatie of een andere samenstelling van een team heeft dus ook een emotionele impact. Als je goede zorg wil aanbieden, mag je dat niet uit het oog verliezen. Change management en
people management zullen de komende jaren veel aandacht vragen in alle netwerken.” 

Ook andere personeelskwesties vragen tijd om tot geïntegreerde oplossingen te komen: verschillende CAO’s en arbeidscontracten, uur- en vakantieregelingen enzovoort. Dokter Bervoets: “ZNA is bijvoorbeeld een publiek ziekenhuis waar ook nog mensen statutair benoemd zijn, GZA Ziekenhuizen heeft dat niet. We zijn een netwerk dat streeft naar verregaande samenwerkingen,  maar en cours de route moeten we nog heel wat hordes nemen: organisatorische zaken, juridische maar soms ook heel operationele details. En laten we niet vergeten dat het voorlopig koffiedik kijken is hoe de ziekenhuisfinanciering in de toekomst zal gebeuren. We moeten onze beslissingen dus goed afwegen. We werken alvast aan een gemeenschappelijk zorgstrategisch plan voor het netwerk, opnieuw met een grote betrokkenheid van de artsen.”

GZA en ZNA hebben intussen beslist om een gezamenlijk EPD te introduceren. De opdracht werd recent gegund. “Dat is een complex project, met een grote impact op onze meer dan 1000 artsen en alle andere medewerkers. Het is tegelijk een grote investering, maar we geloven erin dat ze de samenwerking gemakkelijker zal maken. En het is ook in het belang van de patiënt. Het nieuwe platform zou tegen 2022 operationeel moeten zijn.”

Voldoende aandacht voor inclusieve zorg

Op bestuurlijk niveau wordt nu gekeken welke zaken in de toekomst anders en beter georganiseerd kunnen worden. “Ook daarbij worden de artsen betrokken. Uiteraard leeft er de bezorgdheid om niet te veel niveaus te creëren in deze fase, maar tegelijk wil je dat elke beslissing draagvlak heeft en dat iedereen goed geïnformeerd wordt. Doordat we maar met twee ziekenhuisgroepen in ons netwerk zijn, loopt het overleg toch makkelijker,” aldus de medisch directeur.

Persoonlijk vindt Katrien Bervoets het belangrijk dat er in de hele hervorming voldoende aandacht blijft gaan naar inclusieve zorg. “We horen vaak – en terecht – hoe belangrijk het is dat de kosten van de gezondheidszorg onder controle worden gehouden en dat we in het belang van de patiënt naar meer efficiëntie moeten streven. Maar daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat sommige zaken niet rendabel te krijgen zijn. We moeten als artsen blijven ijveren voor een solidair zorgsysteem, waar mensen niet uit de boot vallen omwille van een complexe pathologie of uiterst zeldzame aandoening.” 

 

TEKST EN BEELD: BJÖRN CRUL