AZ MARIA MIDDELARES ZET IN OP DEMENTIEVRIENDELIJKHEID

Een Buffalo met dementie blijft een Buffalo!

Juli 2021

Het coronavirus zal de leeftijdscurves wel een deuk bezorgd hebben, maar niettemin blijft Vlaanderen vergrijzen. Tegen 2027 zouden we daardoor bijna 300.000 senioren meer kunnen tellen dan in 2017. Zonder spectaculaire doorbraak in de geneeskunde zal dat helaas ook meer mensen met dementie betekenen. En toch klinkt het woord ‘dementievriendelijk’ nog niet zo vertrouwd als pakweg kind-vriendelijk of milieuvriendelijk. Aan Marc Vankerkhoven, verpleegkundig paramedisch hoofd van het zorg-programma geriatrie in het AZ Maria Middelares in Gent, zal dat alvast niet gelegen hebben. Zorgwijzer vond hem bereid om wat tijd vrij te maken om de aanpak in zijn ziekenhuis nader toe te lichten.

Marc Vankerkhoven: “Ik werk van eind vorige eeuw in AZ Maria Middelares en ben daar sinds 2015 ook coördinator transmurale zorg. Vanuit die functie waak ik over de zorgcontinuïteit tussen ziekenhuis en de eerste lijn of het woonzorgcentrum.”

Dat lijkt al meteen een eerste kenmerk van dementievriendelijkheid?

“Inderdaad. We noemen dat naadloze zorg of geïntegreerde zorg en dat is uiteraard een aspect van patiëntvriendelijkheid in het algemeen en in zijn specifieke vorm van senior friendliness en dementievriendelijkheid.”

Een dementievriendelijk ziekenhuis is dus niets anders dan een ziekenhuis dat consequent is in zijn patiëntvriendelijke aanpak?

“Centraal in de zorgverstrekking staat altijd de patiënt, ook en zeker als die minder goed of niet voor zichzelf kan opkomen, zoals bij baby’s en kinderen het geval is, of ook bij senioren en mensen met een fysieke of mentale beperking, of met dementie dus. Ik wijs erop dat wij bewust over personen met dementie spreken en niet over ‘dementen’. We beperken mensen niet tot hun beperking, maar houden er zoveel mogelijk rekening mee. In dit specifieke geval wil dat onder meer zeggen dat we naast de patiënt zelf ook de mantelzorger bij het traject betrekken. Hij of zij is immers de stem van onze patiënt.”

Maar die stem is toch niet op elk moment beschikbaar…

“Dat klopt. Een typisch voorbeeld zijn de spoedopnamen, waar we het vaak in eerste instantie zonder de bijdrage van de mantelzorger moeten stellen. Bij geplande zorg vindt de intake doorgaans wel plaats in aanwezigheid van de mantelzorger. Dan is het niet zo’n probleem om zoveel mogelijk proactief te werk te gaan. We hebben daarvoor – wat we noemen – de pre-opnamebalie. De mantelzorger kan ons bijvoorbeeld veel vertellen over de gewoonten van de patiënt. Daarmee rekening houden helpt de patiënt om zich gemakkelijker thuis te voelen in het ziekenhuis. Dus vullen we samen met de mantelzorger ons formulier ‘mijn gewoontes’ in. Daar kan van alles in voorkomen, van de roepnaam van de patiënt, over zijn verleden, professioneel en privé, hobby’s, tot zijn of haar favoriete radiozender, muziek, tv-programma en zelfs voetbalclub. Dat document hangt in de kamer en iedereen die dat wil zal kunnen voorkomen om een trouwe Gentsupporter, een echte Buffalo, in de war te brengen door een match van Club Brugge op te zetten (lacht).”

Marc Vankerkhoven: “Kwali-tijd aan bed brengen is een noodzaak en tegelijk een blijvende uitdaging. Wat dat betreft is de personeelsnormering in mijn ogen achterhaald.”

Maar bij een spoedopname ligt dat anders?

“Ook daarvoor hebben we een aantal oplossingen of toch hulpmiddelen. Zo hebben wij ons team ‘interne liaison geriatrie’ dat outreachend werkt. Ze zullen de collega’s van de dienst spoedgevallen een pak adviezen kunnen geven, rond slikproblematiek, valpreventie, wegloopgedrag, verwardheid…  Maar nog handiger is natuurlijk dat de mantelzorger bij de opname aanwezig is. 

