IN CORONATIJDEN GAAT DE SOCIALE DIENST VAN UZ BRUSSEL TELEFONISCH AAN DE SLAG

“HET IS AMPER TE VATTEN HOE SNEL WE ONS HEBBEN KUNNEN REORGANISEREN"

22 april 2020

Anne-Marie Moens en Petra Sannen zijn beiden sociaal verpleegkundigen in het UZ Brussel. Petra werkt sinds een vijftal weken permanent op de Covid-19-afdeling van het ziekenhuis, Anne-Marie is hoofdverpleegkundige. Zij zagen vanop de eerste rij de veranderingen in het ziekenhuis naar aanleiding van het coronavirus. Meer zelfs: ze gaven de reorganisatie volop mee vorm. “Niemand kon zich voorbereiden op een crisis van deze omvang, maar de flexibiliteit en solidariteit in het ziekenhuis zorgen ervoor dat we op goede weg zijn om die te bezweren.” We spraken Anne-Marie en Petra telefonisch op 17 april 2020.

 

Een ziekenhuis telt onnoemelijk veel diensten en afdelingen die bemand worden door heel wat medisch personeel. In eerste instantie denken we aan de artsen-specialisten en verpleegkundigen die patiënten onderzoeken of acute zorgen toedienen. Maar aan iedere afdeling is ook een sociaal werker of een sociaal verpleegkundige verbonden. Zij zorgen ervoor dat de nazorg wordt verzekerd en dat de patiënt, eens die het ziekenhuis mag verlaten, kan beschikken over de beste zorgen om terug op krachten te komen. Wat is de thuissituatie van de patiënt? Heeft hij een sociaal netwerk om op terug te vallen? Is er thuisverpleging nodig? Kan de patiënt naar huis of moet hij worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een kortverblijf in een woonzorgcentrum? In normale omstandigheden worden dergelijke zaken persoonlijk met de patiënt of met zijn familie besproken. In deze coronatijden loopt dat echter net iets anders.

Petra Sannen: “Aangezien ik nu op een Covid-afdeling werk, proberen we persoonlijk contact zoveel als mogelijk te mijden. Er wordt dus heel wat gebeld. Zowel naar artsen als naar familie. Normaal heb je als sociaal verpleegkundige een goed zicht op het herstel- en genezingsproces van een patiënt en kan je zelf een inschatting maken van hoe goed iemand gerevalideerd is, welke zorgen er nog nodig zijn, en dergelijke. Maar nu is – nog meer dan voorheen – multidisciplinair contact met artsen en verpleegkundigen van doorslaggevend belang. Zij hebben een goed zicht op de actuele gezondheidstoestand en -evolutie van de patiënt en welke nazorg nog aangewezen is. Daarover overleggen we dan, soms zelfs telefonisch. Vervolgens bellen we ook met de familie om met hen te overleggen.”

Anne-Marie Moens: “Als hoofdverpleegkundige van onze dienst ben ik vooral bezig met het coördineren van de 26 mensen op onze sociale dienst. De planning maken, uurroosters prikken … het behoort nog altijd tot mijn takenpakket. Hoewel die planning en roosters er nu natuurlijk volledig anders uitzien. Daarnaast sta ik ook nog zelf in het werkveld, op de afdeling kinderoncologie. Het contact daar met de familie verloopt voor mij nog altijd op de oude manier, maar met respect voor de regels over social distancing.”

Petra Sannen (links) en Anne-Marie Moens (rechts)

 

Callcenter: goed initiatief, maar technische moeilijkheden

Petra Sannen: “Speciaal voor deze periode hebben we een callcenter ingericht. Zo kunnen familieleden eenvoudig contact opnemen met het ziekenhuis om na te gaan hoe de gezondheidstoestand van hun geliefde evolueert. Alle patiënten hebben een vaste telefoonlijn in hun kamer, maar sommigen zijn te verzwakt om zelf te bellen. Als een familielid zijn familielid moeilijk aan de lijn krijgt, kunnen ze bij ons terecht en proberen wij informatie en boodschappen door te geven ”

 

“Nog meer dan voorheen is multidisciplinair contact met de artsen en verpleegkundigen van doorslaggevend belang. Zij hebben het beste zicht op hoever een bepaalde patiënt staat en wat er nodig is aan nazorg. Dat overleggen we dan, soms zelfs telefonisch. Vervolgens bellen we dan ook met de familie om hen in te lichten.” – Petra Sannen

 

Anne-Marie Moens: “Vaak willen ze gewoon weten hoe ze geslapen hebben, of ze goed hebben gegeten … Dat is basisinformatie, maar wel belangrijk voor hen. Bij de opstart moesten we wel iedere dag een technisch obstakel overwinnen. Het aantal telefoontjes per dag is ondertussen iets afgenomen. Maar globaal gezien wordt dat callcenter wel enorm geapprecieerd door de families. Het ontlast de  verpleegeenheden ook van een heleboel telefoontjes.”

