ZIEKENHUISNETWERKEN IN WALLONIË EN BRUSSEL

EEN COMPLEX VERHAAL

Februari 2020

In Vlaanderen is de puzzel gelegd: 13 ziekenhuisnetwerken hebben een vraag tot erkenning ingediend. De overheid heeft voorzien dat er in Wallonië maximaal 8 netwerken mogen worden gevormd en in Brussel 4. Aanvankelijk was het de bedoeling om alle netwerken op 1 januari 2020 te laten starten, maar die datum werd niet gehaald. In Brussel en Wallonië nam de vorming van netwerken veel meer tijd in beslag dan in Vlaanderen. Zorgwijzer ging praten met twee koepels in Wallonië en Brussel.

ZIEKENHUISNETWERKEN IN WALLONIË

In Wallonië komen er maximaal 8 ziekenhuisnetwerken. De vorming van die netwerken loopt echter niet van een leien dakje. “Het gaat in vele gevallen om nieuwe samenwerkingen tussen publieke en private ziekenhuizen. Het was wachten op de overheid om via een decreet een klimaat van vertrouwen te scheppen onder die partners”, aldus directeur Christophe Happe van sectororganisatie Unessa. 

Unessa is een van de Waalse koepels in de zorgsector. Het vertegenwoordigt zo’n 900 organisaties in de gezondheidszorg en welzijnssector, samen goed voor 70.000 personeelsleden. Christophe Happe: “Onze leden staan achter het principe van de netwerkvorming om tot een beter zorgaanbod te komen voor de patiënt. We denken dat het bundelen van competenties kan leiden tot een betere kwaliteit en nog hogere veiligheid van de zorg.” 

Om na te gaan hoe de acht Waalse netwerken het best tot stand konden komen, liet Unessa een studie uitvoeren. “De analyse gebeurde op basis van hoe patiënten zich verplaatsen naar een ziekenhuis. Zo werden de regionale stromen in kaart gebracht en kwamen we tot een theoretisch model van ‘ideale’ regio’s om netwerken te vormen”, legt Happe uit. “Deze studie is vervolgens een basis geworden voor gesprekken tussen de ziekenhuisdirecties.”

EEN KLOOF TUSSEN OPENBARE EN PRIVÉZIEKENHUIZEN

Anders dan in Vlaanderen gaapt er in Wallonië nog een flinke kloof tussen openbare en privéziekenhuizen. “We brengen nu instellingen bijeen die elkaar voorheen niet kenden, om samen te werken aan het ziekenhuis van de toekomst. Er was dus tijd nodig om elkaar te leren kennen en om een klimaat van vertrouwen te scheppen voor het ziekenhuisnetwerk. In sommige gevallen wachtte men nog op meer duidelijkheid vanuit de politieke wereld.” 

De aarzeling op het terrein had te maken met het verschil in governance tussen publieke en private instellingen. In Wallonië was er tot voor kort nog geen wettelijk kader dat een echte publiek-private samenwerking in de ziekenhuissector faciliteert. Christophe Happe: “We vroegen aan de vorige Waalse regering om een juridische structuur onder de vorm van een private vzw mogelijk te maken. Op die manier kunnen de partners samen beslissen hoe ze hun netwerk organiseren en wie daarin welk gewicht krijgt. Ons lijkt het essentieel om dat te bepalen op basis van het aantal bedden en het aantal behandelde patiënten.”

Dat voorstel is nu eindelijk goedgekeurd en in een decreet gegoten door de nieuwe regering. Unessa verwacht dat de Waalse netwerken in 2020 in een stroomversnelling zullen komen. “Voor privéziekenhuizen was het moeilijk om zich te engageren in een netwerk zonder zekerheid over de governance. Ze dreigden immers in een structuur terecht te komen waar de publieke sector het steeds voor het zeggen had. Als er een nieuwe private vzw kan worden opgericht, zitten de betrokken ziekenhuizen in een gelijk speelveld.”

“Er zal behoorlijk geïnvesteerd moeten worden vooraleer we tot besparingen zullen komen via de netwerkvorming. Op heel wat plaatsen lopen er plannen voor verbouwingen en nieuwe ziekenhuizen. We spreken over een investering van 2,4 miljard euro in totaal.”

Een van de eerste ziekenhuisnetwerken dat al concreet aan de slag is gegaan, is het netwerk Phare in Henegouwen, waarvan EpiCura, CHR Haute Senne, CHWapi en het Centre Hospitalier de Mouscron deel van uitmaken. Samen bedienen zij een regio met ruim 600.000 inwoners. Intussen is duidelijk dat er telkens twee netwerken komen in Henegouwen, in de regio Charleroi en in Luik en één in de provincie Luxemburg en de regio Namen. Al die netwerken hebben net voor het einde van 2019 een officiële aanvraag tot erkenning ingediend bij de Waalse overheid. 

NOG HEEL WAT INVESTEREN

Toch wachten de Waalse ziekenhuizen nog flink wat uitdagingen. “Er zal behoorlijk geïnvesteerd moeten worden vooraleer we tot besparingen zullen komen via de netwerkvorming”, waarschuwt Christophe Happe. “Op heel wat plaatsen lopen er plannen voor verbouwingen en nieuwe ziekenhuizen. We spreken over een investering van 2,4 miljard euro in totaal. Die plannen moeten straks worden herbekeken in het kader van de strategie van het ziekenhuisnetwerk en de rollen die elk ziekenhuis daarin gaat opnemen. Alles hangt immers samen met het toekomstige zorgaanbod.”

Happe verwacht dat het ziekenhuislandschap 5 à 10 jaar nodig zal hebben om de netwerken op kruissnelheid te laten komen: “We moeten in het kader van de digitalisering ook investeren in nieuwe communicatienetwerken tussen de ziekenhuizen en het elektronische patiëntendossier, om maar enkele voorbeelden te noemen. En ook het overleg met de artsen en medewerkers zal tijd vragen. Iedereen moet zich kunnen vinden in het netwerk en de nieuwe structuur. De uitdaging zal erin bestaan om de verscheidene culturen te verenigen en samenwerking op verschillende niveaus in de betrokken organisaties te stimuleren”, besluit Christophe Happe. 

ZIEKENHUISNETWERKEN IN BRUSSEL

In het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest zijn 4 ziekenhuisnetwerken voorzien. Doordat er ook zal worden samengewerkt met zorgvoorzieningen van buiten het gewest, vergt de procedure voor erkenning van die netwerken veel tijd. De deelstaten die bevoegd zijn voor elk van de ziekenhuizen moeten het netwerk immers erkennen. Gibbis, een van de zorgkoepels in Brussel, hoopt op een doorbraak in 2020. 

Onze hoofdstad telt 14 algemene en universitaire ziekenhuizen. Binnen afzienbare tijd zullen die over 4 ziekenhuisnetwerken verdeeld zijn. “Als koepel zijn we uiteraard voorstander van de ziekenhuisnetwerken. Een betere organisatie van het zorgaanbod met een duidelijke afstemming tussen universitaire ziekenhuizen, referentiecentra en eerstelijnsziekenhuizen moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van de zorgverlening hoog blijft, ongeacht waar de patiënt zich bevindt”, vertelt Patricia Lanssiers, algemeen directeur bij Gibbis. 

De vzw Gezondheidsinstellingen Brussel/Bruxelles Institutions de Santé (GIBBIS) verenigt sinds 2017 alle private zorgvoorzieningen in Brussel en telt nu ruim
50 leden: zowel ziekenhuizen, centra voor geestelijke gezondheidszorg als woonzorgcentra. Lanssiers: “Wat de ziekenhuizen betreft, is hier het voorbije decennium al heel wat gebeurd. Er zijn grotere ziekenhuisgroepen gevormd, onder meer om efficiënter te kunnen werken. Chirec en Europa Ziekenhuizen zijn daarvan mooie voorbeelden. Door de schaalvergroting telt het kleinste acute ziekenhuis nu al 550 bedden, terwijl de kleinste materniteit goed is voor 1200 bevallingen per jaar.”

COMPLEXE STAATSSTRUCTUUR, COMPLEX ERKENNINGSPROCES

De financiële toestand van de Belgische ziekenhuizen is niet rooskleurig en de Brusselse context maakt dat de rendabiliteit hier wellicht nog meer onder druk staat dan elders. “De hoofdstad telt 1,2 miljoen inwoners en 350.000 pendelaars en heeft een specifieke demografie met veel buitenlanders, mensen met een migratieachtergrond, studenten enz. Meer dan elders zijn er bijvoorbeeld patiënten met betalingsproblemen. We moeten er ook rekening mee houden dat een derde van de patiënten die in Brussel worden verzorgd, hier niet wonen.” 

“Er is nog veel onduidelijkheid en dat is meteen ook de grootste uitdaging om de samenwerking op het terrein verder vorm te geven.”

Al die factoren spelen mee in de organisatie van de ziekenhuisnetwerken. Bovendien wordt de vorming en erkenning van de netwerken mee beïnvloed door onze complexe staatsstructuur. “Eén van de vier netwerken zal grensoverschrijdend samenwerken met Vlaamse ziekenhuizen (UZ Brussel, Sint-Maria Halle, en OLV Ziekenhuis en het Stedelijk Ziekenhuis in Aalst). Een tweede netwerk dat gevormd is, is de grensoverschrijdende samenwerking van het universitair ziekenhuis Saint-Luc, de Europa Ziekenhuizen en Kliniek Sint-Jan Brussel met La Clinique Saint-Pierre in Ottignies. Die netwerken moeten door de verschillende deelstaten worden erkend. Onze koepel hoopt dat er op korte termijn een samenwerkingsakkoord tussen de betrokken overheden kan worden bereikt.” 

PUBLIEK-PRIVATE SAMENWERKING

Hoe de twee andere netwerken zullen ingevuld worden, is op dit moment nog niet duidelijk. Een van de pijnpunten is de autonomie van netwerken waarin private en publieke ziekenhuizen gaan samenwerken. Patricia Lanssiers: “We wachten nog op een verordening die de samenwerking tussen privé en publiek mogelijk maakt. De Brusselse publieke ziekenhuizen worden immers aangestuurd door het gezamenlijk management van de IRIS-koepel. Wanneer privéziekenhuizen in een netwerk zouden stappen met een ziekenhuis uit de IRIS-koepel, zouden die in de huidige situatie ook onder het management van de publieke koepel vallen. En dat kan niet de bedoeling zijn. Elk netwerk moet autonoom zijn beslissingen kunnen nemen, met respect en inspraak voor elke betrokken partij.”

En dus staan er voorlopig maar 2 ziekenhuisnetwerken in de steigers in Brussel. “Er is nog veel onduidelijkheid en dat is meteen ook de grootste uitdaging om de samenwerking op het terrein verder vorm te geven. We wachten naast de Brusselse verordening over publiek-private netwerken immers niet alleen op het samenwerkingsakkoord tussen de deelstaten, maar ook op meer nieuws over de erkenningsnormen en de toekomstige financiering van de ziekenhuisnetwerken. Op dat vlak houden we nauw contact met onze collega’s in Vlaanderen en Wallonië”, besluit Patricia Lanssiers.

 

TEKST EN BEELD: BJÖRN CRUL