Iets minder evident is de architectuur en de organisatie van de dienst spoedgevallen, maar ook op dat vlak is veel mogelijk. Volgend jaar gaan wij bijvoorbeeld renoveren en dat biedt ons de kans om een aantal rustgevende elementen in te bouwen, zoals warme kleuren, geluidsisolatie, met enkele ‘rustige’ boxen, zonder fel licht of al te veel geflikker van apparatuur, een duidelijk uurwerk, seniorvriendelijk meubilair… Al die zaken kunnen in de typisch hectische omgeving die een spoedafdeling per definitie is, voor wat rust zorgen. Zeker voor mensen met dementie is die zeer welgekomen.”

Kunnen we nog even terug naar de mantelzorger? Op een bepaald moment is de patiënt opgenomen, gepland of via de spoedafdeling. Het documentje met de gewoonten van de patiënt hangt in de kamer, maar daar houdt het toch niet op. Ook daarna moet je nog met de patiënt kunnen communiceren?

“We zetten onder meer actief in op mantelzorgparticipatie. We laten de mantelzorgers deelnemen in de zorg. Ze krijgen in dat geval een badge waarmee ze ook buiten de bezoekuren zonder problemen en zonder argwaan te wekken op de afdeling kunnen komen. Zo kunnen ze participeren aan de verschillende shiften, mee eten geven, deelnemen aan de hygiënische zorg. Dat doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige, maar mantelzorgers dragen absoluut bij tot een veiligere zorg.”

“Wij spreken bewust over personen met dementie en niet over ‘dementen’. We beperken mensen niet tot hun beperking, maar houden er zoveel mogelijk rekening mee”

We zien hier duidelijk het begrip ‘zorgcontinuïteit’ terugkeren?

“Absoluut. Die werkwijze biedt kansen tot wederzijdse educatie. De mantelzorger kan de verpleegkundige waardevolle dingen vertellen over de voorkeuren van de patiënt, wat hij of zij van thuis uit gewoon is, wat hij eventueel nog zelf kan. En omgekeerd kan de professional vanuit zijn expertise en ervaring aandachtspunten en tips meegeven die de kwaliteit van de zorg ten goede zullen komen, nadat de patiënt ontslagen is.

Ik moet daarbij echter meteen ook een paar kanttekeningen maken. De eerste is fundamenteel en gaat over draagkracht. Draagkracht bij de mantelzorger. Soms is een ziekenhuisopname voor een mantelzorger die op of over de rand van zijn mogelijkheden zit hét moment bij uitstek om even op adem te komen en de batterijen op te laden. Dezelfde dementievriendelijkheid gebiedt ons op dat moment om daarmee rekening te houden en de mantelzorger een time-out te gunnen.

Een tweede kanttekening betreft de afdelingen zelf waar de mensen met dementie zoal terechtkomen. Dat kan in principe overal zijn en de medewerkers van die respectieve afdelingen zijn niet specifiek getraind om mensen met een dementieproblematiek op te vangen. In zulke gevallen zullen we weer outreachend werken. We hebben ondertussen al een ploegje ambassadeurs voor personen met dementie, ‘referentiepersonen dementie’ of ‘dementiecoaches’. De naam doet er niet zo toe, maar hun tips & tricks kunnen een groot verschil maken.”

Heeft AZ Maria Middelares nog andere pijlen op zijn dementievriendelijke boog? 

“We zijn een van de weinige ziekenhuizen met een educatieprogramma ‘Dementie en nu’, waarin we in tien namiddagen met een kleine groep van mantelzorgers aan de slag gaan. Inhoudelijk gaat dat van achtergrond bij het ziekteproces tot zeer praktische zaken als omgaan met bepaald gedrag, vroegtijdige zorgplanning, dat soort dingen. Ook dat is een manier waarop we de draagkracht van de mantelzorger proberen te verhogen. We werken daarvoor samen, en ook dat typeert ons wel, denk ik, met het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, de Alzheimerliga, onderwijsinstellingen en woonzorgcentra. We hopen bijvoorbeeld om studenten een bachelorproef te laten maken rond patiëntbejegening.” 

Jullie lijken zelf wel te evolueren in de richting van een kenniscentrum rond dementie.

(aarzelend) “In alle bescheidenheid, dat is misschien wel een ultieme droom. Maar ondertussen kunnen we ook nog veel leren. Dementievriendelijk werken is een proces en geen eindpunt. We leren nog voortdurend bij en blijven innoveren. Ik vermeldde al het belang van outreachend werken. Als ziekenhuis hebben we de doelstelling om in de toekomst nog meer outreachend te werken met externe organisaties. We zullen ons zo organiseren dat we in een aantal gevallen een opname kunnen voorkomen. Parameters als temperatuur, saturatie, bloeddruk… worden dan vanuit het ziekenhuis gemonitord, maar altijd in overleg met de huisarts, thuisverzorging of verpleegkundige van het woonzorgcentrum. Pas op, een opname is soms onvermijdelijk. Maar waar die vorm van connected care mogelijk is maakt het wel een groot verschil uit, zeker voor personen met dementie, voor wie een vertrouwde omgeving zeer
belangrijk is. Zo kunnen we al intraveneuze antibiotica toedienen in een thuissituatie, altijd in partnership met de eerste lijn en met competente thuisverzorging, uiteraard.”

