johan buffels

11 maart 2018

HUISARTSENOPLEIDING BRENGT HUISARTSEN EN ARTSEN-SPECIALISTEN DICHTER BIJ ELKAAR

ALLE HUISARTSEN-IN-OPLEIDING DOEN VOORTAAN OOK ERVARING OP IN ZIEKENHUIZEN

Volgend academiejaar vindt een hervorming van de huisartsenopleiding plaats. Voortaan zal elke huisarts-in-opleiding (haio) ook zes maanden stage moeten lopen in een ziekenhuis. De eerste cohorte komt eraan in oktober 2019. Zo zullen permanent een 160-tal haio’s in de ziekenhuizen actief zijn. De voorbereiding hierop is volop bezig. We gingen erover praten met prof. Johan Buffels van het ICHO, het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding.

“De masteropleiding Huisartsgeneeskunde krijgt binnenkort 36 maanden praktijkstage: drie jaar in plaats van twee jaar”, opent prof. Buffels. “Tot nu deed amper 3% van de haio’s een deel van zijn stage in een ziekenhuis. Voortaan zal élke haio één semester stage lopen in een ziekenhuis. Dat komt neer op zowat 160 plaatsen per jaar. Dat biedt mogelijkheden voor de ziekenhuizen. Vooral omdat de haio eerst een jaar ervaring in een huisartsenpraktijk moet doen vóór hij in het ziekenhuis komt. Hij heeft dus al een zekere ervaring én is vertrouwd met de methodes en de richtlijnen van de eerste lijn. Dat heeft alleen maar voordelen. We weten dat tussen huisartsen en specialisten in het ziekenhuis vaak wat wrevel bestaat. Een specialist kan niet altijd goed inschatten waarom een huisarts wacht met verwijzen, terwijl een huisarts soms niet snapt waarom een specialist zoveel onderzoeken laat doen. De haio zal die link beter kunnen leggen. Bovendien zullen toekomstige huisartsen én artsen-specialisten al tijdens hun opleiding contact met elkaar hebben. Dat was tot vandaag niet het geval. Dat is een zinvolle ontwikkeling, waarin beide partijen kunnen winnen. Het enthousiasme bij de specialisten is groot, zo blijkt uit de vele interviews die we gedaan hebben.”

DIDACTISCH CONCEPT

“De denkkaders van de eerste en de tweede lijn verschillen duidelijk. Ze hebben een andere functie en een andere populatie. Artsen realiseren zich dat niet altijd. In huisartsgeneeskunde kan je niet elke patiënt met een hoest een radiologisch onderzoek laten ondergaan. Huisartsen leren werken met verantwoorde onzekerheden. Zij hanteren vaak werkhypothesen in plaats van diagnosen. Die strategie past niet in een ziekenhuismilieu: hier is de techniciteit voorhanden. Patiënten worden naar de specialist verwezen voor meer diagnostische zekerheid. Beide methoden zijn perfect complementair. Het lijkt bijzonder boeiend om toekomstige huisartsen te laten ervaren hoe het er in een ziekenhuis aan toegaat, en hen de mogelijkheid te geven om hun klinische diagnostiek te laten aanscherpen.”

“Het didactisch concept achter de nieuwe stages is goed onderbouwd. Het eerste jaar stage vindt plaats in een huisartsenpraktijk, het tweede jaar voor de helft in een ziekenhuis en het derde opnieuw bij een huisarts. Dat betekent ook dat een haio zijn stage niet langer tot één huisartsenpraktijk kan beperken. Doorheen de stages zit een groeicurve, waarbij de haio meer en meer eigen leerdoelen moet stellen. Ziekenhuisstages kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Heeft een haio na zijn eerste jaar stage het gevoel dat hij bepaalde vaardigheden nog beter moet ontwikkelen, dan kan hij daar vanaf zijn tweede stagejaar aan werken, ook in het ziekenhuis. Een haio kan trouwens zelfstandig en autonoom werken; het is niet zomaar ‘een stagiair’. Een haio is perfect geplaatst om een anamnese af te nemen, een volledig klinisch onderzoek te doen, medische beslissingen te nemen, polypathologie op te volgen, deel te nemen aan het multidisciplinair overleg, het EMD te actualiseren, patiënten op te volgen, de organisatie van de post-hospitalisatiezorg te bevorderen enzovoort. Dit alles natuurlijk onder supervisie.”