 

Orde in de chaos

Petra Sannen: “Vooral de eerste twee weken was het hier enorm hectisch. Het werk verloopt tijdens deze periode enorm in pieken. Er waren heel veel opnames op hetzelfde moment. Wanneer patiënten het ziekenhuis mogen verlaten, is het onze taak om ervoor te zorgen dat ze ook buiten de muren van het ziekenhuis de nodige zorgen krijgen. Doorverwijzen is nu echter moeilijker dan ooit. Patiënten die van het coronavirus herstellen, moeten nog een tijdje in quarantaine blijven. Voor een hulpbehoevende hoogbejaarde is thuisisolatie niet altijd haalbaar. Een kortverblijf in een woonzorgcentrum is in dat geval soms meer aangewezen. Voor veel woonzorgcentra is het evenwel niet evident om nu coronapatiënten op te nemen. Dat geldt ook voor thuisverplegingsdiensten en revalidatieziekenhuizen. Intussen zijn we er wel in geslaagd om de chaos te overstijgen: waar we vroeger zoveel mogelijk rekening konden houden met de persoonlijke voorkeur van patiënt en familie, moeten we ons nu beperken tot een aantal voorzieningen naar waar doorverwijzing nog mogelijk is.”

 

“Er is enorm veel flexibiliteit aan de dag gelegd. Daarvoor verdient het hele ziekenhuis een pluim. Als ik kijk naar onze eigen sociale dienst, dan hebben wij opeens heel veel autonomie verworven. Vroeger moesten we alles laten goedkeuren van bottom tot top. Nu krijgen we zelf de vrijheid om belangrijke beslissingen te nemen.” – Anne-Marie Moens

 

Anne-Marie Moens: “Klopt, een routine is er nog niet, daarvoor verandert er iedere dag nog te veel. Maar er is een zekere houvast. We beheersen en beheren intussen de crisis zo goed als mogelijk. De samenwerking met andere zorgvoorzieningen verloopt trouwens in twee richtingen. Uiteraard bellen ‘bevriende’ woonzorgcentra ons met vragen. Niet zozeer om mankracht, wel vaak over hygiëne en knowhow. ‘Hoe hebben jullie dat callcenter geïnstalleerd’, bijvoorbeeld. Een medisch directeur van ons ziekenhuis coördineert die vragen. Ook revalidatieziekenhuizen komen bij ons aankloppen. Zij hebben vooral vragen over materiaal.”

 

Flexibiliteit en solidariteit

Anne-Marie Moens: “We mogen stellen dat we deze crisis proberen te beheersen mede dankzij de grote flexibiliteit. Alle medewerkers in ons ziekenhuis verdienen daarvoor een pluim. Je moet weten dat we normaal enorm gebonden zijn aan regels, procedures … in functie van onze JCI-accreditatie en dergelijke. Wat je nu echter ziet, is dat volledige afdelingen worden verhuisd en heropgebouwd. Dat is ook echt nodig. Als ik naar onze eigen sociale dienst kijk, dan hebben we opeens heel veel autonomie verworven. Een ziekenhuis is en blijft vrij hiërarchisch georganiseerd. Wij resideren in de structuur bijvoorbeeld onder de directie ‘nursing’. Vroeger werd alles overlegd van bottom tot top. Nu krijgen we zelf de vrijheid om belangrijke beslissingen te nemen. Er is veel in beweging.

Petra Sannen: “Ook de solidariteit is hartverwarmend. Ook al bestaat het ziekenhuis nu uit twee van elkaar gescheiden circuits: iedere medewerker helpt waar hij kan. Neurologen, cardiologen, hematologen, dermatologen, geriaters en zoveel andere specialisten springen in de bres voor hun collega’s van infectiologie en pneumologie. Dat is heel mooi om zien. Iedereen van onze sociale dienst kreeg trouwens vrij de keuze om al dan niet op een Covid-afdeling te werken. Niemand werd dus gedwongen, alles verliep vrijwillig. Voor de patiënten nemen we overigens geen enkel risico. Als iemand binnenkomt met bijvoorbeeld een heupfractuur na een val van de trap, dan gaan we steeds na of er symptomen zijn van het coronavirus. Bij de minste aanwijzing dat er kans op besmetting is, nemen we het zekere voor het onzekere. We  kiezen  om die patiënten niet te behandelen op de coronavrije ziekenhuisafdelingen tot we zeker zijn dat de screeningstesten voor Covid-19 negatief zijn.”

 

Misschien nooit meer terug naar hoe het vroeger was

Petra Sannen: “Niemand weet hoe lang deze situatie nog zal duren. Ik ben ook niet helemaal zeker dat er ooit een moment komt waarop we zullen kunnen zeggen ‘en nu, business as usual’. Het kan zijn dat dit een realiteit is waarmee we vanaf nu steeds rekening zullen moeten houden. Op 13 maart zijn we gestart met een Covid-19-afdeling, al gauw waren dat er twee. Op dit moment zitten we aan vijf. Nu gaan er misschien stemmen op om een afdeling te sluiten, maar het kan zijn dat binnen een aantal dagen de kaarten weer helemaal anders liggen.”

Anne-Marie Moens: “Klopt, we moeten de situatie dagelijks opvolgen. Positief is dat we op dit moment inderdaad dichter staan bij het sluiten van een afdeling dan één extra te openen. Mocht dat werkelijk gebeuren, dan zou dat goed nieuws zijn: het moment waarop we het personeel voor vijf afdelingen kunnen spreiden over vier afdelingen en dus enkele mensen een welverdiend rustmoment kunnen geven.”

 

TEKST: JENS DE WULF


Gerelateerde berichten

Geef niet te snel op. Durf op je strepen te staan

Interview met dr. Marc Moens

De meerwaarde van patiënten te betrekken is groot

Ziekenhuizen werken samen met patiëntenverenigingen

Samen kunnen we de bakens verzetten

IN4CARE wil brug slaan tussen zorgsector en innovatie