Het ziekenhuis heeft er op dat moment een patiënt bij, die evenwel geen bed inneemt.

“De financiering verloopt grotendeels via verantwoorde ligdagen. Als ziekenhuis riskeer je een financieel verlies, maar er worden al stappen gezet om dat met het RIZIV opnieuw te bekijken. En als ziekenhuis geloven we hierin. De digitale devices zijn er en Covid heeft een en ander misschien wel in een stroomversnelling gebracht. Dat gaat in de toekomst alleen maar belangrijker worden.”

En jullie organisatie is bereid om hierin een pioniersrol te spelen?

“Ik zal niet zeggen dat we alles zelf bedacht en uitgedokterd hebben. We proberen als ziekenhuis een voortrekkersrol te spelen. Via de BVGG (Belgische Vereniging voor Gerontologie en Geriatrie) bereiden we ons voor om nog meer te streven naar seniorvriendelijke en dementievriendelijke aspecten. Ziekenhuizen leren hierbij van elkaar. En het gaat ook niet altijd om wereldschokkende innovaties. Het gaat ook over basistoegankelijkheid, bewegwijzering, leesbaarheid van folders. Er is heel veel mogelijk. Het klopt dat we ons willen engageren en dan heb ik het niet alleen over de klinische praktijk van elke dag. We waren vijf jaar geleden een van de eersten om een project ‘dementie en nu’ op te zetten. Samenwerken zit in ons DNA. De meeste ziekenhuizen hebben een referentiepersoon dementie/dementiecoach. Wij hebben er ondertussen — ik moet even tellen — vijf. We dragen ook graag ons steentje bij tot het doorbreken van het taboe rond dementie. Al jaren organiseren wij minstens één keer per jaar een activiteit, theatervoorstellingen, workshops dansen, zingen, bewegen, verhalen vertellen, lezingen… Voor het grote publiek en voor onze medewerkers. In veel gevallen doen we dat in samenwerking met externe partijen zoals de Alzheimerliga of jongdementiegroep Het Ventiel. Neem nu kunst en dementie. De kunstwerken die onze patiënten gemaakt hadden, hebben we bijvoorbeeld kunnen veilen ten voordele van de Alzheimerliga. We focussen als ziekenhuis niet alleen op het gespecialiseerde, hoogtechnologische, innovatieve, maar ook op de kwetsbare mensen in de samenleving. En dan komt die aandacht voor personen met beperkingen bijna vanzelf.”

“Dementievriendelijk werken is een proces en geen eindpunt. We leren nog voortdurend bij en blijven innoveren”

Hoe ziet jullie politieke verlanglijstje er uit? Welke beleidsbeslissing zou voor de dagelijkse praktijk in een dementievriendelijke zorginstelling een verschil kunnen maken?

(moet niet lang nadenken) “Tja, tijd, denk ik. Senior friendly werken, dementievriendelijke zorg… Het zijn dingen die tijd vergen. Die mensen zijn nu eenmaal trager. Je moet het al eens een tweede keer uitleggen. Je moet wat meer geduld aan de dag leggen. Goede zorg vraagt tijd. Om ons werk te doen zoals we denken dat het moet gedaan worden, hebben we tijd nodig. Kwali-tijd (met lange ‘ij’) aan bed brengen is een noodzaak en tegelijk een blijvende uitdaging. Wat dat betreft is de personeelsnormering in mijn ogen achterhaald. Technologie en innovatie moeten ons daarbij helpen en ondersteunen. Ik denk aan technologie om weglopen te voorkomen of om mensen in hun thuissituatie te monitoren en te behandelen, zonder dat ze naar het ziekenhuis moeten, zoals ik eerder zei. De technologische hulpmiddelen, robots en dergelijke zijn echter ook niet gratis. En menselijke warmte zullen ze nooit kunnen vervangen…

 

TEKST: LUK VAN RESPAILLE • BEELD: JONATHAN RAMAEL


TIEN GOUDEN TIPS
  1. Zorgcontinuïteit organiseren en garanderen
  2. Samenwerken
  3. Proactief werken (bv. het document ‘mijn gewoontes’
  4. Mantelzorgparticipatie
  5. Outreachend werken: referentiepersonen, dementiecoaches of -ambassadeurs 
  6. Dementie en nu: opleiden, informeren, sensibiliseren
  7. Taboedoorbrekend werken
  8. Technologie omarmen
  9. De tijd nemen
  10. Dementievriendelijk bouwen