johan buffels
EEN STERKERE BAND

“Stageplaatsen zijn mogelijk in heel wat ziekenhuisdiensten, soms voor drie, soms voor zes maanden. Dat is vastgelegd door de Hoge Raad van Huisartsen en Specialisten. Die afspraken zullen na verloop van tijd geëvalueerd en eventueel bijgestuurd worden. Het moet functioneel zijn voor de diensten. Het is niet evident om in een periode van drie maanden iemand in te werken. Bij een stage van zes maanden zijn de mogelijkheden iets groter en daar stimuleren we rotatie. Wie zes maanden als haio werkt op een dienst inwendige ziekten, kan bijvoorbeeld twee maanden gastro-enterologie doen, daarna cardiologie en pneumologie. In overleg met de dienst uiteraard.”

“Geen enkel ziekenhuis is verplicht om haio’s te begeleiden. Met het ICHO proberen we het aanbod in de diverse regio’s in kaart te brengen. Elke haio zal zijn voorkeur voor een regio kunnen uitspreken, liefst in dezelfde regio waar hij ook zijn stage in een huisartsenpraktijk doet. We weten dat veel haio’s zich uiteindelijk als huisarts vestigen in diezelfde streek. Het is een pluspunt als ze daar het ziekenhuis en de artsen die er werken al kennen. Dat leidt tot een betere samenwerking. Daar willen we gericht op inspelen. Ook de ziekenhuizen hebben hier baat bij. Met de vergrijzing en de toename van de chronische zorg is een goede samenwerking tussen eerste en tweede lijn noodzakelijk. Ziekenhuizen die meewerken aan de huisartsenopleiding zullen als vanzelf een goede band ontwikkelen met de huisartsen in hun regio.”

ROL VAN DE ZIPO

“Om de haio te begeleiden in het ziekenhuis, moet een ziekenhuispraktijkopleider aangesteld worden. De opdracht van een ‘zipo’ is om de haio kansen te bieden om zich nuttig te maken en om bij te leren. Coaching en feedback zijn nodig en dat vergt gereserveerde tijd. In de planning zijn enkele gesprekken voorzien: bij het onthaal om in dialoog te overleggen wat de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden zijn; ergens halverwege om de evolutie te bespreken en waar nodig bij te sturen; en op het einde om de evaluatie op te maken en de haio een score te geven. De taak van een zipo is belangrijk. Daarom bieden wij vanuit het ICHO ondersteuning, onder andere met vorming. Daarnaast kan er beroep gedaan worden op een huisarts-stage­coördinator: een ervaren huisarts die enkele haio’s begeleidt en ook contact onderhoudt met het ziekenhuis. We weten uit ervaring dat stagebegeleiders in ziekenhuizen die ondersteuning op prijs stellen.”

“Een haio kan zelfstandig en autonoom werken;
het is niet zomaar ‘een stagiair’.”

“Het begeleiden van een haio in een ziekenhuis vergt een aparte deskundigheid. Een goede arts is niet noodzakelijk een goede opleider. De wetgever voorziet twee halve dagen specifieke vorming per jaar voor stagemeesters huisartsgeneeskunde. Artsen die train the trainer-sessies volgen voor begeleiding van specialisten in opleiding voldoen reeds aan die vereiste.”

“De ziekenhuizen hebben nog even om zich voor te bereiden”, besluit prof. Buffels. “We starten in het najaar van 2018 met de nieuwe masteropleiding, wat betekent dat de eerste haio’s in het ziekenhuis in oktober 2019 aan de slag gaan. Diensten die willen meewerken, kunnen zich best nu al aanmelden.1 We willen namelijk dat de haio’s een stageplan voor drie jaar indienen, met inbegrip van de ziekenhuisstage. Veel diensten hebben zich al ingeschreven. We zijn volop bezig met de communicatie hierrond. Wat mij aangenaam verrast, is de grote bereidheid om hierin mee te stappen. Artsen-specialisten vinden het boeiend en zien de opportuniteiten. Aan de ziekenhuizen vragen we om de verschillende medische diensten goed te informeren, zodat ze geen kansen laten liggen.”

1 Stuur hiervoor een e-mail naar het ICHO op po@icho.be. U krijgt dan alle informatie toegestuurd. Meer informatie op www.icho.be.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS